Menu

None

Praat met elkaar over doodgaan

Thema geloofsopbouw

Maandag: tijd voor een Theologencolumn. Deze keer opent Alexander Noordijk de week met een reflectie op de dood in onze cultuur. Houden we die niet te veel op afstand?

„De dood is met het leven verbonden.”

portret van Alexander Noordijk

Alexander Noordijk

November is de maand van de doden. Kijk maar om je heen met Allerzielen, Halloween en straks ook Eeuwigheidszondag; die laatste is het begin van een nieuw kerkelijk jaar, het begin van advent en vaak worden op deze zondag de gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn gestorven, herdacht.

Een paar weken geleden met Halloween was het een drukte van je welste in ons oude binnenstadje van Monnickendam. Halloween werd groots gevierd. Jong en oud liete zich bewust onderdompelen in een potje griezelen. Ik vroeg mijzelf af: waarom zou je je vrijwillig de stuipen op het lijf laten jagen in een donker steegje als je ook iets leuks kan doen? Maar misschien is het wel zoals kunstenaar Eric Corsius het verwoord: “We staan in een lange traditie van omgaan met de dood als ongenode danspartner.”

De dood op afstand houden

Ik denk dat Corsius daar gelijk in heeft, want de dood hebben we als mens op een afstand gezet. We willen niet dat de dood bij het leven hoort en de dood voelt vaak als een vijand. Wij mensen willen over het algemeen niet dood, en evengoed willen we geen geliefde verliezen. Griezelen tijdens Halloween is toch iets anders dan praten over de dood.

“We staan in een lange traditie van omgaan met de dood als ongenode danspartner.”

Is het eigenlijk verstandig om de dood op een afstand te houden? Als predikant spreek ik regelmatig mensen die in hun laatste levensfase zitten en dan gaat het automatisch over sterven. Het kan gaan over angst en dan met name over wat er na de dood zou zijn; maar het kan juist ook gaan over de rust die zij ervaren omdat zij het geloof hebben weer thuis te komen bij God. Er worden ook nog eventuele ruzies bijgelegd en er is tijd voor heling. Op dat moment wordt het duidelijk dat dit aardse leven eindigt.

De dood is met het leven verbonden en tegelijkertijd praten we er niet open over met elkaar. Ik zal je een voorbeeld geven.

Toen mijn vader ging sterven

Drie jaar geleden is mijn vader overleden. Toen mijn vader het slechte nieuws te horen kreeg dat hij uitbehandeld was, realiseerde ik me dat het tijd was om met mijn vader in gesprek te gaan over de begrafenis en zijn wensen daaromtrent. Ik dacht, wat zou er door hem heen gaan nu hij te horen heeft gekregen dat hij niet lang meer te leven heeft? Gek hè: dan ben ik predikant en doe ik aan stervensbegeleiding, en alsnog vind ik het moeilijk om de dood en doodgaan met mijn eigen vader te bespreken. Het heeft er denk ik mee te maken dat het toch wel erg dichtbij komt op zo’n moment, omdat het toch m’n éígen vader is, die gaat overlijden.

Uiteindelijk, na herhaaldelijk aandringen van mijn partner, ben ik het gesprek met mijn vader aangegaan. Ik gaf ook bij hem aan dat ik het moeilijk vond om hier met hem over te spreken. Hij knikte, keek mij lachend aan en zei: ‘Jongen, ik ben blij dat je dit zegt.’ Het was het meest bijzondere en intieme gesprek dat ik mijn vader heb gehad. Samen deelden wij onze kwetsbaarheid en ons verdriet; maar we deelden ook in de kennis dat het leven op het aarde eindigt en dat er aan de andere kant een nieuwe werkelijkheid is.

Stel praten over de dood niet te ver uit, want het zou wel eens te laat kunnen zijn.

We zochten samen de muziek uit die hij wilde horen tijdens zijn begrafenis en hij vertelde me waarom. Hij bedankte me dat ik zijn zoon mocht zijn. Ik bedank hem nog steeds dat hij mijn vader was die er altijd voor mij was in goede en slechte tijden. Uiteraard mis ik hem nog iedere dag; de goede herinneringen blijven en ik hoor soms zijn stem nog in mijn hoofd – alsof hij vanuit de hemel een beetje meekijkt en helpt.

Het is goed en ook fijn om met je geliefden over de dood te spreken, als de tijd daar is of misschien wel daarvoor al. Stel het niet te ver uit, want het zou wel eens te laat kunnen zijn.

De dood heeft niet het laatste woord

Als predikant zie ik tijdens stervensbegeleiding dat het geloof iets prachtigs is: het verbindt ons met het grote geheel, met een Hogere Wijsheid waar we weinig besef van hebben. Die is er op het moment van rouw en verlies.

We staan in een lange traditie van omgaan met de dood als ongenode danspartner. We kunnen deze dans aangaan in geloof en vertrouwen omdat de dood niet het laatste woord heeft.

Alexander Noordijk is voorganger bij de Protestantse Gemeente Monnickendam.

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken