Preekschets 1 Johannes 1:7a
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
Ze deed de gordijnen niet meer open. Haar vrouw was die week begraven. Midden in hun actieve en liefdevolle leven was zij zomaar gestorven. Een hartinfarct. Er was niets voor haar te doen geweest. Iedereen had er machteloos omheen gestaan toen zij haar vrouw, haar dode vrouw, in haar armen had genomen en het had uitgeschreeuwd.
Hoe doen ze het toch, die theologen die een boek schrijven? Is het een roeping of noeste arbeid? Geeft de nacht een creatieve boost of totale paniek? En wat doe je eigenlijk als de inspiratie ver te zoeken is? Deze keer schuiven we aan de schrijftafel van Reinier Sonneveld en horen we de drijfveer achter zijn woordendrift.
Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.