Menu

Premium

Preekschets 1 Samuël 5:11

1 Samuël 5:11

Weer riepen ze de Filistijnse stadsvorsten erbij en zeiden: ‘Stuur de ark van de God van Israël terug naar waar hij vandaan komt, anders worden we allemaal gedood.’ In heel de stad heerste namelijk een dodelijke angst, want God pakte de inwoners hard aan.

Schriftlezing: 1 Samuël 5

Het eigene van de zondag

Te midden van de spanning van het bestaan die vaak in de vakantie zo zichtbaar wordt, is het goed te benadrukken dat het initiatief en de voltooiing voor onze redding en ons leven bij Hem liggen en niet bij ons. Daarmee zijn de zorgen niet weg, maar ze komen wel in een ander perspectief te staan. Dat zal tot een echt vacare Deo.

Uitleg

Vers 1, 2. Eben-Haëzer, zie 7:12. Hier is het juist geen Eben-Haëzer. Uiteindelijk zal de plaats van de vernedering een plaats worden waar God helpt. In Asdod bevindt zich de tempel van Dagon die in de Makkabese tijd verwoest is (1 Makk. 10:84). Dagon is een vegetatie- en vruchtbaarheidsgod. Waarschijnlijk zijn het de priesters van Dagon die ongestraft (vgl. 2 Sam. 6:7) in triomfantelijke processie de ark dragen. jhwh is een gevangene. De vernedering is compleet.

Vers 3, de nacht, het verborgene – we zien alleen wat ervoor en erna gebeurt – richt jhwh zich op. Dagon is gevallen en de Filistijnen blijken een god te dienen die overeind geholpen moet worden. De morgen daarna: de derde dag, kan hij niet meer opgericht worden. Zoals Dagon daar ligt, is het een eerbetoon aan jhwh. Onthoofd en onthand – disarmed – is hij het beeld van de volstrekte machteloosheid. Dat geldt dan ook voor hen die in hem geloven (Ps. 115:4-8). Het werken van jhwh is alleen tussen de regels door te lezen. Het verhaal is ‘fraught with background’ (Brueggeman), er wordt door niemand iets gezegd, men is met stomheid geslagen. Het biedt een illustratie van Psalm 97:7.

Met de drempel moet de dorpel van de binnenzaal bedoeld zijn waar het beeld waarschijnlijk tegen de achterwand zijn standplaats had.

Vers 5. Het aanraken van de drempel betekent nu ook in aanraking komen met Dagon. Dat vreesde men, terwijl er eigenlijk niets te vrezen valt, dit in tegenstelling tot jhwh.

Vers 6. Jammer dat de nbv hier ‘hand’ wegvertaald heeft, ook al wordt het in vers 7 herhaald. Door de herhaling wordt het gebeuren alleen maar versterkt. Tegenover de afgehakte hand van Dagon staat de harde hand van jhwh. Bovendien is de vertaling van kabod met ‘zwaar’ of ‘vol gewicht’ misschien toch beter. Daarmee blijft de woordspeling met Ikabod behouden. In Israël is de Kabod weg, bedoeld als glorie en eer. Diezelfde Kabod is drukkend voor de Filistijnen. Met harde hand liet de Heer zijn eer gelden.

‘Aambeien’: in de kanttekeningen bij de sv is deze uitleg ook al te lezen. Bij 1 Samuël 5:6 staat: ‘Deze plaag wordt in onze taal genoemd de spenen, takken, aambeien of vijgpuisten, waar de mensen grote pijn aan lijden.’ In 1 Samuël 5:9 heeft de sv vervolgens ‘spenen in de verborgen plaatsen’. En daar vermeldt de kanttekening: ‘Dat is, de gezwellen waren niet uitwendig, maar inwendig in den endeldarm, zodat men daar niet kon bijkomen om die te doen bloeden als ze zworen, hetwelk de pijnlijkste soort van spenen of vijgwratten is.’

Ook een modern commentaar bij 1 Samuël, door K.A.D. Smelik in de serie ‘Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel’, geeft deze opvatting weer: ‘De plaag bestaat uit aambeien: juist deze vernederende kwaal is gekozen om de Filistijnen bespottelijk te maken’ (nbv vertaalaantekeningen).

Vers 7. ‘Toen de burgers van Asdod zagen hoe het er voorstond’: een onderkoelde en humoristische opmerking. Het gebruik van lo en niet al wijst, aldus Goslinga, op een besliste uitspraak: in geen geval mag de ark bij ons blijven. Zij zien terecht een verband tussen wat hen overkomt en de ark. Zij krijgen voor de broek.

Vers 8, Gat gebeurt vervolgens hetzelfde. Opnieuw zou ik hier kiezen voor de hand van de Heer in de vertaling zoals nbg en sv doen. Dat geldt ook voor 11.

Vers 10, 12. Een prachtige zin: ‘Stuur de ark van de God van Israël terug naar waar hij vandaan komt.’ In plaats van ‘waar hij vandaan komt’, zou ik kiezen voor ‘daar waar hij thuis hoort’. Het is de makom. Loodzwaar drukt de hand van de Heer op de inwoners: kovdah me’od.

De plaag neemt toe in intensiteit. Dit doet denken aan de plagen in Egypte en de daaropvolgende exodus. De Filistijnen wisten wie ze in huis haalden: de ark van de God van Israël (4:8).

Aanwijzingen voor de prediking

Eindigde het vorige hoofdstuk met Ikabod (de eer is weg), het vervolg laat zien dat de eer bij Israël hoort en niet in den vreemde. God hoort bij zijn volk, ook als zijn volk niet bij Hem wil horen. Voor het gevoel van veel mensen is er een leegte gekomen in de kerk. Zeker als je omziet en weet hoe het vroeger was. Intussen verzinnen wij van alles om mensen terug te krijgen. Alle activiteiten, inspanningen en ideeën leveren echter maar weinig op. We raken er moe en uitgeput van. Het dan nog wel wat lijken, maar op de een of andere manier kunnen we de leegte niet camoufleren, men voelt het en ziet het. Het gaat echter niet om het herstel van het verleden en de tradities. God ziet niet om, maar vindt nieuwe wegen. Juist daar waar het verloren lijkt. ‘Wij kunnen niet beschikken over de presentie Gods, maar ook niet over de Absentie’ (Barnard). Hem kunnen we niet terugbrengen, leert ons dit verhaal. We hoeven het ook niet, Hij vindt Zelf zijn weg. Het wachten (niet af-, maar verwachten) is nu op Hem, die zich als God zal bewijzen, ook als het ten einde lijkt. Dat kan het geval zijn in de kerk, maar ook in de geschiedenis en in ons leven.

‘De onstuitbare drang de droom van gisteren over alle puinhopen van vandaag heen tot de werkelijkheid van morgen te maken. Voor de joden is het pseudo-realisme alle gegeven omstandigheden – ook de treurigste – te accepteren als definitief en onveranderlijk. Echt realisme daarentegen is het heilzame ongeduld dat standvastig weigert het ongeluk te accepteren als een gegeven feit, voor het onheil te capituleren of welke status quo dan ook te canoniseren. Wie bij God aanknoopt, zo leert ons de Hebreeuwse etymologie, is gevrijwaard tegen berusting’ (Lapide). Bij God aanknopen, we weten niet of Israël dat hier gedaan heeft. Wat we wel weten is de ‘geloofsbelijdenis’ van Eli’s schoondochter: Ikabod. Daarin zitten een gemis en een verlangen. Misschien dat dat voldoende is in deze en onze situatie. Het benoemen van de pijn. Het blijkt hier in ieder geval wel. Het initiatief ligt dan ook enkel en alleen bij Hem. Dat maakt ons deze geschiedenis duidelijk. Het is alsof we in de vroege morgen het graf zien opengaan en weten dat de vijanden daarin verslagen achterblijven, de Dagons van deze wereld en ons leven. Hij komt van de andere kant, zonder enig toedoen van of ingrijpen door de mens. Dat mag ons hoopvol stemmen voor onze toekomst en de kerk. Hij laat inderdaad niet los wat zijn hand begon. Het gaat uiteindelijk ook om de eer van God Zelf. Het is de genade van het nulpunt. God kan Zichzelf redden, dat maakt een einde aan alle doemdenken en somberheid. Daarmee kan de nacht in de dag veranderd worden, kunnen verdriet in vreugde en ballingschap in thuiskomen veranderen. Geloven is: in de nacht de dag al durven te zien, in de ballingschap het thuiskomen, in de doornstruik de cypres en in de distel de mirt (Jes. 55). Het ziet vooruit en het ziet erdoorheen, het kan dat omdat het op Hem ziet die Christus uit de doden heeft opgewekt. God redt Zichzelf wel. Maar zoals hier duidelijk wordt: er is niets van Gods handelen te zien, Hij werkt in de nacht, in het verborgene; dat maakt de nacht, die zo zwaar en ellendig kan zijn, nu juist ook zo hoopvol en tot een exodus. Zo ervoeren de leerlingen van Jezus het toen ze met lege netten voor Hem stonden na een lange nacht.

Liturgische aanwijzingen

Het is de vijfde zondag van de zomer, de zevende na Trinitatis. Als nieuwtestamentische lezing kan men denken aan Johannes 21:1-14. Liederen waaruit een keuze gemaakt kan worden: Psalm 27, 47, 66, 81. Gezang 1, 63, 65, 223, 225, 313, 330, 372.

Geraadpleegde literatuur

P. Lapide, In het leerhuis van de hoop, Baarn, 1986. Zie verder de vorige schets.

Wellicht ook interessant

Medische verrassingen in de Bijbel
Medische verrassingen in de Bijbel
None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Basis

Korte Metten: Een tweede Rode Lijn op de stoep van de PKN

Vrijdag 20 maart: de Jannekes en de Hanna’s aan de niet zo pro-Israël kant van de PKN trekken hun rode jassen weer aan en doen hun rooie sjaals opnieuw om zodat zij hun zorgen over hun eigen kerkgenootschap nogmaals kunnen laten horen. Na een eerste christelijk Rode Lijn protest enkele maanden geleden volgt nu dus een tweede. Ze zijn boos. Heel boos. In hun ogen maakt de leiding van hun PKN zich, waar het over Israël, Gaza en Palestina gaat, schuldig aan het gebruik van “ontwijkende taal van ‘pijn aan beide kanten’ en misleidende taal over ‘conflict’ en ‘ingewikkeld’. En ook neemt de kerkleiding nog steeds het woord ‘genocide’ niet in de mond.” Zo schrijven de initiatiefnemers van dit tweede Rode Lijn protest in hun oproep in Nieuw Wij op 2 maart.

Nieuwe boeken