Menu

Premium

Preekschets 2 Petrus 1:10 – Openbare belijdenis van het geloof

2 Petrus 1:10

Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.

Schriftlezing: 2 Petrus 1:1-11

Het eigene van de zondag

De Openbare Geloofsbelijdenis hangt veel meer samen met de doop dan met het avondmaal. Het is het eigen, uitgestelde, ja-woord op de doop. Het is van belang om deze samenhang te benadrukken, zeker ook in gemeenten waar doopleden aan tafel worden genodigd. De Openbare Geloofsbelijdenis is daardoor niet gedevalueerd. Ze markeert de bewuste keuze om als gedoopt mens in het leven te staan en de weg achter Christus te gaan. De lezing uit 2 Petrus 1 biedt aanknopingspunten te over om die thematiek aan de orde te stellen. Ook de evangelielezing benadrukt het blijven in de liefde door het gaan van de weg van de gehoorzaamheid. Ik had een belijdenisdienst in de Paastijd in gedachten.

Liturgische aanwijzingen

Tweede lezing: Johannes 15:9-15. Liederen: LvdK Psalm 5: 1, 3, 6 en 7; 119; 145; Gezang 326; 441:8, 9 en 10; Zingende Gezegend, 223; Evangelische Liedbundel, 277. De Proeve voor de eredienst 3, Doop en belijdenis, Zoetermeer 1993, bevat diverse teksten die in een belijdenisdienst goed te gebruiken zijn.

Geraadpleegde literatuur

Zie de literatuur bij de eerste schets in deze reeks. Verder: W.E. den Hertog, Keus uit twaalf postillen, ’s-Gravenhage 1976; W. Barnard, Stille omgang, Brasschaat 1992; C.H. Peisker, Texte zur Predigt 5, Wuppertal 1975; Stefan Paas, De werkers van het laatste uur, Zoetermeer 2003.

Uitleg

De schets over de doop bevat een inleiding op 2 Petrus. Onze perikoop heeft een grote rol gespeeld in de dogmengeschiedenis. Het ‘deelhebben aan de goddelijke natuur’ (1:4) en het ‘bevestigen van roeping en verkiezing’ (1:10) hebben de nodige (en soms ook onnodige) discussies opgeleverd. Den Hertog benadrukt juist de vreugde: ‘De sfeer van het feest blijft bewaard: er wordt een reidans opgevoerd van de mogelijkheden waarin de opstandingskracht van Christus tevoorschijn breekt. (…) Een feestelijke dankbaarheid stuwt de gemeente voort’ (Den Hertog, 86). Het werkwoord chorègein (vs. 5) betekent oorspronkelijk: een koor, een reidans, aanvoeren.

De schrijver introduceert zichzelf als ‘Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus’ (1:1). Ik ga hier niet in op allerlei inleidingsvragen. Barnard schrijft: ‘In de geest van Petrus, herhalend wat de apostel vele malen moet hebben verteld,schrijft de navolger van Petrus, in de trant van een geestelijk testament uit naam, als het ware, van de apostel. Zo levend was het besef van opdracht uit overlevering. Wij zouden het noemen: apostolische successie’ (Barnard, 359-360). Deze brief is een herderlijk schrijven, een soort encycliek, een geschrift dat zich met autoriteit richt tot alle gelovigen overal. Het is voor alles een aansporing om het kostbare geloof niet prijs te geven. De groetwoorden uit vers 2 vinden we letterlijk terug in 1 Petrus 1:2.

Het taalgebruik van de brief is sterk hellenistisch. Woorden als ‘goddelijke kracht’, ‘godsvrucht’ en ‘goddelijke natuur’ komen zelden voor in het Nieuwe Testament maar des te meer in de hellenistische sfeer. Ik ga ervan uit dat hier een missionair motief speelt: de schrijver gebruikt termen uit het Hellenisme en vult deze christelijk in. Zo wordt hij de Grieken een Griek. Eerst en vooral mogen we weten hoe intens we gezegend zijn. Wij leven van Gods gaven. Daarbij mogen we als eerste denken aan de opstanding van Jezus Christus. De kennis daarvan stempelt ons leven. We mogen delen in de beloften (1:4). Zo komt het heil tot mensen, in de vorm van beloften. De verhouding met God is er één van geloof en hoop. Door Jezus Christus is ons leven op de rails gezet! Door Jezus Christus hebben we deel aan de goddelijke natuur (vgl. 1 Joh. 3:2-3). Luther schrijft ergens naar aanleiding van deze woorden: ‘We ontvangen van God de eeuwige waarheid, gerechtigheid, het eeuwige leven, vrede, vreugde en alles wat maar goed genoemd kan worden’ (geciteerd bij Peisker, 102). Zo staan we door Christus in een geheel nieuwe verhouding tot God.

Op grond daarvan zal ons bestaan getekend worden door gehoorzaamheid. Als ons leven op de rails is gezet, moet de trein ook gaan rijden! De schrijver maakt de weg van de gehoorzaamheid duidelijk in een ketting van acht schakels. Inzet van de hele persoon wordt gevraagd: doe uw uiterste best! Zet alle zeilen bij! De pistis gaat voorop, het geloof waardoor men deel krijgt aan het heil. De aretè slaat hier op de rechte houding ten opzichte van God, een gevolg van het geloof. Gnosis wijst de persoonlijke gemeenschap met God aan. Met egkrateia (zie o.a. Gal. 5) wordt de toewijding aan de Heer aangeduid, de bereidheid tot dienst. De hypomonè veronderstelt het trouw op de post blijven totdat Hij komt! De eusebeia is het op God gerichte leven. En van de philadelphia, de liefde tot de broeders en zusters in de gemeente, gaat het tenslotte naar de agapè: de gemeente is er voor de wereld! De acht ‘deugden’ kunnen worden samengevat in de woorden ‘geloof, hoop en liefde’: het leven van de gemeente zet in bij het geloof, krijgt gestalte in concrete vormen van hoop en culmineert in de liefde. Zo krijgt het geloof groeikracht. Zo wordt de doop bewaard en droogt niet op: het doopwater blijft stromen. Meteen in dit eerste deel van de brief stelt de schrijver zich al antithetisch op ten opzichte van de gnostische libertijnen die de ketting van de gehoorzaamheid niet kennen. Hoe kan een mens het geschenk van zijn doop vergeten?

In vers 10 wordt de vermaning afgesloten. Vergeet niet dat het Griekse adelphooi (broeders) een inclusief woord is, het is dus minder masculien dan het klinkt! Nu gaat het erom, nu komt het eropaan. ‘ Roeping en verkiezing’ duiden op het heil van Godswege. Ze vormen de grond waarop de christen staat. De achtergrond van die woorden ligt in het Oude Testament: het volk Israël, geroepen en verkozen. Israël heeft zijn roeping en verkiezing bevestigd door uit Egypte te gaan, dwars door de woestijn, op weg naar het beloofde land, de weg van de gehoorzaamheid. ‘Bebaían … poieíst-hai’ is oorspronkelijk een handelsterm die zoiets betekent als ‘garanderen, geldig maken’. Ook roeping en verkiezing moeten tot gelding komen. God roept mensen tot een antwoord. Een christen is zijn leven lang met dat ‘geldig maken’ bezig. De oproep is eigenlijk: ‘Blijf wie je in Christus bent!’ Het doet er wel degelijk toe wat je doet in je leven. Met de genade van God kan alleen maar menselijke gehoorzaamheid corresponderen. Het woord ‘struikelen’ duidt overigens niet op misstappen die mensen soms begaan. Dat gebeurt. ‘Ten val komen’ (o.a. GNB) geeft de bedoeling beter weer. De perikoop eindigt met een royale belofte! ‘Christus is niet alleen Heer en Redder, maar ook Koning. Zijn roeping staat aan het begin, zijn koningschap aan het eind. Daarmee is deze perikoop één geheel. Mensen die Christus erkennen als Heer en Redder, mogen hun leven ook door Hem laten beheersen en regeren. Alleen dan is het leven waard vereeuwigd te worden’ (Van Houwelingen, 1988).

Aanwijzingen voor de prediking

De doop is een geschenk. Je wordt bij je naam geroepen, gekend, geliefd. Je mag delen in de beloften. Bij de doop wordt duidelijk dat het heil van Godswege komt. Alle nadruk valt daarop. Dat mógen we in de eerste plaats weten. In de tweede plaats móet er ook nog iets. Bijvoorbeeld de Openbare Belijdenis markeert een eigen antwoord op de doop, ‘het bevestigen van roeping en verkiezing’. Geloven kost wat. Geloven als een koopje kan niet. De tekst uit 2 Petrus 1 nodigt uit om dit aspect van geloven te benadrukken. En dat mag ook in een tijd dat veel mensen zo af en toe best van de diensten van de kerk gebruik willen maken maar niet willen investeren in diezelfde kerk (en of het ooit anders geweest is?). De gemeente is je thuis het is geen hotel. En thuis heb je nu eenmaal ook bepaalde taken, draag je verantwoordelijkheid.

Aan de hand van de acht schakels van de ketting van de gehoorzaamheid (vs. 5-7) kan worden geconcretiseerd hoe het bevestigen van roeping en verkiezing gestalte kan krijgen in het leven van alledag. Die concretisering is wel nodig, wil het geen abstract verhaal worden over christelijke levenswandel. Het gaat om ja-zeggen op wat God voor ons gedaan heeft, door met het geloof te beginnen en met liefde voor allen te eindigen.

De gemeente is gastvrij voor haar nieuwe lidmaten. Niet genoeg kan benadrukt worden dat we leven uit Gods hand, dat we door de opstanding van Christus toekomst hebben. De gemeente is duidelijk naar haar nieuwe lidmaten. Er is een combinatie nodig van openheid en duidelijkheid. ‘Ik meen dat er vanuit het Evangelie veel te zeggen is voor een dergelijke gestalte van de kerk. Want de genade waarover het Evangelie spreekt, heeft tenminste twee kenmerken: ze is uiterst royaal en ze is niet goedkoop’ (Sake Stoppels in Paas, 24). Hier kan ook de lezing uit Johannes 15:9-15 aan de orde komen: het blijven in de geschonken liefde door de geboden te bewaren.

Op de weg van de gehoorzaamheid zal er ook sprake zijn van groei, van vruchten. Zo kan je gezegend verder. Een kind van het Koninkrijk! Onderweg zal je vaak genoeg struikelen. Dat gebeurt nu eenmaal. Maar je zult niet ten val komen. In een uitspraak van Augustinus wordt de bedoeling van de perikoop mooi samengevat: ‘Heer, geef ons wat U van ons vraagt, en vraag dan wat U wilt’ (geciteerd bij Peisker, 103).

Wellicht ook interessant

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

Zonder tekenen en wonderen geen geloof?

Johannes 4:43-52 volgt op de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob. Tegelijkertijd sluit deze perikoop aan bij een eerder wonderverhaal uit dit Evangelie: het wijnwonder van Kana (2:1-12). Ook suggereert het verhaal een ontwikkeling: van geloof op grond van de tekenen van Jezus (4:48) naar geloof op grond van zijn woord (4:50). Toch blijkt de redding van de dood en het in leven houden van het kind van de ‘dienaar van de koning’, die Jezus hier aanspreekt, ook een teken.

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

De velden zijn wit, rijp voor de oogst

Overeenkomstig in de lezingen is de belofte voor ‘vreemdelingen en gasten’ (Efeziërs 2:19) om deel te hebben aan dezelfde toekomst als de ‘heiligen en huisgenoten van God’ (2:19). Bij Jona gaat het om ‘omkeer’ uit verkeerde levenspatronen, de andere stellen Jezus Christus centraal. In het evangelie speelt een Samaritaanse vrouw (Johannes 4:29.39) de rol van ‘zaaier’ bij de ‘oogst’ (4:37). De oogst bestaat eruit dat haar stadgenoten niet langer vanwege haar ‘woord’ (4:39 – NB) geloven, maar door ‘zijn eigen woord’ (4:41 – NB). Tweemaal klinkt een belijdenis (4:29.42).

Nieuwe boeken