Preekschets Jakobus 4:1
Jakobus 4:1
Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste?
Schriftlezing: Jakobus 4:1-17
Het eigene van de zondag
Vorige week zondag ging het over het beheersen van de tong. Vandaag gaat het over het beheersen van de geest. Beide diensten staan op zichzelf, maar hebben toch ook weer met elkaar te maken. Ook nu zoeken we naar de betekenis van deze brief voor ons leven en samenleven hier en nu.
Uitleg
Jakobus constateert veel strijd en conflicten in de jonge gemeente van Christus. Waar komen al die conflicten toch uit voort? Bijna als een psycholoog doet Jakobus een poging om een antwoord op deze vraag te formuleren: ‘Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste?’ Is de oorzaak niet onze eigen innerlijke strijd die tot uiting komt in de strijd met anderen? En wat zijn dan die hartstochten die strijden in ons binnenste? Het Grieks gebruikt hier het woord hèdonai, waar ons woord ‘hedonisme’ van is afgeleid. Wij denken dan misschien aan allerlei buitensporige uitspattingen, maar dat hoeft niet eens. Hartstochten, dat zijn al die zaken waar je je hart en zinnen op hebt gezet. Je begeerten en ambities, je lusten, lichamelijke verlangens, maar ook je diepste drijfveren, je belangen. In de gelijkenis van Jezus over het zaad dat tussen de distels valt, komen we datzelfde woord hèdonai tegen. De
Hartstochten, dat is alles waar je hart zich op richt, alles wat je geest versplintert in duizend stukjes en wat je daardoor afleidt van het ene noodzakelijke, namelijk God. De hèdonai zijn de antigoddelijke krachten die de mens telkens weer in het bereik van het kwade trekken. Volgens Paulus brengen de hartstochten de mens in slavernij en leiden ze daardoor tot de dood. Volgens Jakobus bewerken de hartstochten in je binnenste een voortdurende strijd met jezelf, met je medemens en met God. Je bent jaloers en daardoor bekvecht en twist je met elkaar. Je wilt vriendschap sluiten met de wereld, maar het gevolg is vijandschap jegens God. Daarom, zo schrijft Jakobus: ‘Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars’ (Jak. 4:8). Dezelfde combinatie vinden we al in Psalm 24:4: ‘Wie reine handen heeft en een zuiver hart (…) zegen zal hij ontvangen van de Heer.’ Het een heeft met het ander te maken. ‘Reinigt (katharisate) uw handen en zuivert (hagnizate) uw hart’: het eerste heeft te maken met het uitwendige, het tweede met het inwendige. Beide is nodig. Rechtvaardig handelen komt voort uit een rechtvaardig hart.
Tegen wat voor grote zondaars fulmineert Jakobus hier eigenlijk? Wat is hier toch voor verschrikkelijks aan de hand in de gemeente van de Heer? Het antwoord ligt mijns inziens in het Griekse woord dat de
Tot slot van dit hoofdstuk doet Jakobus nog twee heel concrete aanbevelingen aan zijn lezers. Allereerst een gebod om geen kwaad van elkaar te spreken. Wie kwaad spreekt van de naaste, spreekt volgens Jakobus kwaad van de wet en verheft zichzelf tot rechter. Door de naaste te veroordelen verhef je jezelf in hoogmoed boven God, aan wie alleen het oordeel toekomt. Ik versta deze aanbeveling van Jakobus als een oproep tot bescheidenheid: let eerst maar eens op jezelf en zit niet voortdurend op een ander af te geven. Vervolgens doet Jakobus in vers 13-17 ook nog een oproep tot relativeren. Mensen die denken dat ze hun eigen handel en wandel volkomen in de hand hebben en dat hen toch zeker niets kan overkomen, maant hij tot terughoudendheid en bescheidenheid: ‘U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet.’
Deze woorden zijn vaak uitgelegd als het zogenoemde ‘voorbehoud van Jakobus’, alsof je bij alles wat je van plan ben te gaan doen ‘Deo volente’ (indien God het wil) moet zeggen. Dat klinkt wel lekker vroom, maar zo bedoelt Jakobus het denk ik niet. Hij stelt hier een buitensporige vorm van zelfvertrouwen en pretentie aan de kaak van mensen die denken dat de hele wereld zich wel zal voegen naar de plannen van hun eigen zelfgenoegzame ik. Juist deze mensen worden aangespoord om eerst God maar eens bij hun plannen te betrekken.
Aanwijzingen voor de prediking
Zelf zou ik inzetten bij de actualiteit. Conflicten en strijd tussen mensen zijn van alle tijden en komen overal voor! Denk aan burgeroorlogen, godsdienstoorlogen, rassenconflicten, maar ook ruzies in de familie, waardoor familieleden voorgoed van elkaar vervreemden of conflicten op het werk. Als er één menselijke gemeenschap is waarvan je anders zou mogen verwachten, dan is dat toch de gemeente van Christus. Helaas, niets is minder waar. Strijd over de rechte leer, over financiën, kerkscheuringen, de strijd destijds tussen ikv en icto over de vrede, de heftige verdeeldheid over Samen op Weg, conflicten over de macht tussen predikant, organist en kerkenraad: vult u zelf maar aan. Geen wonder dat velen teleurgesteld zijn afgehaakt. Conflicten in de kerk tasten de geloofwaardigheid van de gemeente van Christus ernstig aan.
Jakobus wijt de conflicten aan de hartstochten die strijd leveren in ons binnenste. Hartstochten waardoor we ons laten meeslepen. Wat zijn onze hartstochten? Telkens het nieuwste van het nieuwste willen hebben? Het nieuwste mobieltje, een nog snellere computer? Of willen we meer invloed, een invloedrijkere positie, een betere baan? Willen we een bepaald doel bereiken waar we al het andere voor opzij zetten, ook onze naasten? Of valt het bij ons nog wel mee? Zo hoogmoedig zijn wij toch ook weer niet? Slaan de waarschuwende woorden van Jakobus wel op ons? Velen van ons vinden vriendschap met de wereld helemaal niet erg. Integendeel, we participeren volop in wat de wereld ons te bieden heeft. We willen niet terug naar die benepen protestantse wereldmijding waarbij niets mocht en alle geneugten des levens verdacht waren. Niet naar de film of de kermis, niet meer dansen of drinken: we moeten er niet aan denken.
Het Griekse woord voor ‘weifelaars’, dispychoi ofwel ‘gespletenen’, ‘twee zielen’, wijst ons het echte probleem: onze ziel is gespleten. We kunnen niet kiezen. De hartstochten die in ons binnenste strijden zijn de vele impulsen en illusies, verlangens en begeertes die onze geest versnipperen, alles waaraan we zo makkelijk toegeven en waar we ons druk om maken, maar waardoor we onrustig, druk en gestrest blijven en waardoor we innerlijk niet tot concentratie komen. Niet voor niets lopen de wachtkamers van psychologen vol met mensen die bijna alles hebben, maar toch niet gelukkig zijn. Mensen komen materieel niets tekort, maar ze zijn ontevreden, lichtgeraakt: er hoeft maar iets te gebeuren of ze zijn compleet uit hun doen.
De remedie van Jakobus klinkt simpel: nader tot God, reinig uw handen, zuiver uw hart. Breng je gespletenheid bij God. Pas als je innerlijk tot stilte en concentratie komt, dan kun je oprecht bidden tot God en dan zal God tot je naderen. Dan zul je in vrede leven met God en met jezelf, en daardoor ook vrede verspreiden om je heen. Nader tot God en werp al uw bekommernis op Hem en Hij zal u rust geven voor uw ziel. Misschien is juist dit voor ons, drukke, veeleisende en gestreste mensen, wel het grootste probleem.
Liturgische aanwijzingen
Naast Jakobus 4 kan Lucas 8:11-15 gelezen worden, Jezus’ uitleg van de gelijkenis van het zaad. Van de Psalmen zou ik in elk geval Psalm 24:1 en 2 laten zingen (‘zijn hart en handen zuiver houdt’). Na het drempelgebed past heel goed Gezang 463:1, 4 en 5 (‘geen hartstocht ons verwart’). Verder opnieuw Gezang 104 en 50:5; 107:1, 3 en 4 en 285:1, 3 en 4.