Menu

Premium

Preekschets Johannes 14:12

2e zondag Veertigdagentijd

Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt, zal hetzelfde doen als ik en zelfs meer dan dat. Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen.

  • Bijbelgedeelten: Johannes 14:1-14 en 2 Korintiërs 4:7-12
  • Preektekst: Johannes 14:12-13a
  • Thema: In Jezus’ naam!

Deze preekschets is de tweede in een drieluik. De andere schetsen gaan over Johannes 12:1-8 en over Johannes 15:18-25. De preekschetsen zijn bedoeld om in de veertigdagentijd Jezus te volgen op weg naar zijn verhoging.

Liturgisch kader

Johannes geeft veel materiaal uit het laatste onderwijs van Jezus aan de Pesachtafel. Het past daarom goed om hieruit in de veertigdagentijd te lezen.

Liedkeuze: behalve liederen die passen bij de lijdenstijd, is ook te denken aan liederen van vertrouwen als antwoord op de bemoediging van Jezus. ‘Ik stel mijn vertrouwen’ bijvoorbeeld. Ook de clip of koorzang van het lied ‘To my Father’s house’ (Les Humphries Singers).

Uitleg

Het onderwijs van Jezus staat in het kader van brede uiteenzettingen bij zijn laatste Pesach over de toekomst, die de leerlingen wacht na zijn vertrek. De leerlingen worden inhoudelijk op de nieuwe fase voorbereid en ontvangen daarbij de belofte van de Heilige Geest die hen verder zal begeleiden. Daarmee reikt Jezus over de gebeurtenissen van kruisiging en begrafenis heen. Dit is niet alleen bemoedigend voor de leerlingen toen, maar ook bijzonder instructief voor de gelovigen vandaag.

De beloften van Jezus lijken op het eerste gehoor duidelijk: ‘Jullie zullen meer doen dan ik’ en ‘Wat jullie ook maar vragen, ik zal het doen.’ Tegelijk roepen ze veel vragen op. Ze vragen daarom om zorgvuldige lezing binnen de literaire en heilshistorische contekst van Johannes. Juist in deze teksten komt het erop aan om het typische woordgebruik van Johannes te herkennen. In de vertaling is dit niet goed zichtbaar.

‘Hij zal hetzelfde doen als ik en zelfs meer dan dat’. Letterlijk: ‘De werken die ik doe, zal ook hij doen, ja grotere dan deze zal hij doen’ (Naardense Bijbel). De lezer is geneigd om ‘werken’ (‘erga’) van Jezus te identificeren met de ‘wondertekenen’ (‘semeia’) die Jezus heeft gedaan. Hiermee wordt Johannes echter geen recht gedaan. Het woord ‘wondertekenen’ reserveert Johannes specifiek voor zeven bijzondere daden van Jezus, die hij voor zijn evangelie selecteert (zie 2:11; 4:54 en meer met 20:30 als verantwoording). Deze ‘wondertekenen’ hebben een dubbele intentie: a. Jezus identificeren als de Zoon van God en b. de kwaliteit illustreren van het eeuwige leven (vreugde, licht, overvloed, vrijheid, gezondheid, leven).

De ‘werken’ die Jezus doet en de ‘grotere werken’ die zijn leerlingen zullen doen, zijn niet deze wondertekenen. Ze hebben een eigen inhoud. Het meest inzicht geeft de inhoudelijke parallel met 5:20-21: ‘De Vader zal de Zoon nog grotere werken laten zien en u zult verbaasd staan! Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend, wie Hij wil.’ ‘De werken van de Zoon’ gaat veel verder dan de genezing van de verlamde man in het tweede wonderteken. Het gaat over geestelijke dood en eeuwig leven, over het oordeel van de Vader en de eer voor de Zoon. De ‘werken van Jezus’ laten zich omschrijven als: het redden van mensen van de dood en de uitdeling van het eeuwige leven. Zo gelezen krijgt ook het enkelvoud ‘werk’ (‘ergon’) inhoud bijvoorbeeld in 17:3-5 en 14:10-11. Het ‘werk van de Zoon’ is het behoud van de mensen, die in Hem geloven.

Dat de leerlingen ‘grotere werken’ dan Jezus zelf zullen doen, heeft niet te maken met grotere wonderen, die zij als apostelen zouden doen of met de grotere schaal, waarop zij in de wereld bezig gaan. Het verschil is heilshistorisch te verstaan. Het is het verschil tussen wat Jezus aankondigt als zijn missie en wat de leerlingen na zijn verhoging gaan uitdelen. Het verschil tussen vertellen, wat het eeuwige leven inhoudt en het uitspreken van dit eeuwige leven over mensen (vergelijk 20:23). Het verschil tussen Jezus die gekomen is met als doel de wereld te redden en de leerlingen voor wie die redding realiteit is en die dat doorgeven aan ‘ieder die gelooft’. Dat is het ‘grotere werk’ van de leerlingen, ‘omdat Ik naar de Vader ga’, zoals Jezus zegt (vers 12). Dit ‘grotere werk’ is verbonden aan de belofte van de Heilige Geest, die de leerlingen de weg zal wijzen naar volle waarheid en die de wereld zal overtuigen van Jezus (14:8-13).

Ook de tweede belofte van Jezus vraagt om nauwkeurig lezen. ‘Wat jullie in mijn naam ook maar vragen, ik zal het doen’. Omdat de uitdrukking ‘in Jezus’ naam’ voor ons heel gebruikelijk is, verstaan we niet gemakkelijk de specifieke betekenis van deze uitdrukking in het evangelie van Johannes. De uitdrukking ‘in mijn naam’, komt alleen in de hoofdstukken 14, 15 en 16 voor: in de gesprekken bij de afscheidsmaaltijd. Jezus spoort zijn leerlingen aan om na zijn vertrek te bidden ‘in mijn naam’. Daarmee maakt hij zijn blijvende aanwezigheid duidelijk: ‘wat je in mijn naam vraagt, zal Ik doen’. Als Jezus zelf niet meer aanwezig is om van de Vader te getuigen, mogen de leerlingen in de naam van Jezus rechtstreeks tot de Vader bidden. Jezus zal zelf actief worden om te geven, wat ze nodig hebben voor hun ‘grotere werk’.

‘In Jezus’ naam’ is dus niet in Jezus’ macht en autoriteit claimen, dat de boze moet wijken, de storm moet stoppen of iets dergelijks. Het is ook niet de heerschappij van Jezus uitroepen over mensen of plaatsen. Het gaat hier niet om gebedsverhoring, maar om de blijvende aanwezigheid van de Heer bij de voortgang van zijn missie: het behoud van mensen en het nieuwe leven. Hoewel Hij zelf niet meer op aarde is, blijft Hij aanwezig om zijn werk verder te brengen. Een enorme bemoediging voor de leerlingen, die het afscheid van Jezus zwaar op de maag ligt (13:36; 14:5,8). Voor de kerk betekent dit een toezegging, dat niets of niemand het eeuwige leven kan breken. Wat daarvoor nodig is, wordt gegarandeerd door Vader, Zoon en Geest. In dat vertrouwen voert de kerk haar missie uit en ontvangen mensen het eeuwige leven door te geloven.

Aanwijzingen voor de prediking

De woorden van Jezus doen het goed als bezweringsformules. Losgemaakt van hun contekst kunnen ze door mensen gemakkelijk worden misbruikt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij gebedsgenezers en welvaartspredikers. De argumentatie is eenvoudig en lijkt bijbels: wat Jezus deed (genezen, wonderen, demonen uitdrijven, doden opwekken), zouden wij ook kunnen. Ons zou zelfs beloofd zijn, dat we nog grotere wonderen kunnen doen. Als je maar genoeg vertrouwen hebt in Jezus… Hou er rekening mee dat sommige hoorders in deze lijn denken of hier gevoelig voor zijn. Dit mag best expliciet gemaakt worden, mits een al te offensieve toon wordt vermeden. Hou het klein: je zoekt slechts naar de betekenis van déze tekst.

Op zich heeft een directe, persoonlijke toe-eigening van een bijbeltekst voor een individuele lezer een zekere legitimiteit. Maar wanneer je bovenstaande als belofte van God aan anderen voorhoudt, is pastorale schade niet te vermijden. Vooral vanwege de conditie: ‘als je maar genoeg vertrouwen hebt’. God doet wonderen. Maar er ligt geen belofte, dat dit altijd gebeurt, als je er maar op vertrouwt. Dat is niet onze ervaring en lezen we ook niet van de gelovigen in de nieuwtestamentische tijd. Bij goede lezing betekenen de woorden van Jezus in dit bijbelgedeelte iets anders. Van de prediker mag worden verwacht, dat hij of zij de gemeente voorgaat in zorgvuldig lezen. Daarin ontvangen de hoorders toerusting om hun verwachting af te stemmen op de echte toezeggingen van Jezus.

Het is bij een preek over deze tekst belangrijk, dat er goede uitleg wordt geboden, zonder dat het een exegetisch college wordt. Als de gemeente aan zo’n inhoudelijke preek niet gewend is, zal dit aan het begin moeten worden aangekondigd, zodat er motivatie komt om hierin de prediker te volgen. De kunst is om de uitleg in te bedden in een positieve boodschap van de preek.

Een mogelijk perspectief voor de preek kan gevonden worden in de misvatting, dat dit zou gaan over gebedsverhoring voor al onze wensen. Alsof Jezus een soort carte blanche geeft. De bemoediging van de preek ligt ergens anders: in de belofte van de blijvende aanwezigheid van Jezus en zijn doorgaande werk om mensen te redden. Geloof in Jezus geeft eeuwig leven, dat een ruim, blij en hoopvol leven is, hoe de omstandigheden ook zijn. Met dat perspectief kunnen we de lijdenstijd doormaken. Het leidt tot een leven ‘in Jezus’ naam’, waarmee niet zijn macht wordt geproclameerd, maar je op zijn begeleiding leert vertrouwen.

Ideeën voor kinderen en jongeren

‘Het is toch ‘ja’ he juf? U zegt toch ‘ja’? Eerst moet u ‘ja’ zeggen, voordat we onze vraag stellen!’ Kinderen kunnen dit als spel spelen. Hoe zou een wijze leerkracht reageren? Is de belofte van Jezus ‘wat je ook vraagt, ik zal het doen’ niet net zoiets? Nee dus: zo werkt dat niet. Wat Jezus wél belooft, laat zich ook in de schoolwereld vertalen: de leerkracht die haar kinderen kent en zegt: ‘Als je me nodig hebt, hoef je maar je vinger op te steken en dan help ik je. Samen komen we er wel uit’.

Kees van Dusseldorp is predikant NGKV (Neede) en docent homiletiek aan de Theologische Universiteit Kampen.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken