Menu

Premium

Preekschets Johannes 14:1-3 – Hemelvaart

Johannes 14:1-3

Hemelvaart

Ik ga heen om u plaats te bereiden…

Schriftlezing: Johannes 14:1-14

Het eigene van de hemelvaartsdienst
Hemelvaart lijkt op een afscheid en kan als zodanig geen feest zijn. Johannes kent geen apart hemelvaartsgebeuren als afscheidsmoment. Bij hem begint het afscheid met de verhoging aan het kruis, maar daarin wordt juist de liefde tussen Jezus en de zijnen voor altijd bevestigd. De gemeente mag op deze dag horen dat ze zich in liefde en geloof met Jezus verbonden mag weten en dat deze verbondenheid hier en nu, over zal gaan in een verheerlijkte verbondenheid straks.

Liturgische aanwijzingen

Als tweede Schriftlezing is Johannes 17:24-26 mogelijk, waar dezelfde gedachte wordt uitgesproken als in Johannes 14:1-3, maar dan in de vorm van het gebed van Jezus tot zijn Vader. Het is ook mogelijk te lezen uit 1 Tessalonicenzen.4:13-17 of Filippenzen 1:20-26. Mogelijke liederen: psalmen over het verlangen naar het huis van God: LvdK Psalm 27; 42:3,7; 43:3, 4, 5; 84; Gezang 234; 235; 270.

Geraadpleegde literatuur

Rudolf Schnackenburg, Das Johannesevangelium, 13-21,Freiburg 1975 (ThkNT); H.N. Ridderbos, Het evangelie naar Johannes II, Kampen 1992; L. Kievit, Vertrouwen en verwachten, Kampen 1979.

Uitleg

Het werkwoord tarassoo kan beter niet met ‘ontroeren’ vertaald worden. Dit woord wekt vooral de associatie met verdriet, terwijl het hier veeleer om verwarring gaat. De grondbetekenis is ‘door elkaar schudden’. Jezus bedoelt: jullie moeten niet stuurloos worden, geheel en al in de war raken. Hij haakt hier aan bij alles wat tijdens de voorafgaande maaltijd is gezegd en gebeurd: het plotselinge vertrek van Judas, Jezus’ eigen woorden over zijn spoedig heengaan naar een plaats waar ze Hem niet zullen kunnen vinden (13:33) en de voorzegging van de verloochening door Petrus. Al met al meer dan genoeg redenen voor de discipelen om geheel uit het lood geslagen te zijn. Jezus doet nu allereerst een beroep op hun geloof in God. Om de betekenis goed te begrijpen, moeten we dit vers iets anders vertalen dan in NBG, namelijk als volgt: ‘Gelooft gij in God, gelooft dan ook in Mij’. ‘Geloven’ moeten we hier opvatten in zijn oudtestamentische grondbetekenis: ‘vast op iemand bouwen’. ‘Für Johannes gibt es immer nur ein Glauben an Jesus und Gott zugleich’ (Schnackenburg).

In 13:33 heeft Hij gezegd: ‘Waar Ik heenga, kunt gij niet komen’. Dit woord zal nog de meeste verwarring, angst en verdriet gegeven hebben. Nu haakt Hij hier bij aan en zegt dat Hij heengaat om ervoor te zorgen, dat zij uiteindelijk ook daar zullen komen zodat ze opnieuw met Hem verenigd zullen zijn. In het huis van de Vader zijn vele woningen. Er is ook plaats voor hen. En wat van de Vader is, is ook van Jezus. Vergelijk ook 17:10: ‘Al het Mijne is het uwe en het uwe is het Mijne’. Nu begrijpen we nog weer beter het in 14:1 gezegde: bouwen op de Vader is ook bouwen op Mij!

Vers 2 ‘anders zou Ik het u gezegd hebben’, is een minder gelukkige vertaling. Het is toch uit niets af te leiden, dat er in het huis van de Vader niet vele woningen zouden zijn en dat Jezus zijn discipelen in de steek zou laten. Daarom kan beter vertaald worden: ‘als het niet zo zou zijn, had Ik u dan gezegd: Ik ga weg?’( Schnackenburg). Dezelfde gedachte die we in deze verzen vinden, heeft Jezus ook al eerder onder woorden gebracht in 12:26: ‘. waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren’. Jezus keert terug naar de Vader en daar is ook plaats voor degenen, die Jezus hebben gediend.

Veel is door de uitleggers geschreven over het wederkomen van Jezus. Past deze uitdrukking wel in de eschatologie van Johannes, die immers de blijvende gemeenschap tussen Jezus en de zijnen voortdurend benadrukt? Dit laatste is waar, maar ook bij Johannes is er op verschillende plaatsen sprake van, dat er nog een voltooiing, een definitief en volmaakt worden van de gemeenschap zal komen (5:27; 6:39; 1 Joh. 2:28; 1 Joh. 3:2). Niet de zaak van de paroesie ontbreekt bij Johannes. Wel ligt veel nadruk op de continuïteit van de gemeenschap straks en nu, en ook ontbreken de gangbare beelden van de apocalyptiek. Vergelijk bijvoorbeeld hoe Paulus spreekt over het thuiskomen bij God en bij Jezus in 1 Tessalonicenzen 4:16 e.v., waarbij allerlei apocalyptische voorstellingen een rol spelen.

Aanwijzingen voor de prediking

De prediking met Hemelvaart wordt licht gehinderd door allerlei voorstellingen, die ver van ons af staan: voorstellingen, die samenhangen met een ander wereldbeeld. De prediking over deze tekst uit het evangelie naar Johannes kan ons helpen deze voorstellingen te relativeren. De gespiritualiseerde eschatologie van Johannes leidt ons direct tot de kern van de zaak: de relatie van Jezus met de zijnen en van de zijnen met Jezus. Deze relatie is onverbrekelijk en deze relatie zal ook door de dood heen standhouden. Wat betreft het hoe en het wat blijft er bij Johannes veel in het midden. Dat is voor hoorders in onze tijd een voordeel in vergelijking met hetgeen bijvoorbeeld Paulus schrijft in 1 Tessalonicenzen. Bij apocalyptische beelden zoals Paulus die daar gebruikt (de aartsengel, de bazuin etc.), moeten we altijd weer uitleggen, dat het beelden zijn, die dus niet letterlijk opgevat moeten worden. Maar mensen doen dat toch altijd weer. En voor anderen, die dat niet kunnen of willen, zijn deze beelden dan een struikelblok om tot de zaak te komen. Het enige beeld, dat in de tekst gebruikt wordt is het beeld van de woningen. Uiteraard is ook dit beeld niet bedoeld om letterlijk genomen te worden. Maar het beeld van de woningen roept waarschijnlijk ook bij de hoorders vrij direct andere dan letterlijke associaties op. Wij mogen thuiskomen bij God. Er is ruimte bij God, de ruimte van zijn liefde. Hemelvaart betekent dat Jezus als voltooiing van zijn leven, lijden en gehoorzaamheid in liefde voorgoed een plaats bij God gekregen heeft en dat Hij ons daarin is voorgegaan. Maar net zomin als de andere heilsfeiten is Hemelvaart los verkrijgbaar. Hemelvaart is het einde van de weg door lijden heen tot heerlijkheid.

Er is voor volgelingen van Jezus zeer veel reden om in de war te raken. Waarom pleegt Judas verraad, blijkt Petrus niet betrouwbaar ondervindt de zaak van Jezus zoveel weerstand? Die vragen zijn er ook vandaag. Het gaat er echter om, door alles heen vast te blijven bouwen op God en op Jezus. God, die de zaak van Jezus helemaal tot de zijne heeft gemaakt. We spreken niet over God in het algemeen, die alle mensen van goede wil en misschien de anderen ook nog wel, in het hiernamaals opwacht. We spreken in de kerk over Jezus, zijn weg van liefde tot het einde, zijn gemeenschap met de Vader en de mensen in restloze zelfopoffering. Die weg heeft toekomst. Die weg liep voor Hem uit op de hemel en die weg loopt ook voor zijn volgelingen uit op de hemel. Wat die hemel inhoudt, proeven zij nu al in de gemeenschap van liefde met Hem en met elkaar. De ‘gerealiseerde eschatologie’ van Johannes brengt de hemel heel dichtbij. Het zou ook vrij troosteloos zijn wanneer we deze hemel miljarden lichtjaren van ons verwijderd moesten denken. ‘Het gaat niet om een avontuurlijke tocht door de lucht, weet ik waarheen. Het gaat om het verkeer tussen God en de mensen, het gaat om hemel en aarde verenigd te saam. In de naam: Jezus.’ (Kievit, 155).

Toch is er niet alleen een hemel op aarde in de gemeenschap met God en Jezus, maar dit voorlopige wordt volmaakt en definitief. Dat te geloven is genoeg, meer dan voldoende. We mogen onze eigen beelden erbij invullen, maar alle beelden schieten tekort. We kunnen over de tekst alleen preken vanuit het geheim van de unio mystica cum Christo (Calvijn). Dat is geen geringe zaak. Laten we er niet te gemakkelijk over preken. Laat het zijn in vreze en beven. Laat de gemeente ook iets voelen van de wondere genade van de verkiezing, wanneer we zo Jezus mogen volgen: ‘Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen…’ (Joh. 15:16).

Wellicht ook interessant

Bernd Hirscheldt
Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Wondertjes

Een van de mooiste kanten aan het vak van predikant is dat je nooit kan bepalen met wie je in contact zal komen. Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar het is een voorrecht om met mensen te kunnen omgaan die je niet zelf hebt uitgekozen, omdat ze precies dezelfde interesses hebben of omdat ze het roerend met je eens zijn. Of omdat je een gemeenschappelijk verleden met elkaar deelt. Dat alles geeft een gevoel van vertrouwelijkheid, maar een nieuwe ontmoeting met een onbekende, iemand die in een heel andere wereld leeft, blijkt vaak veel boeiender te zijn.

None

Meganck – God

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

Nieuwe boeken