Menu

Premium

Preekschets Johannes 19:38-42

Goede Vrijdag

Johannes 19:38-42

Na deze gebeurtenissen vroeg Josef van Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

Schriftlezing: Johannes 18 en 19

Het eigene van de dag

Sinds de paasviering in de vierde eeuw over drie dagen (sacrum triduum) verspreid werd, is de vrijdag de dag om het lijdensevangelie te lezen. Daarnaast kregen een uitgebreide voorbede en de kruisverering een plaats en de communie met eerder geconsacreerde hosties.

Na de Reformatie raakte het houden van kerkdiensten op Goede Vrijdag in onbruik totdat deze gewoonte in de achttiende en negentiende eeuw hersteld werd. In de Hervormde Kerk werd op deze avond het Avondmaal gevierd.

Het klassieke evangelie voor deze dag is Johannes 18 en 19, dat in zijn geheel gelezen wordt. In de protestantse traditie zou volstaan kunnen worden met het lezen van deze hoofdstukken, afgewisseld met zang en muziek. Ook kunnen tussendoor enkele overdenkingen uitgesproken worden. In deze schets is gekozen voor een preek over enkele verzen uit de evangelielezing.

De liturgische kleur is paars of zwart.

Uitleg

Vers 31 en 42 vestigen de aandacht op het moment van Jezus’ sterven en begrafenis. Niet toevallig was dit aan het einde van de werkweek, kort voor het begin van de sabbat. De verzen 28-30 beschrijven het sterven van Jezus in actieve vormen. Hij koos dit moment om te sterven.

Zoals de Schepper zijn weektaak op vrijdagmiddag had afgerond (Genesis 1:31), zo hadden de Israëlieten dit eeuwenlang gedaan. Een soort voorbode van deze vrijdagmiddag waarop Jezus zijn taak afrondde met de woorden ‘Het is volbracht.’

In de laatste uren voor de sabbat wordt Jezus begraven. Deze begrafenis staat in schril contrast met zijn vernederende dood. Gekruisigden werden in de regel niet begraven en als ze toch begraven werden, gebeurde dit vaak in een massagraf. Jezus krijgt een eervolle begrafenis. De manier waarop het vernederende kruis en het eervolle graf tegenover elkaar staan herinnert aan Jesaja 53 en laat daarmee zien dat zijn sterven het plaatsvervangend sterven is waar de profeet in dit hoofdstuk van spreekt.

Wie de hoofdrolspelers in deze scène, Josef en Nikodemus, in de preek tot leven wil laten komen, doet er goed aan de verschillende bijbelpassages over deze mannen te lezen en zelf te noteren welk beeld hij/zij vormt over hun persoon, hun rijkdom en invloed en hun verhouding tot Jezus, zijn prediking en zijn volgelingen.

Voor Josef van Arimatea: Matteüs 27:57-61, Marcus 15:43-47 en Lucas 23:50-56.

Voor Nikodemus: Johannes 3 en 7:45-53.

Opmerkelijk is dat Johannes, anders dan de synoptici, Josefs vrees om voor zijn geloof uit te komen benoemt en dat hij als enige Nikodemus noemt en erbij vermeldt dat hij in de nacht bij Jezus gekomen was. Buiten de zichtbare volgelingen van Jezus waren er dus meer gelovigen, waarbij er nog weer onderlinge verschillen zijn.

Deze laatste verzen van hoofdstuk 18 en 19 verschillen in sfeer aanmerkelijk van de rest. De tekst (en ook filmbeelden) kunnen niet overbrengen welke geur er hangt. Maar probeer de dominante geur die vers 39b beschrijft eens op te snuiven. Ondanks de kleine afstand tot Golgota (in ruimte en in tijd) zijn we in een andere sfeer terechtgekomen.

Het lijdensevangelie begint (18:1) en eindigt (19:41) in een olijftuin. De heilsgeschiedenis in het klein: zoals Gods geschiedenis met mensen van paradijs naar paradijs gaat, zo gaat het lijdensverhaal van tuin naar tuin. Van rust via onrust naar rust. Hoewel Johannes Jezus’ kruiswoord over het paradijs (Lucas 23:43) niet citeert, is het paradijs-perspectief in zijn lijdensevangelie wel degelijk aanwezig. In een hof, waarschijnlijk verzorgd door een tuinman (20:15) krijgt Jezus een nieuw uitgehouwen graf.

Johannes 19:38-42 ademt één en al rust. De rust van het kruiswoord ‘Het is volbracht’. Rust, zoals die er altijd al was op vrijdagmiddag. Rust voor Jezus die zijn taak voltooid heeft. En Josef en Nikodemus vinden rust bij Jezus.

Jesaja profeteert: ‘Hij offerde zijn leven voor hun schuld om zijn nageslacht te zien en lang te leven.’ En daar komen ze aan: deze twee uit de stad Jeruzalem, en duizenden anderen uit Judea, Samaria en alle landen van de wereld.

Aanwijzingen voor de prediking

Wanneer deze tekst op Goede Vrijdag klinkt, is het de afsluiting van het lijdensevangelie. De lijnen vanuit Johannes 18 en 19 overheersen, terwijl er ook verbindingen lopen naar Johannes 20.

Wie op Stille Zaterdag over deze tekst preekt zal mogelijk andere accenten leggen.

Veel kerkgangers hebben op vrijdagavond nog de drukte van het werk in hun hoofd. De werkweek moest afgesloten worden voor het lange weekend. Thuis zijn er misschien al voorbereidingen getroffen voor de paasdagen. Het lijkt soms alsof je nooit klaar bent, alsof het nooit genoeg is. Dit gevoel kan ook de verhouding met God beheersen: je voelt je tekortschieten. Daarbij doet de kerk voortdurend een beroep op je inzet. Is het dan nooit genoeg? Jezus laat een ander geluid horen: ‘Het is volbracht.’ Het klinkt aan het kruis en het beheerst de gebeurtenissen in vers 38-42.

Ook het lijdensverhaal kan het gevoel geven dat het voor God nooit genoeg is. In hoofdstuk 18 en 19 volgt het één op het ander. Kruip daar eens mediterend doorheen en ervaar hoe het aan het einde van het verhaal eindelijk genoeg is: ‘volbracht’.

Het optreden van Josef en Nikodemus biedt de prediker identificatiemomenten. Vergelijk Nikodemus’ optreden in Johannes 3, 7 en 19. Zie Josefs worsteling om voor zijn geloof in Jezus uit te komen.

De tekst eindigt bij Jezus’ graf. Hij heeft rust gevonden. Jesaja 53 geeft aanleiding om verder te kijken: Jezus’ volgelingen mogen rust vinden, Josef en Nikodemus als eersten: ‘Ruht wohl und bringt auch mich zur Ruh!’ (Johannespassion).

Dit kan een mooie afsluiting van de preek zijn en, waar het Avondmaal gevierd wordt, een overgang naar de viering.

Aanwijzingen voor de liturgie

Het is een mooie gewoonte de dienst in stilte te laten beginnen en eindigen.

Uit het Nieuwe Testament kan Johannes 18 en 19 in zijn geheel gelezen worden. Ook bij een klassieke dienst met een preek van een half uur leidt dit niet tot een al te lange dienst. De lezing van het lijdensevangelie kan afgewisseld worden met Gezang 587 uit het Nieuwe Liedboek, dat hier speciaal voor gedicht is op de melodie van ‘Herzliebster Jesu’. Bij het gezang is een indeling van de lezingen aangegeven. Uiteraard zijn er ook andere mogelijkheden om lezing, zang, muziek en stilte (!) af te wisselen. De zeven delen van het lijdensevangelie kunnen gelezen worden door zeven verschillende lectoren, waarbij de predikant de laatste lezing verzorgt (tegelijk de preektekst).

Ook is het mogelijk het evangelie door drie stemmen te laten voorlezen (evangelist, Christus, overigen).

Hier en daar is het de gewoonte bij de voorlezing van Johannes 19:30 de paaskaars te doven. Hoewel dit als zeer ontroerend ervaren wordt, is het toch minder juist. Als de paaskaars symbool is van de aanwezigheid van de opgestane Heer, dan past het om deze ook te laten branden tijdens de Goede Vrijdag-preek.

Als lezingen uit het Oude Testament worden vanouds Exodus 12, Hosea 6:1-6 en Jesaja 52:13-53:12 genoemd. Met name deze laatste lezing past goed bij deze preekschets.

In heel wat gemeenten is het de gewoonte om op Goede Vrijdag het Avondmaal te vieren. Aansluitend bij de oude kerk pleit ik er juist voor dit niet op de vrijdagavond maar op de Paasdag te doen. (Zie mijn Tijd voor het geheim van Christus, 105-106.)

Geraadpleegde literatuur
J.H. Bernard, Gospel according to St John (ICC), Edinburgh 1928.
P.H.R. van Houwelingen, Johannes (CNT3), Kampen 1997.
H. Ridderbos, Het evangelie naar Johannes, Kampen 1992.
G. van der Kamp, De drie dagen van Pasen, Zoetermeer 2001.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken