Menu

Premium

Preekschets Lucas 2:11 – Kerst

Lucas 2:11

Kerstmorgen

U is heden de Heiland geboren…

Schriftlezing: Lucas 2:1-14

Het eigene van de dag Zie 24 december

Liturgische aanwijzingen

LvdK Psalm 98; Gezang 142; 146; 149; 151; A.F. Troost: Zingende Gezegend, lied 113. Van Inge Lievaart het gedicht: ‘Waar God zich heeft gebogen’ (bron onbekend). Tweede lezing: Filippenzen 2:5-11.

Geraadpleegde literatuur

Karl Barth, Den Gefangenen Befreiung. Predigten aus den Jahren 1954-59, Bazel 1959; J. Spoor (red.), De kerk in de gevangenis, Kampen 1983 (met name het artikel van J. Firet over de verantwoordelijkheid van de gemeente); Nico den Bok en Guus Lambooy, Wat God bewoog mens te worden. Gedachten over de incarnatie, Zoetermeer 2003 (met name het artikel van Henri Veldhuis).

Het perspectief van mensen ‘binnen de muren’. De achterliggende gedachte bij deze preekschets is dat het verrassend kan zijn om de kerstboodschap te horen vanuit mensen die in de gevangenis zitten.

In het leven van alledag wordt er een grote kloof ervaren tussen mensen, die gevangen gezet zijn en mensen, die vrij rondlopen. In onze samenleving bestaat er een ‘wij-zij’-denken ten aanzien van gedetineerden. Je zou een gevangenisstraf kunnen vergelijken met excommunicatie. Het heeft het effect van uitbanning uit de gemeenschap. Ook na de detentie blijft dat meestal zo: eens een dief, altijd een dief. Veel ex-gedetineerden kunnen niet terugvallen op een dragend netwerk.

Een kerkdienst in de gevangenis is bij uitstek de plaats om het tegengestelde gestalte te geven. Het is een uitnodiging om bij elkaar te komen met de Allerhoogste en het kan gemeenschap en communicatie tot stand brengen. Als teken daarvan zijn er ook kerkbezoekers ‘van buiten’ aanwezig. Zij laten zien dat de gedetineerden binnen de muren deel mogen uitmaken van het grotere verband van de gemeente van Jezus Christus. In de gevangenis kom je mensen uit de hele wereld tegen: uit diverse culturen en religies en uit verschillende kerken. De kerkdienst heeft een grensdoorbrekend en oecumenisch karakter. De uitdaging is dan om de bijzondere christelijke identiteit niet te verliezen, maar om die juist te verrijken.

Juist met kerst zijn er gedetineerden die zich des te meer isoleren. De gedachte te ontbreken in het verband van familie en vrienden is voor hen ondraaglijk. Ze neigen er daarom naar om ook de kerkdienst te mijden. Aldus versterken zij ook zelf het gevoel er niet meer bij te horen.

Het perspectief van de bijbeltekst. Het is geen toeval dat herders de eersten zijn aan wie de kerstboodschap wordt gebracht. Herders behoren in die dagen tot de armen en geringen. Het zijn mensen die buiten de boot gevallen zijn. Als nette burgers wil je liever niet met hen te maken hebben. Het zijn mensen op wie je neerkijkt. Herders nemen het niet zo nauw met de regels. Voor een rechtbank heeft hun getuigenis geen waarde, ze zijn per definitie onbetrouwbaar. Ze leven als illegalen: afgeschreven, verbannen naar het vrije veld, ver van het gewone volk. Herders zijn voor niets en niemand bang, maar ze staan aan de grond genageld als de hemel openscheurt. ‘Weest niet bevreesd’ klinkt hen tegemoet. Een geboorteaankondiging die heel het volk aangaat, met wereldomvattende pretenties. Tegelijkertijd blijkt dit bericht in de concrete situatie heel persoonlijk en uniek.

Voor jullie De eerste hoorders van de kerstboodschap zijn de herders: dat uitschot van de maatschappij. Vanuit dit centrum wordt de kring groter en groter. Ook wij worden vandaag tot horen uitgenodigd en tot hoorders gemaakt. En wij staan in dezelfde kring als de herders, want er is geen ander heil voor ons dan voor hen. De verkondiging zoekt ons op waar wij concreet zijn en geen mens is te zeer verloren geraakt om niet gevonden te kunnen worden.

Heden Niet pas morgen, maar midden in het leven van deze dag. Alsof de tijd stil staat, zo komt de kerstboodschap onder ons met de geldigheidswaarde van de actualiteit. Midden in de nacht kan wijzen op de meest donkere tijd. Midden in de afgeslotenheid van het bestaan kan er een nieuwe dag beginnen.

Heiland Hij komt als helper en Hij brengt heil en heling voor een verscheurde wereld. Hij komt om te redden en om te bevrijden wie verloren dreigen te gaan. Hij brengt zonder voorwaarde of uitzondering vrede voor alle mensen want allen hebben Hem nodig.

Geboren De Heiland is geboren als een kind. Op deze wijze brengt God vrede. Door middel van de incarnatie waarin de kloof tussen de Eeuwige en de mens overbrugd wordt en waarmee Hij zich voorover buigt over ons menselijk bestaan. In volmaakte liefde zoekt Hij ons op waar wij ons bevinden, om dichtbij te zijn, als mens onder de mensen.

Dit gebeuren van menswording is uniek ten opzichte van andere religies. Het is het ongeëvenaarde liefdesaanbod aan ons van de Vader van Jezus Christus. Deze Jezus is de langverwachte Zoon van David, de Messias, geboren in de stad van David. En tegelijkertijd is Hij de Kurios, de Heerser, maar niet van het machtige Imperium Romanum.

Het perspectief van mensen ‘buiten de muren’

Het is in toenemende mate een vraag geworden hoe wij het kerstfeest kunnen vieren in onze gecommercialiseerde wereld. In een sfeer die gedomineerd wordt door de kerstman en met de vertrouwde kerstliederen als behang in de supermarkt? Hoe kunnen wij in de kerk de uniciteit en reikwijdte van het kerstfeest overeind houden? In een multireligieuze en multiculturele samenleving worden wij des te meer uitgenodigd om duidelijke theologische lijnen te trekken met kerst. Om die samenleving te laten zien welk belang wij blijven hechten aan de viering van het kerstfeest.

Een belangrijk punt is dan de incarnatie, zeker in onderscheid met de islam die hier niets van moet hebben. Dat alzo de liefde Gods geschiedt in een kwetsbaar mensenkind is voor hen afgoderij. Juist met kerst is in de gevangenis dit onderscheid met de islam te merken. Onze kerntekst biedt voldoende aanknopingspunten om daar iets over te zeggen.

Daarnaast kan het veelzeggend zijn om ons als gemeente bewust te worden van de positie van gevangenen. Dit zou kunnen wanneer wij ons inleven in hun situatie terwijl wij de tekst lezen. Want wij worden als gemeente uitgenodigd ons met hen verbonden te voelen. Als medegevangenen, zoals in de Hebreeënbrief (Hebr. 13:3) wordt voorgesteld en waar Firet naar verwijst.

Het kan tegelijkertijd een manier zijn om ons te ontdoen van glitter en glamour en dat helpt om met kerst bij de kern te komen. Het dunste laagje vernis vertoont in de gevangenis immers zichtbare scheuren en barsten. Maar dat vraagt wel de innerlijke bereidheid om jezelf niet beter te achten en daar kunnen nog wel eens heel elementaire weerstanden liggen. Die gedachte kan onrustig maken, vooral de verborgen vraag daarin: ben ik ook een mens zoals die gedetineerde? Het benoemen van zulke gedachten en gevoelens kan echter vervolgens werken als een spiegel, waardoor wij des te meer oog krijgen voor de genade en ontferming die er spreekt uit het kerstevangelie. Het besef van verbondenheid met broeders en zusters in omstandigheden zoals die van een gevangenis – waarbij de nood van de zonde ingebed is in alle andere nood – kan de gemeente vervullen met een genegenheid die bereid is kloven te overbruggen.

Het kerstfeest mogen wij vieren als het feest van de incarnatie. Wanneer wij mensen om allerlei redenen niet in staat blijken te zijn om onszelf te verheffen tot God, dan is Hij genegen om af te dalen naar ons. In dit neerbuigen, in deze diepe genegenheid mogen wij de liefde Gods herkennen en beamen. Daarin wordt de diepste kloof overbrugd en worden wij vervolgens uitgenodigd om deze liefde door te geven aan eenieder die daarnaar uitziet.

Concreet kan dat de vorm aannemen van het tonen van verbondenheid met onze broeders en zusters in deplorabele situaties, inclusief die van gevangenissen. Als gemeente van Jezus Christus hebben wij vanuit het hart van het evangelie zelf redenen om de maatschappelijke verbanning te relativeren en om de communicatie te herstellen. Het is daarbij goed om te beseffen dat er in alle penitentiaire inrichtingen van ons land met regelmaat kerkdiensten gehouden worden, ook met kerst!

Karl Barth stelt zich in zijn gebeden en preken, die hij hield in de strafgevangenis van Bazel, steeds weer zó nederig en solidair op, dat daar op zïch al zeggingskracht vanuit gaat.

In beginsel is er geen andere boodschap van heil voor ons ‘buiten’, en voor gevangenen ‘binnen’ de muren. Want wij zijn allemaal op dezelfde wijze aangewezen op Gods genade en ontferming. Het ‘wij-zij’-denken wordt principieel doorbroken.Firet schrijft ‘dat de situatie van de gevangenis voor de Heer een heel vertrouwde situatie is, eigenlijk de meest “gewone” situatie om mensen zijn heil te openbaren. Want waartoe is Hij anders gekomen dan om mensen, gevangen in angst en schuld en uitzichtloosheid, te brengen op de weg van de vrijheid?’ Tegen de achtergrond van het levensverhaal van gevangenen kunnen wij soms meer gaan beseffen van de diepgang van de liefde Gods. En met kerst mogen wij vieren dat Hij afgedaald is uit de hoge hemel om ons op aarde onze menselijkheid terug te geven.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken