Menu

Premium

Preekschets Marcus 1:37

Marcus 1:37
Tweede zondag van Epifaniën

Zij vonden Hem en zeiden tot Hem: Allen zoeken U.

Schriftlezingen: Psalm 103; Marcus 1:29-39

Het eigene van de zondag

Zie bij de preekschets voor Epifanie

Uitleg

De leerlingen gaan zich in het missionair beleid mengen en menen dat zij Jezus, die lokaal bekend begint te worden, kunnen helpen door zijn wonderstatus te bevorderen. Jezus kiest echter een andere weg. In zowel ruimte als tijd valt de perikoop in drie delen uiteen (29-31; 32-34; 35-38). Ruimte: in huis – buiten bij de deur – in de woestijn. Tijd: op de sabbatdag – in de avond – in de nacht. De hoorder van Marcus’ verhaal wordt, verlucht met persoonlijke details, heel dicht bij enkele ontmoetingen gebracht. Je staat er bijna naast!

Vers 29 ek..eis Vanuit het leerhuis het leefhuis in. Thora en leven, boodschap van heil en gebroken mensenbestaan zijn elkaars hand en voet en lopen hier in elkaar over. En wel euthus, want de gebrokenheid dreigt zijn tol te eisen.

Vers 30 pentera, schoonmoeder. Van Petrus’ vrouw horen we bij Paulus (1 Kor. 9:5), die in een polemiek over het apostolisch recht op vrij onderhoud memoreert dat hij, net als Cephas (Petrus) dat blijkbaar deed, een vrouw op zijn reizen mee zou kunnen nemen. Legendarisch zijn verhalen over Petrus’ dochter Petronilla met wie hij in Rome zou hebben gewerkt (Goosen, 242).

Puressoo, koorts hebben. Ook in onze taal is er (via het Indogermaans) etymologisch verband tussen koorts en vuur. Vurige koorts moet gedoofd worden, anders is het dodelijk; maar wie kan die strijd aan? Vanouds zag men koorts als iets dat ‘bezit van je neemt’, een vijandelijke macht van buiten. Als de koorts een mens ‘verlaat’ is er herstel (zie ook Postille 47, 37).

Vers 31 egeiroo, ‘helped her up’ (Jerusalem Bible), ‘ende regte dese op’, (SV). De handeling van Jezus resoneert indrukwekkend met zijn eigen doop, waar Hij uit het water oprijst, en met zijn eigen dood en verrijzenis (16:6). Een lichaamstaal die geen woorden behoeft. Let op de inkleuring der synoptici. In Matteüs 8: Hij vat eerst haar hand, dan verlaat de koorts haar en staat zij op. Bij Lucas staat de bestraffing van de koorts centraal, als was het een daimoon. Marcus ziet vooral de aanraking: Jezus komt nader, grijpt (krateo, stevig beetpakken) haar hand en helpt haar overeind en de koorts verlaat haar. De conclusie hiervan kan zijn dat Marcus hier rechtstreeks uit Petrus’ mond navertelt, terwijl Lucas en met name Matteüs er een theologische meerwaarde in hebben gelegd.

Diakonein Het lijkt of de schoonmoeder, hersteld en wel, weer gelijk in haar vrouwelijke ondergeschikte diensterrol vervalt. De Marcusparallellen geven echter een andere kleur aan het dienen: in de woestijn temidden van roofdieren zijn dienende engelen een betrouwbaar tegenwicht (1:13) en bij de kruisiging, als alle leerlingen angstig zijn weggevlucht, zijn er vrouwen die Jezus trouw blijven door niet van zijn zijde te wijken (15:41). Dat is diakonie: niet weglopen, praktische zorg en nabijheid, ook al kost het alles (vgl. Luc. 8:3). Die levenshouding heeft Jezus zelf tot het uiterste geleefd.

Vers 32-34 De sabbat is voorbij, de week vangt aan. ‘Geloven op maandag’ begint met een overdosis aangedragen zieken naar lichaam en geest die in het donker bij de deur van Petrus’ huis om Jezus samendrommen, hopend op herstel. En wat doet Jezus? Therapeuein en ekballein. Het Griekse therapeuein betekent (ook in LXX) het met veel inzet dienen van goden en mensen. Vandaar: een zieke dienen, verzorgen, behandelen. In het Tweede Testament krijgt dit woord een geheel nieuwe betekenis: het is een dienst van de Messias Jezus aan de zieke die leidt tot werkelijk gezond worden door persoonlijk contact met heilzame genezingskracht. Dat is nieuw. Het rabbijnse jodendom van de eerste eeuw kende nauwelijks genezingsverhalen van wonderdoeners. Ziekte was een zaak tussen de Eeuwige en de zieke, die biddend om genezing mag vragen, in hope te worden verhoord. Wat Jezus nu doet is nieuw een brengt de beloftevolle (Trito-)Jesajawoorden (61:1, 2, Luc. 4:18vv) tot leven. Destijds was die oproep om een jubeljaar te proclameren in de barre realiteit van de post-exilische samenleving gesmoord. Maar nu worden die woorden opnieuw warm in de persoon van Jezus met zijn aandachtige betrokkenheid op zieken naar lichaam of geest. Later zal die kracht op de leerlingen worden overgedragen (Mar. 6:7, 13).

Polloi, velen. Niet allen? Zijn daar in die donkere avond naast vreugdekreten ook verdrietmomenten geweest, en ongenezenen die door hun geliefden weer werden weggesjouwd? (Luc. en Mat. zeggen ‘allen’). Jezus is geen routinegenezer. De genezingen zijn telkens als een trompetsignaal van de komende heilstijd.

Ekballein, zie vorige schetsen: Preekschets Marcus 1:10, Preekschets Marcus 1:17

Vers 35-38 Alleen Marcus vertelt kort, indrukwekkend en ingehouden over wat die nacht plaatsvond.

Vers 35 erèmos, woestijd, zie bij vers 4 en 13 in eerdere schets. Prosucheto, bidden. Van der Zeyde wijst op het imperfectum en vertaalt ‘Hij zette zich aan tot bidden’. Het impf. de conatu geeft aan dat een handeling nog niet afgerond is, het gaat om poging en intentie. Il se mit à prier (Segond Révisée) heeft die notie of ‘hij zocht het gebed’, ‘probeerde te bidden’.

Katediooksen Dit is geen navolgen maar opjagen. Daarom is beter Eilten ihm nach (H. Bruhns) of persued hi mand they found him’ (Rev. St. Version). Het lijkt of de leerlingen Hem willen claimen. Petrus maakt zich tot tolk van de massa door zijn ‘allen zoeken U’. Wat zoeken zij? Een nieuwe genezingsronde? Petrus’ eigen huis zou zelfs genezingstempel kunnen worden! Uit Jezus’ afwijzende antwoord spreekt zijn wil om tot evenwicht te komen in prediking en uitdrijvingen.

Aanwijzingen voor de prediking

1. De eerste leerlingen gaan gedreven hun navolging vormgeven. Zij waren in de synagoge medegetuige hoe prediking en genezing hand in hand gingen bij deze man van Nazaret. Nu gaan ze alle vier mee naar Simons huis,horen van de situatie, en spreken Jezus ‘terstond’ (‘on ne tarda pas’, vert. Segond) aan over Petrus’ zieke schoonmoeder. Koorts is vuur dat een mens razendsnel kan verteren. Let op de verschillen: zo druk als de leerlingen spreken, zo zwijgend is Jezus, die nu in vloeiend getekende bewegingen als het ware een stille helende pantomime met de zieke uitvoert.

2. Dat het hier om Petrus’ schoonmoeder gaat, heeft (los van schoonmoederhumor) tot soms komische associatieve verklaringen geleid. Men laat haar zich boos ‘ziek melden’ omdat haar dochter al het werk moet doen nu Simon achter Jezus is aangelopen! Maar ze herstelt op slag als ze zelf die man ontmoet! De meeste commentatoren laten het met de zieke (‘een koortsige schoonmoeder’) nogal meevallen.

3. Na de sabbat worden zieken van allerlei aard bij Jezus gebracht. In het ingevallen duister loopt het hele stadje uit, op zoek naar die wondere rabbi die de demonen kan wegjagen, handen oplegt en zieke mensen opricht. Opvallend is dat Jezus nergens zelf het initiatief tot genezende wonderdaden neemt. Mensen vragen, smeken, roepen of kijken in de hoop dat Hij iets kan. En Jezus handelt vanuit het vertrouwen dat mensen in hun besef van onheil in Hem stellen. De dagen en de woorden vallen samen in eu-angelion. Zo representeert Hij een ‘weldoende werkelijkheid van Gods naderend koningschap’ (Schillebeeckx, 158).

4. De boze machten herkennen Hem en worden bestraft Hem niet kenbaar te maken (vs 25,34). Door Marcus’ bril gezien: Jezus moet niet vastgepind worden op zijn wonderen. Het gaat om het totaal van het evangelie. En dat wordt eerst door lijden en dood op de paasmorgen herkenbaar bij de verhalen over de Levende! Dan zijn zowel de eindeloze liefde alsook de boze machten manifest geworden.

5. Is dit magie? Jesus, you are the miracleman, zingen Afrikaanse christenen. En hun voorgangers beoefenen in grote vrijheid en gesterkt door een meebiddende gemeente de dienst der genezing ‘in Jesus’ name’! Het tanend en verschralend Europees christendom, verstrikt in ijzig rationalisme en levend bij primaat van wat verifieerbaar en wetenschappelijk verklaarbar is, komt vaak niet verder dan de genezingsverhalen als beeldspraak op te vatten. Dan komt men weliswaar tot mooie gedachten, maar de vraag is of de snelgroeiende Afrikaanse kerken, die in de gebrokenheid van dat continent hun hulp en heil werkelijk ‘in the hands of God’ leggen, niet dichter staan bij het aanbrekend Koninkrijk!

6. Nog voor het volgende daglicht blijkt Jezus weg te zijn. De leerlingen proberen Hem op te sporen en vinden Hem biddend (zie Ps. 88). Ze verstoren zijn gebed omwille van al die zoekende zielen die hebben bemerkt dat er meer is dan alleen lijden. Allen zoeken U! Gedrevenheid kan ook té gedreven (overdreven?) zijn, zo blijkt uit Jezus’ antwoord. Hij wil niet alleen de wonderdoener zijn, maar zal zich inzetten om zijn boodschap in het gehele land te openbaren in beloftevolle woorden én in gevecht met de boze machten. Die beide kanten. Ligt daar niet onze missionaire taak vandaag? Het gaat dus niet om Jezus als prediker of wonderdoener sec. We kunnen Hem niet bewijzen met het herhalen van geloofswaarheden maar ook niet met genezingsmirakels. De kunst van communicatie van het evangelie is hedendaagse vormen te vinden om de goede boodschap van Gods naderend Koninkrijk te doorleven en vol vertrouwen te handelen vanuit zijn geschonken genezende krachten.

Geraadpleegde literatuur

Zie bij de Preekschets voor Epifanie. Verder ook: Postille 47 en 51; E. Schillebeeckx, Jezus, het verhaal van een levende, Bloemendaal 1974.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken