Menu

Premium

Preekschets Micha 4:2b

Micha 4:2b

Zesde zondag na Pinksteren

Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht,
vanuit Jeruzalem spreekt de Heer.

Schriftlezing: Micha 4:1-8

Het eigene van de zondag

Gevraagd twee schetsen te leveren uit Micha heb ik in overleg met de medescribent mijn keuze laten vallen op de hoofdstukken 4 en 5. Die teksten hebben in de kerken een hoog ‘kerstgehalte’. Maar de profetie van Micha is uiteraard niet voor onze kerstvieringen gecomponeerd. Voor de kerkgangers zou het wel eens een verrassing kunnen zijn om de hun vertrouwde (?) Michateksten voorgelezen en uitgelegd te krijgen op een zomerse zondag. Kunnen we in de kerk de profetie van Micha nog horen vanuit de overgeleverde context?

Uitleg

Micha 4 heeft parallelle verzen met Jesaja 2, dus valt er rijkelijk te speculeren: hadden ze dezelfde bron, wie is van wie afhankelijk? Volgens Van der Woude wordt ons in het boek Micha de stem van de profeet overgeleverd verweven met de tegenstem van opponenten. De NBV suggereert die ‘polemische functie’ grafisch met vijf spaties in dit hoofdstuk. Die presentatie verschilt nogal van de indeling in StV en NBG, alsook van die bij Buber, Oussoren, Chouraqui. Mijn voorgestelde schriftlezing is behalve op de Septuaginta vooral gebaseerd op het Joods Soncino-commentaar, dat de verzen 1-8 leest als ’s restoration andfuture glory.

De profetie van Micha, gedateerd aan het eind van de achtste eeuw, klinkt tot ons in de overgeleverde tekst. De woordfrequentie in de verzen 1-8 levert de thematiek: Jhwh (7x) in relatie tot de volken/naties (8x). Hoe Micha getuigt van die relatie? In de verzen 2-5 is even vaak sprake van gaan?wandelen (5x) als in heel de voorafgaande tekst. Het werkwoord h-l-k als motiefwoord keert weer terug in 6:8 – magna charta van heel Micha. Daar is de oproep ‘ootmoedig te wandelen met je God’ tegenbeeld van wat Micha waarnam: als Omri en Achab ‘hebben jullie gewandeld’ (6:18).

De interpretatie dat vanaf 4:1 opponenten het vredesvisioen uit Jesaja 2 gaan citeren en zodoende Micha’s onheilsprofetie over Sion en Jeruzalem (in 3:12) weerspreken overtuigt me niet. Die uitspraak zelf wordt ruim een eeuw later letterlijk geciteerd in Jeremia 26:18, maar Micha ‘in discussie met opponenten’ is veronderstelling van exegeten. Zeker, zijn visioen over ‘de berg van het huis van Jhwh’ haakt in op die voorafgaande, negatieve aankondiging dat ‘de berg van het huis’ tot woudhoogten zal verworden. Maar wat een profeet op korte termijn ziet gebeuren heft niet op wat hij in zijn visioen ziet geschieden ‘in het laatst der dagen’. Die uitdrukking stamt uit Genesis 49:1 (Jakobs zegen) en gebruikt Micha – evenals Jesaja – alleen hier. ‘In het laatst der dagen’ zal ‘de berg van het huis van Jhwh’ alleen maar steviger en hoger worden, met gevolg: ‘mim(volkeren) zullen ernaar toestromen! Terwijl Jesaja spreekt van ‘alle gojim’,zet Micha in met ‘mim,zó al in 1, 2. Die woordkeus acht ik veelzeggend. In heel het taalveld van Micha is 8x sprake van gojen 19x van ‘m- waarvan 9x ‘mijn volk’, zie 6:3: basis van het omstreden Beklag Gods!; in onze perikoop wordt 5x gojafgewisseld met 3x ‘m.Het unieke ‘toestromen’ krijgt een even uniek tegenbeeld in Jeremia 51:44: gojimzullen niet meer toestromen naar… . In onze perikoop spreken de ‘mim = gojimeigener beweging de wens uit tora/onderricht te verkrijgen van Jakobs God. Die Gód verkondigt hij universeel en verbonden aan ‘de bérg van het huis van Jhwh’. De onuitsprekelijke godsnaam is bij Micha weer méér verbonden aan ‘berg’ dan aan beth = ‘huis/tempel’. In zijn tekst is ‘berg van Jhwh’ het profetisch tegenbeeld van die Jhwh laten versmelten (1:4) of tot zijn getuigen maakt (6:lw). Micha proclameert naar de volkeren toe de heuvel Sion tot ‘berg van Jhwh’ en als zodanig tot basis van Gods tora (vs. 2) en koningschap (vs. 7).

De vredesprofetie in universele strekking (vs. 2 en 3) weerspreekt wat Micha in 3:11 in ergernis heeft geconstateerd: nationaal claimen ‘Jhwh bekirbenoelde Heer is in ons midden!’ ontneemt aan Jhwh het ‘richten’ over vele volken (sh-f~t alleen in 3:11 en 4:3) en zijn oordelen over ‘machtige, verre naties’ (met bij Jesaja) en het ontneemt aan de volkeren te ‘leren’ (ƒ -r- halleen in 3:11 en 4:2). Het daaropvolgend woordgebruik wordt automatisch vredestaal voor wie Israëls literatuur tot uitgangspunt neemt: in 1 Samuël 13:19-22 is voor het eerst sprake van ‘ploegschaar’ alsook van de combinatie ‘zwaard en speer’, nota bene vóór Saul in Israël onbekend! Meegehoord dient ook wat David tot Goliat zegt: ‘Jij komt tot mij met zwaard en met speer… en even later: ‘Heel deze gemeenschap zal weten dat Jhwh niet verlost met zwaard en met speer…’ (1 Sam. 17:45 en 47). Voor het zeldzame k-t-t(‘omslaan/omsmeden’) is illustratief wat Hizkia in 2 Koningen 18:4 doet. Heel vers 4 ontbreekt bij Jesaja, is gebaseerd op Leviticus 26:6, verwijst naar 1 Koningen 5:5 (StV 1 Kon. 4:25) en wordt ook in Zacharia 3:10 geciteerd.

Vers 5 onderstreept in vergelijking met Jesaja het eigene van Micha’s profetie. Begint Jesaja zijn oproep met een nationale vocatief (Huis van Jakob!), Micha stelt in zijn profetie het opgaan van alle ‘mimin parallel voorop:

Want alle volken zullen gaan, ieder in naam van zijn god[en],

maar wij, laten we gaan in naam van Jhwh, ónze God. Voor eeuwig en altijd. De Septuaginta geeft als eerste regel ‘Want alle volken zullen gaan, ieder Zijn weg’, wat tekstueel teruggrijpt op de uitspraak in vers 2 ‘ze (= Israël!) zullen ons (= gojim) tonen Zijn weg’ en aangeeft dat deze tekst al vroeg ‘oecumenisch’ geïnterpreteerd is.

De exclusieve Michaverzen 6-8 lees ik als één godsspraak. Het zeldzame S-l-‘, ‘de hinkende’, verwijst naar de mank geworden Jakob (Gen. 32:32), goj atsoem stamt uit Genesis 18:18: ‘Abraham zal worden tot een groot, machtig volk.’ De woorden ‘verzamelen’, ‘vergaderen’, ‘overblijfsel’ klonken al in de heilsprofetie 2:12-13. Dat geldt in het Hebreeuws ook voor Migdal-Eder, letterlijk ‘toren van de kudde’, hier troetelnaam voor Ofel, de heuvel waarop het koninklijk paleis stond. Die gelocaliseerde dochter Sion krijgt profetisch mee: op jou komt af het eerste bestuur, het koningschap voor dochter Jeruzalem.

Aanwijzingen voor de prediking

In de NBV is mijn uitleg maar ten dele te achterhalen. Het eerste probleem is daarmee gegeven: hoe vertalen we? De kerkelijke traditie heeft vervolgens Micha nogal eens opgediend als aankondiger van Jezus. In onze dagen staat ‘Jeruzalem’ bij menig kerkganger in het geheugen als politiek en religieus omstreden stad.

Vooropgesteld dient dus dat de taal van Micha een andere is. Micha kritiseert zijn tijdgenoten vanuit profetisch perspectief en hij houdt zijn contemporain Jeruzalem ‘berg Sion’ voor als ‘eeuwig en universeel’. De reëel aanwijsbare berg Sion is een onbeduidende heuvel in Jeruzalem. Maar in profetentaal steekt Sion boven alle uit: ‘want van Sion zal tora uitgaan!’ Inderdaad ‘tora’ als ‘onderlicht’ (NBV), maar in zijn eenmalige vermelding bij Micha niet los te denken van de tora, ‘die Mozes ons geboden heeft’ (Deut. 33:4). Micha’s felle protest tegen wat hij in Jeruzalem ziet gebeuren (3:11) stoelt in woordgebruik op het eerste van de Tien Woorden: ‘Ik, Jhwh, ben je God, die je deed uitgaan uit het land Egypte…’. Dus, ‘uitgaan’ als woord van bevrijding uit onderdrukkende macht. Het Jeruzalem van Micha was niet waartoe David het bedoeld had. Maar voor deze profeet uit de provincie is daarmee de droom niet vervlogen: Micha profeteert dat in het laatst der dagen de volken Jeruzalem gaan erkennen als bakermat voor vreedzaam samenleven. Vanwege de ‘debar Jhwh’, het woord van de Heer, dat uitgaat. De geschiedenis in! De NBV-tekst gebruikt twee werkwoorden, die beide niet in de grondtekst staan. Nee, in de actualiteit van toen en nu ‘klinkt’ géén onderlicht vanaf Sion en ‘spreekt’ Jhwh niet vanuit Jeruzalem. Micha 1:3 stelde al: ‘Zie, Jhwh gaat uit van zijn plaats’ (in 4:10 gaat dat gelden voor dochter Sion) maar in de preektekst wordt de actuele situatie overstegen (ook in 4:10) door de bevrijdende verkondiging: onderlicht en wóórd van Jhwh zullen blijven uitgaan! Met Septuaginta, Chouraqui, StV, NBG wil ik onze tekst toekomstgericht blijven vertalen. Het aardse Jeruzalem staat onder kritiek van het profetische Sion, maar blijft de bakermat vanwaar het woord des Heren uitgaat. Naar de volkeren.

In het Nieuwe Testament is ‘berg Sion’ een metaforisch begrip (Hebr. 12:22; Openb. 14:1). ‘(Dochter) Sion’ wordt alleen in profetische citaten genoemd. Maar ‘Jeruzalem’ staat met uitzondering van Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12; 21:2 overal voor de aardse tempelstad in . Voor christenen dient bepalend te zijn, dat Jezus eraan hechtte op te gaan naar Jeruzalem. Daar moest het geschieden! Vanwege zijn opgang naar Jeruzalem is ook de profetie van Micha uitgegaan naar ons, gojim. Daarom zingen we in de kerk over Sion en Jeruzalem. Toch hanteren Matteüs en Lucas twee schrijfwijzen: Hierosoluma en Hierousalèm. Matteüs laat alléén in de laatste van zijn twaalf Jerusalemteksten Jezus uitspreken ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten gedood heeft…’. In dat opvallend onderscheidend woordgebruik brengt Matteüs naar mijn inzicht over, dat de noties van menselijke geweldenarij én profetische heilsverwachting – ook na de val van Jeruzalem – zullen blijven kleven aan de plaatsnaam Jeruzalem. Dat is de eeuwen door ook manifest gebleken. Na de oprichting van de staat Israël met alle politieke verwikkelingen daaromheen nog sterker dan voorheen. De gemeente van Christus dient uitgelegd te krijgen, dat wie zijn geloofswaarheid verdedigt met geweld geen vertrouwen heeft in de kracht van zijn waarheid. Dat is de waarheid die ‘Jeruzalem’ vandaag de dag wereldwijd openbaart. Intussen, het vredesverlangen is onder de gojim niet gaan wandelen als geestesgoed vanuit de machtspolitiek van Babel, Athene, Rome, het gaat in onze dagen niet uit van Washington, Moskou, Mekka, maar is spruit van Israëls profeten die Jeruzalem met Sion als ‘berg van Jhwh’ proclameerden tot bakermat daarvan. Toevallig dat het VN-gebouw in de inscriptie draagt ‘Ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen’?

Liturgische aanwijzingen

Als evangelielezing: Matteüs 23:37-39. Liederen: zie register LvdK (Jeruzalem/ Sion); bijvoorbeeld Psalm 14; 48; 49; 50; 87; 97; Gezang 23; 34; 41; 261; 264; 265.

Geraadpleegde literatuur

A. Cohen, The Twelve Prophets (The Soncino Books of the Bible), Londen 1974; A.S. van der Woude, Profeet en establishment, Kampen 1985.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken