Menu

Premium

Preekschets Openbaring 12:10

Openbaring 12:10

Oculi

‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias.’

Schriftlezing: Openbaring 11:19-12:18

Het eigene van de zondag

De voorgestelde evangelielezing uit Lucas over de uitdrijving van demonen eindigt met een lofprijzing op de moeder van Jezus en een zaligspreking, en past in meer dan een opzicht bij Openbaring 12. Te denken is aan de zwerftocht door dorre streken, de terugkeer van zeven demonen (Luc. ll:24vv) en aan de overwinningskracht van God (Luc. 11:20). De naam van de zondag (Ps. 25:15v) vestigt net als Openbaring 11:19 de blik op de bevrijdende verbondskracht van de hemel.

Uitleg

  • In een beschrijvende stijl wordt hoorders in een metaverhaal (dat begint in 11:19) meegedeeld dat de hemel opengaat en dat de ark verschijnt. Een en ander gaat gepaard met fenomenen die een theofanie vergezellen: bliksem, donder, beving en hagel. Dan komt de vrouw op het hemeltoneel en even later staat haar tegenspeler, de draak, voor haar. Tableau. De vrouw baart leven, de draak zaait dood en verderf. De prachtige vrouw is stralend, de afzichtelijke draak is verwarrend veelkoppig, onvoorspelbaar en beschikt met de tien horens over grote, bekroonde stootkracht. De strijdmythe komt de hoorders in drie scènes voor ogen: a) Geboorte en ontsnapping van het kind en de vlucht van de vrouw naar de woestijn. De scène begint in de hemel, maar eindigt op aarde, tenzij de woestijn in de hemel is gelokaliseerd. Die interpretatie is mogelijk, omdat hoorders ‘in’ de hemel kijken, maar is, gezien het vervolg, niet waarschijnlijk (4b-6).b) De nederlaag van de draak, die met zijn trawanten de hemel wordt uitgegooid. Ook bij dit tafereel van de van kwaad bevrijde hemel wordt de blik van de hoorder naar de aarde getrokken (7-9). c)De achtervolging van de vrouw op aarde, waarbij de aarde de mond opent om een stroom water, die de vrouw zou moeten verdelgen, te verzwelgen. Daarna gaat de draak uit teleurgestelde woede tekeer tegen haar nageslacht (13-17).

  • Tussen scène 2 en scène 3 is de stijl anders. De ikfiguur is weer in beeld en vertelt dat hij een stem (bath kol, vgl. Ez. 3:12) hoorde, die de overwinning voor de aangeklaagde mensen in een hemelse entre’acte bezingt. Deze getuigen (vgl. 6:10) hebben de draak met twee wapens overwonnen: met het bloed van het Lam èn met hun eigen getuigenis. Ondertussen eindigt dit luide solocommentaar op de strijd met een oproep aan de hemelbewoners om te juichen. De hemelse liturgie, waarin de hoorders tijdens de voorlezing in de samenkomst participeren, is triomfantelijk voor een aarde, die (nog) gebukt gaat onder het kwaad. Het feit dat het kwaad in de mythische fantasiefiguur van een draak (wereldmisleider, de oude slang, de aanklager, satan, duivel, slang – hoorders krijgen alle omschrijvingen ingeprent) op aarde huishoudt, bevat de gedachte dat het kwaad geen metafysische macht meer heeft. De hemel is in de verdrijving van machten die de boel verstieren, verder gevorderd dan de aarde. Dat het werkterrein van het kwaad uitsluitend de aarde is, mag iemand die kwaad ondergaat, verstaan als een teken van Gods verdrijving van de draak uit de hemel, een voor huidige oren merkwaardige theodicee. De verstoting van de duivel heeft in de joodse traditie in de protologie een plek, maar wordt hier als een geschied eschatologisch gebeuren gepresenteerd in joods-christelijke termen met politieke connotaties. Heil (soteria), kracht (dynamis), koninkrijk (basileia) en gezag (exousia) zijn de tegenkrachten binnen de gemeente tegenover de macht van het kwaad (vgl. het Onze Vader). De hoorders worden tot vertrouwen uitgenodigd zodat uit hun getuigenis kan blijken, dat de draak geen geestelijke macht heeft en dat zijn godsdienstige verleidingskunsten voor het ware krachtcentrum van het bestaan (de hemel) niet werken. De gemeente, die vervolgd wordt als de vrouw in de woestijn, heeft een pendant in de zingende hemel. Ook hoopvol is dat hoorders in de derde scène een interpretatie van hun situatie in termen van Exodus voorgeschoteld krijgen. De vleugels van de arend wijzen op de God van de uittocht die zijn volk vrijheid en identiteit geeft (Ex. 19:4; vgl. Deut. 32:11 en Ez. 17:7). Het komt er voor luisteraars, die zich kunnen herkennen in het volk van God in de woestijn, op aan het getuigenis van Jezus te hebben en de geboden te onderhouden.

  • De onder alle bestaan verborgen oertegenstelling tussen leven (baren) en dood (najagen) kreeg in de oudheid expressie in vele, op elkaar lijkende mythen. De strijdmythe mengt zich in veel versies met de mythische traditie van de astraal (zon, maan, zodiac) opgedofte koningin van de kosmos met het goddelijke kind. De geliefde van Isis, Osiris, is gedood door de anti-god Seth. Isis heeft Osiris weer tot leven gewekt om zwanger te raken van hem. Isis (in astrale gedaante) baart Horus, die Seth uiteindelijk zal verslaan. In 12:5 staat (vgl. 2:27 en 19:11; Ps. 2:9) dat het kind met een ijzeren staf de volken zal hoeden en een beslissende slag op aarde (Armageddon) zal voeren tegen de kwade machten en ze zal verslaan (zoals Horus Seth overwon). In de Helleense variant van Leto-Apollo-Python, verwacht Leto Apollo. Daarom vervolgt Python haar. Letho vlucht naar een afgelegen eiland, waar Apollo wordt geboren, die – vier dagen oud – Python doodt. Joodse oren denken aan het beeld van Israël-Sion, het vervolgde volk van God in messiaanse tijden en weeën (Jes. 26:6-16; 66:7-9; Micha 4:9-10).

  • Mythische taal wordt te hulp geroepen om te vertellen wat er in de geschiedenis gaande is. De mythe plaatst de particuliere situatie in een groter perspectief. Daardoor kunnen hoorders de benarde omstandigheden in hun spirituele interpretatie als het ware optillen tot een element in een grote strijd tussen goed en kwaad en alvast plaatsen in het licht van de eindoverwinning van de hemel. Misschien kan Openbaring 12 worden opgevat als een contramythe, die een Romeinse keizermythe moet ondermijnen, die de keizer als een Apollo ziet. Openbaring 12 zou dan zeggen dat het keizerschap niet goddelijk is zoals Apollo, maar satanisch en dat de keizer niet als een Apollo, maar juist als een draak opereert. Een mogelijk conflict van de christelijke gemeenschappen in Klein-Azië met de Romeinse overheid of met medechristenen (Nikolaïeten – 2:6, 13; aanhangers van de leer van Bileam – 2:14; Izebel – 2:20) of met bepaalde joden (synagoge van satan – 2:9) kunnen ook de zichtbare kant vormen van de verborgen, transcendente strijd in de hemel (12:7-9). Het komen van Jezus en de kruisiging als wegrukken naar de hemel houden verband met dit breken van de metafysische macht van het kwaad.

Aanwijzingen voor de prediking

  • Metaverhalen over de strijd tegen het kwaad worden nog steeds verteld (zoals in de film The Lord of the Rings), omdat er geen afdoende oplossingen en verklaringen voor het kwaad bestaan, of het nu om het persoonlijke kwaad, het structurele kwaad of het natuurlijke kwaad gaat, die de menselijke mogelijkheden bedreigen, bederven of beëindigen. Zelfs als we zeggen dat het kwaad de dramatische prijs is voor de menselijke vrijheid, redden we God niet. Het kwaad wordt in Openbaring 12 niet getekend als bijproduct van het goede of als roof van het goede. Het wil het goede verwarren, wegspoelen (12:15) en omverstoten (12:3), maar de teneur van de Openbaring is dat de hemel als garant van het puur goede niet meer in de greep is van het ongrijpbare kwaad, dat elke orde aantast en alle menselijke sfeer besmet. De mythische taal van demonen en draken is niet bedoeld om mensen te verontschuldigen voor het kwaad als zou het toe te schrijven zijn aan een vreemde macht, maar dient om de ongrijpbaarheid en onherleidbaarheid te verbeelden. Mensen zijn geneigd tot alle kwaad. Het kan binnensluipen in de mooiste liefdesrelaties en kan het dagelijkse leven vertroebelen. Het neemt ook oncontroleerbare, structurele vormen aan in oorlogen, economische machtssystemen, in de macht van de media, waarvoor mensen verantwoordelijk zijn, maar waarvan ze evenzeer slachtoffer zijn. Het persoonlijke, structurele en natuurlijke kwaad behoren tot de donkere krachten van het bestaan, die – symbolisch gezegd – het gemunt hebben op de vrouw en het kind.Mëestal zijn vrouwen en kinderen het eerst de dupe.

  • Het kwaad blijft een bitter en donker raadsel tegenover het raadsel van de pure goedheid die we God toevertrouwen. De Openbaring lijkt dit dualisme tussen de diepten van het kwaad en de diepten van goedheid aan te hangen als het de aanbidding van de drie-enige God stelt tegenover de bedrieglijke contratriniteit van de draak en de twee beesten (Op. 12 en 13). Al is het kwaad niet te verklaren (net zomin als de kracht van de hemelse liefde) en al helemaal niet in een afstandelijke filosofische en theologische toeschouwershouding, er zijn wel verhalen en praktijken bekend van mensen (ook in concentratiekampen) die als slachtoffer hun verbondenheid met God als promotor van heil wisten vast te houden. Vertel zulke verhalen in de preek (Bonhoeffer, maar ook iemand die met een baby op komst in haar relatie verraden en verlaten is door haar partner en toch met veel strijd door Gods geest haar waardigheid bewaart). Mensen die in kwaadexplosies het perspectief bewaren op Gods redding, macht, koningschap en zich ook de weg van Christus als heerschappij voorstellen (12:10), houden in groot verlangen eerbiedig vast (12:17) aan het centrum van redding, aandacht, appel en energie. Zoals Christus dat deed (vgl. 12:10). De Gekruisigde geeft in zijn trouw aan God in de godverlatenheid en aan mensen die Hem dit aandoen en Hem verlaten, toch de draak geen kans. Die heeft geen greep op Hem en wordt zo overwonnen.

  • Hoorders kiezen in de strijd onmiddellijk partij voor wat of wie.voortleven verdient: de vrouw, het kind, Christus, Michaël, de broeders en zusters bij God, de hemel en het lied, de kerk op aarde. Ze oordelen mee in de plot van de metaverhalen vanuit een geloof in een verzoende verscheidenheid die de tegenstellingen te boven gaat. Ze gaan zich al luisterend storen aan de contrasten tussen vrouw en draak, kind en draak, hemel en draak. Zo komen ze bij hun besef van heelheid, bij de beoogde eenheid van hemel en aarde. Hoorders komen een Gód tegen, die in de verborgenheid handelt en zich in de taal van de mythe als krachtdadig manifesteert. De mythische inkleding wil de hoorders op een spiritueel niveau aanspreken en hen in de door het kwaad aangetaste realiteit sterken in een diep besef, dat het kwaad door de hemel is aangevochten.

  • Het in veiligheid brengen van het kind slaat niet op de geboorte, maar op de kruisiging en wordt weerspiegeld in de strijd tussen Michaël en de draak. Dat betekent dat de kruisiging als verhoging de overwinning op de kwade machten impliceert. Maak de paradox helder dat het kwaad overwonnen is doordat Jezus het geweldloos onderging. Hij klaagde bij God dat Hij verlaten was (Mare. 15:34). Hij putte tegelijk kracht uit het puur goede en wist het te beloven (Luc. 23:43). Hij deed een beroep op vergeving (Luc. 23:34) en wist Maria en Johannes te verbinden (Joh.,19:26). Dan kunnen sleutelwoorden als heil, kracht, Koninkrijk en volmacht ingekleurd worden vanuit het heden van de verborgen onttroning van het kwaad. In de verontwaardiging over ervaren onrecht (bijvoorbeeld bij een inbraak, huiselijk geweld, onheuse bejegening op het werk, milieuverontreiniging, de moeite die gemeenteleden hebben zich te verhouden tot de globalisering enz.) is verondersteld dat dit kwaad niet hoort. Zo wordt in feite een beroep gedaan op krachten van het heil en op het gezag van pure gerechtigheid die het recht op het bestaan van het kwaad weerspreken.

  • Steek in bij een diaconaal project op de collectefolder. Het perspectief van de hulp maakt duidelijk welke machten in de cultuur de dienst uitmaken en hoe gemakkelijk de rechtvaardiging van economische voorspoed ten behoeve van werk en inkomen van mensen kan omslaan in de vergoddelijking van geld en profijt als het enige goed dat nog telt en onvoorwaardelijke aanbidding vergt. In de eerlijke analyse van zulke knelpunten in het bestaan in solidariteit met gemarginaliseerden, kan echt gekomen worden tot de belijdenis in woord en daad dat het kwaad (metafysische) macht is ontzegd.

Liturgische aanwijzingen

Liederen: Psalm 25; 95; Gezang 66; 280; 423. In samenhang met Openbaring 11:19-12:18 kan men lezen Psalm 22 en Lucas 11:14-28.

Geraadpleegde literatuur

A. Yabro Collins, The Combat Myth in the Book of Revelation, Missoula Montana 1976.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken