Preview: Wat er na dit leven komt
Lees een fragment uit het boek
De geschiedenis van hemel en hel – daarover handelt het nieuwe boek van Daniël De Waele. En dat neemt hij niet met een korreltje zout. In ruim duizend bladzijden neemt De Waele de lezer mee op sleeptouw langs mummies, dodenrijken en bijna-doodervaringen. Lees hieronder de inleiding van Wat er na dit leven komt.
Het menselijk leven, weet jij hoe dat in elkaar zit,
Vast niet. Hoe zou je ook? Nou, luister naar mij.
Ieder mens is bestemd om te sterven.
Geen sterveling weet of hij de dag van morgen nog beleeft.
Ons lot is onduidelijk, waar het op uit loopt.
Het hierna
Dit zijn sombere maar ook wat onbevredigende woorden van Euripides, de Griekse tragediedichter uit de 5e eeuw v.Chr. Natuurlijk, het is ons aller lot te sterven. Maar wat daarna? Waar loopt het dan op uit? Vele volken en hun Wijzen hebben zich met deze vraag beziggehouden. Eenstemmigheid werd niet bereikt: er was een enorme variëteit aan antwoorden, aan overtuigingen. Babyloniërs daalden bij de dood af naar een stoffig dodenrijk, Egyptenaren zetten hun leven voort in een zonniger variant van het leven dat ze kenden, zoroastriërs gingen naar de hemel of de hel, een beloning of straf die paste bij hoe ze geleefd hadden. Griekse filosofen onderwezen dat de mens reïncarneerde tot hij zuiver genoeg was om in het Elysion te komen, terwijl de onverbeterlijken zuchtten in de Tartarus. Later gingen Grieken en Romeinen het Elysion en Tartarus niet meer in de onderwereld situeren, maar in de hemel, tussen de planeten. Joden en christenen geloofden in een opstanding, maar ook in een hemel en een hel. En in een vagevuur. Het beeld werd er niet simpeler op. En dan waren er ook nog lieden die er allemaal niets van geloofden: dood was dood. Toch kunnen we door al die lange eeuwen een evolutie ontwaren, een ontwikkeling in het denken van de mens van de antieke wereld over wat er na de dood kwam. Dat is allemaal lang geleden, maar wij, moderne mensen, zijn de erfgenamen van de ouden. In hun wat latere denkbeelden herkennen wij vaak onze eigen ideeën over het leven na de dood. We herkennen zowel het geloof in een wereld hierna, als het ongeloof erin.
Dit boek is het eerste deel van twee delen. Het tweede deel gaat over de geschiedenis van hemel en hel van de middeleeuwen tot heden. Het schetst de verdere evolutie, die in het Midden-Oosten een aanvang nam. Die ontwikkeling is zeer belangrijk geweest voor hoe de Europese mens zijn visies daarover vormde, zoals we in het tweede deel zullen zien. We vangen daar aan met waar Germanen en Kelten op hoopten en wat in de middeleeuwen volgens het christendom na dit leven te verwachten viel, en we gaan de verdere ontwikkeling na tot op heden: welk beeld men zich vormde van ‘hierna’ in de renaissance, in de hervorming, de verlichting, de romantiek, in allerlei esoterische kringen, om te besluiten met getuigenissen van bijna-doodervaringen. Er valt over de westerse visies alleen al een heleboel te vertellen. De westerse wereld is ook de wereld waarin ik thuis ben, het leven na de dood in andere culturen laat ik graag over aan onderzoekers die daarin thuis zijn.
Rietveld en ‘het Donkere huis’
In dit deel gaat het eerste hoofdstuk over hoe men in het Oude Egypte dacht over de wereld hierna. Al in het begin van het 3e millennium v.Chr. zocht men daar naar middelen om het lichaam van de overledene te conserveren. Mummies in prachtige sarcofagen zouden het resultaat worden van al die nijvere en voortreffelijke arbeid. De mummie bleef in het graf, maar de ba, een deel van de ziel, verpoosde in het Rietveld: een geïdealiseerde versie van het land Egypte dat men kende. Het was aangenaam toeven in dit rijk, waar Osiris koning was. Dat was jammer genoeg niet het geval voor de bewoners van het uitgestrekte Mesopotamië. Daar daalde men bij de dood af in het sombere en stoffige dodenrijk. Het was het ‘Donkere huis’, het huis dat men niet meer verliet als men er eenmaal binnentrad, al konden de goden van de onderwereld de dodengeest wel toestemming geven om de levenden in de bovenwereld op de zenuwen te werken. Dan dienden gespecialiseerde priesters die doden tot rust te brengen en middels bezweringen terug te sturen naar waar ze thuishoorden. Daar zuchtten de goede mensen naast de schurken, er was geen oordeel in het dodenrijk. Maar verder naar het oosten, in Perzië, had de profeet Zarathustra nieuwe openbaringen ontvangen. Hij sprak van een oordeel dat gebaseerd was op hoe je tijdens je leven had gedacht, gesproken en gehandeld. Bij het sterven ging je niet naar een dodenrijk, je kwam in de hemel of in de hel. Deze nieuwe ideeën zouden een onverwachte verbreiding kennen, niet eens door het zoroastrisme zelf, maar door het jodendom en christendom, die deze ideeën overnamen.
De mummie bleef in het graf, maar de ba, een deel van de ziel, verpoosde in het Rietveld
Hades en Elysion
Zoals de inwoners van Mesopotamië, verbleven aanvankelijk ook de Griekse doden in een donker, somber dodenrijk, hier Hades genoemd, leren we in het tweede hoofdstuk. En zoals in Mesopotamië het geval was, was het ook hier slechts enkelingen toegestaan verder te leven in een paradijselijk oord, ergens aan de rand van de wereld, dat hier het Elysion heette. Maar in de Griekse wereld zouden dingen veranderen. Sommige Wijzen, zoals Orpheus en Pythagoras, geloofden dat de ziel gevangenzat in een lichaam als straf voor vroeger begane zonden. Als men nu niet voorbeeldig leefde, wat erop neerkwam dat men als ascetisch filosoof door het leven ging, diende zich een hele reeks reïncarnaties aan. Dit tot men zuiver geworden was en kon worden opgenomen in het Elysion, dat zich niet langer aan de wereldrand, maar in Hades zelf bevond. Plato nam deze ideeën over en zo zouden ze een ruime verspreiding kennen. Ook kon men zich laten inwijden in geheimzinnige mysterieculten, die de gelovige verzekerden van een geriefelijke plaats in het Elysion. We bekijken tevens hoe Grieken begraven werden, wat men aan hulp van doden mocht verwachten, en luisteren naar ernstige waarschuwingen om zich niet van het leven te beroven; je mocht de straf die de goden je hadden opgelegd niet zomaar ontlopen: de ziel behoorde in de kerker van het lichaam te blijven tot schikgodinnen de levensdraad doorknipten.
Lage en hoge sferen
De evolutie in de Griekse wereld zette door in de Romeinse keizertijd, ontdekken we in het derde hoofdstuk. Men was nu vertrouwd met het idee van de tweedeling in Hades: Tartaros waar schurken gegeseld werden, en het Elysion voor de goede mensen, al zouden de meeste daarvan, die toch niet geheel goed waren, door een reeks reïncarnaties moeten worden gezuiverd voordat zij permanent in het Elysion konden verblijven. Een andere voortzetting van wat in de Griekse tijd al was ontstaan, was dat Tartaros en Elysion in de hemelsferen gesitueerd werden. De lage sferen waren bestemd voor de verstokte zondaars, de hogere voor de betere mensen, al zouden die nog steeds door reïncarnaties hoger op de hemelse ladder moeten raken. We zullen het ook hebben over meer griezelige dingen: doden die komen spoken, of die door necromantie worden opgeroepen – wat niet ongevaarlijk was; of zelfs lijken die spontaan herleven om onheilsboodschappen te profeteren, en nog meer van die onrustwekkende verhalen. Ten slotte, er waren altijd wel enkelingen geweest die zo hun twijfels hadden over het bestaan van een leven na de dood. Die komen nu wat beter in beeld, zowel door sommige grafschriften als door literaire werken waarin deze lieden graag spotten met die oudewijvensprookjes. Toch gaf menig scepticus toe dat geloof in vergelding of beloning in een hiernamaals best een nuttig idee was om het volk onder de duim te houden.
Hemel en hel
Het vierde hoofdstuk vertelt hoe de doden in Israël aanvankelijk, zoals hun lotgenoten in Mesopotamië, naar het stoffige dodenrijk trokken. En zoals in de Griekse wereld zou ook in het dodenrijk van Israël een tweedeling groeien: een rijk voor de goede mensen, en een voor de slechten. En zoals in het Perzische zoroastrisme zou in Israël de overtuiging ontstaan dat de doden eens zouden opstaan, weer tot leven gewekt zouden worden. Daardoor ontstond een tussentijd: de tijd tussen de individuele dood en de gemeenschappelijke opstanding. Na die opstanding zou een oordeel volgen, maar vaak proefde men in de tussentijd al welke kant het zou opgaan, wat iemand te wachten stond bij het oordeel: dat was de hemel of de hel. Naast deze hoofdlijnen bekijken we nog de verschillen tussen het dodenrijk van Israël en dat van Mesopotamië, het Israëlische verbod op necromantie, en ontdekken we de verrassend verschillende visies in de eerste eeuwen voor en na Christus op wat mensen na de dood te wachten stond. Zouden zij lichamelijk rondwandelen in een paradijs of als sterren aan de hemel schitteren? Brandden zondaars eeuwig in de hel of werden ze vernietigd? Was voorbede voor zondige doden nog mogelijk of tevergeefs? Verschillende visies kwamen naast elkaar voor. We gaan ook in op nieuwe visies in Israël op de ziel van de mens en bekijken ten slotte hoe de vier grote joodse religieuze groepen en de Samaritanen dachten over leven na de dood.
Nieuwe Testament
Ook in het Nieuwe Testament, dat behandeld wordt in hoofdstuk 5, treffen we deze verschillen aan. Volgens Paulus zullen we in een geestelijk lichaam ten hemel stijgen, waar het paradijs zich bevindt, terwijl Johannes het paradijs op aarde situeert, waar we in een opstandingslichaam zullen genieten van de eeuwigheid. Zondaren zullen ofwel vernietigd worden in de vlammen van de hel of daar voor eeuwig branden. De centrale geloofsbelijdenis wordt mooi verwoord door Paulus; hij heeft die zelf ook van anderen doorgekregen: “Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat.” Dat is ook de garantie dat de rechtvaardigen met Hem zullen opstaan. Behalve aan wat Paulus, de evangeliën en Openbaring van Johannes ons leren over de dood en wat daarna komt, geven we speciaal aandacht aan nog enkele zaken. Vooreerst is daar de moeilijk te begrijpen neerdaling van Jezus in het dodenrijk: wat deed Hij daar eigenlijk? We bekijken ook enkele verhalen over opwekkingen die ‘nu al’ (in Jezus’ tijd dus) plaatsvonden en vergelijken die met heidense verhalen over opwekkingen. Ook gaan we nader in op de wonderbare opwekking van Lazarus. Ten slotte bekijken we wat enkele heidense filosofen daar allemaal van vonden: die verhalen over een opstanding waren praatjes voor eenvoudige lieden.
Vooreerst is daar de moeilijk te begrijpen neerdaling van Jezus in het dodenrijk: wat deed Hij daar eigenlijk?
Christenen
Hoe dachten christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling over het leven na de dood? Daarover gaat het in het zesde hoofdstuk. Er bestond een eenvoudig schema dat we, weliswaar in verschillende variaties, telkens weer aantreffen in de vroege literatuur. Martelaren en volmaakt rechtvaardigen gingen naar de hemel, schurken gingen naar de hel, en de meeste anderen, die tussen die twee uitersten in stonden, zouden door het vagevuur gereinigd moeten worden voordat zij in de hemel werden opgenomen. De hemel werd beschreven als een paradijselijk oord waar het heerlijk toeven is. Maar over de hel werd meer geschreven: vreselijke taferelen, walgelijke tableaus, in donkere kleuren geschilderd, alles om de gelovigen te waarschuwen en zo aan te moedigen op de rechte weg te blijven. De waarlijk vromen hadden die waarschuwingen niet nodig, die zagen uit naar het martelaarschap, de zekere weg naar de hemel, en sommigen brachten het geduld niet op hun moment van uitverkiezing daartoe af te wachten, zij gaven zichzelf aan bij de autoriteiten.
Interpretatie
Terwijl we in hoofdstuk 5 bekeken hebben wat het Nieuwe Testament zegt over het leven hierna, geven we in hoofdstuk 7 aandacht aan hoe christenen later, na de eerste eeuw, een en ander hebben geïnterpreteerd. Zo vernemen we meer over de neerdaling van Jezus in het dodenrijk en over de wonderlijke bevrijding die Hij aldaar bracht aan de talloze doden die zich daar door al die eeuwen heen verzameld hadden. Zij werden uit de klauwen van de dood gered en naar het paradijs gevoerd. Toch was dat nog niet het einde. Er zou nog een dag komen waarop alle zielen in hun oude vertrouwde lichaam zouden opstaan – maar dan zonder de gebreken en kwalen ervan. Heidense filosofen vonden de opstanding van het lichaam een bespottelijk idee en ook totaal overbodig, als de ziel maar voortleefde. Maar christenen vonden dat het mens-zijn alleen volwaardig kon beleefd worden als ziel en lichaam weer een eenheid vormden. Daartoe moest het lichaam dus weer opstaan. Daar kon God echt wel voor zorgen; het bewijs was dat God Jezus uit de dood had opgewekt. Hij was de eerste van velen die zouden volgen.
Rabbijnen
Hoofdstuk 8 gaat over een latere ontwikkeling in het jodendom, die van de rabbijnen. Ook de rabbijnen, die in dezelfde tijd als de kerkvaders leefden en hun eigen ontwikkeling op theologisch vlak kenden, geloofden in de opstanding. Zij vonden daarvoor zelfs schriftbewijzen in de Thora en beweerden dat wie niet in de opstanding geloofde er ook geen deel aan zou krijgen. Maar voor de gelovige zou eens de dag aanbreken waarop de ziel die door de dood van het lichaam gescheiden was een vernieuwd lichaam zou aandoen. Al waren er rabbijnen die de oorzaak van de dood zagen in de zonde van Adam, anderen onderwezen dat de dood met Gods schepping was gegeven; die was dus geen noodlottig gevolg van de zonde. Het sterven zelf was vaak een wat akelige gebeurtenis, daar had de Engel des doods mee te maken. De ziel van de dode verbleef nog een tijd lang bij het lichaam in het graf, en zolang kon er een vorm van contact zijn tussen doden en levenden, al was necromantie, het oproepen van dodengeesten, streng verboden. Zoals het christendom geloofde ook het rabbijnse jodendom in een oordeel dat God zou vellen. De hel was een mogelijkheid, al werd die meestal gezien als een tijdelijke louteringsplaats, zodat ze in functie overeenkwam met het christelijke vagevuur. Anders dan de christelijke literatuur is de rabbijnse erg karig met het beschrijven van de verschrikkingen van de hel. Tegenover de hel stond de komende wereld, die duidelijk paradijselijke trekken heeft. Toch kende men ook het Paradijs zelf, de Gan Eden, die in die komende wereld werd gesitueerd. En dan was er nog de ‘Goddelijke Schatkamer’, soms een deel van de Gan Eden, waarnaar de zielen terugkeren. Dat was trouwens de plaats waar de zielen wachtten, voordat zij in een lichaam kwamen. Anders dan in het christendom het geval was, geloofde men dat de ziel pre-existent was. Met dit laatste hoofdstuk sluiten we ons onderzoek naar de visies over wat er na dit leven komt af.
[…]
Lees meer in het boek.

Daniël De Waele was docent Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Hij publiceerde meerdere boeken met een cultuurhistorische insteek waarin hij zijn brede kennis over religiegeschiedenis deelt. Zijn nieuwste boek Wat er na dit leven komt gaat over het hiernamaals door de eeuwen heen. Op danieldewaele.com schrijft hij regelmatig blogs.
Wil je Wat er na dit leven komt bestellen?
In Wat er na dit leven komt neemt Daniël de Waele lezers mee in een fascinerende cultuurgeschiedenis over hoe ideeën over het hiernamaals zich in de westerse wereld ontwikkelden. Al eeuwenlang zoeken mensen naar een antwoord op de vraag: wat gebeurt er na de dood? Maar tot één overtuiging is het nooit gekomen. Daniël de Waele vertrekt vanuit het oude Egypte en neemt lezers mee langs hemelse vergezichten, schimmige oorden en wonderlijke voorstellingen. Hemel en hel krijgen een heropleving, mede door de verhalen van mensen met een bijna-doodervaring. Wat er na dit leven komt is een boek waarin hoop, angst en verbeelding samenkomen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.
