Menu

Premium

Proost

Proost

Bij Johannes 2,1-11

Gesprek

Nodig: dienbladen met glazen water en dienbladen met glazen druivensap, een diaken en een andere volwassene (of tiener).

Vertel de kinderen dat het vandaag gaat over een bruiloftsfeest. Wie is er weleens naar een bruiloft geweest? Hoe was dat? Wat gebeurde er? Betrek eventueel de gemeente bij het gesprek, als de kinderen nog nooit een bruiloft hebben meegemaakt. Een bruiloft heeft meestal ook een feest, met lekker eten en drinken.

Wij gaan hier zo’n feestje naspelen. De kinderen zijn de gasten.

Zorg voor een zacht feestmuziekje (live of digitaal) en ga een beetje swingen. Ga dan rond met de glazen water en drink zelf ook een slok. Het is goed als het feestje niet op gang komt, maar een beetje ongemakkelijk blijft.

Laat een andere volwassene zeggen dat dit zo toch geen feestje is. ‘Er is niet eens wat lekkers te drinken! Net was er nog wijn, maar nu is die op. Wát een slecht georganiseerd feestje. Vind je niet?’ (Betrekt de kinderen bij het gemopper).

Kijk verschrikt om je heen en zeg dat het zo inderdaad geen goed feestje is. Eigenlijk hebben jullie Jezus nodig. Want pas als Jezus erbij is, is het feest compleet.

Kijk dan naar de diaken. ‘Kun jij er wat aan doen?’

En jawel, de diaken zegt: ‘Als je dit drinken proeft, is het net alsof Jezus erbij is.’

Deel de druivensap uit en proost op de herinnering aan Jezus, de belofte van Jezus dat Hij weer terug zal komen en op het Koninkrijk van God (of spreek een toast uit die past bij de focus van de dienst).

Marlies Meijer

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken