Menu

Premium

Schoen (sandaal)

schoenriem, barrevoets

Wie een moskee binnengaat, trekt zijn schoenen uit. Met dit symbolische gebaar tonen bezoekers hun eerbied voor deze bijzondere ruimte, die zij niet mogen verontreinigen. Via de schoenen kan er immers vuiligheid van buiten naar binnen komen.

In de bijbel treffen we dit gebruik maar ook andere symbolische gebruiken rond de schoen of sandaal aan. We gaan op zoek naar deze gebruiken.

Grondtekst

Het Hebreeuwse na’al, ‘sandaal’ (22x: Deut. 25:10; Hoogl. 7:2), is eenvoudig open schoeisel dat met riemen (serok, Gen. 14:23 en Jes. 5:27) aan de voet is vastgemaakt. In Jesaja 9:4 komt se’on, ‘(soldaten)laars’ voor, samen het werkwoord s’n, ‘voortstappen’; het is de stap die een dreunend geluid geeft. Ook komt de ongeschoeide voet voor, jachef, ‘barrevoets’, genoemd, steeds in een negatieve context (2 Sam. 15:30; Jes. 20:2-4; Jer. 2:25).

Het nieuwtestamentische Grieks kent hypodèma, ‘schoen’, vooral door schrijver Lucas gebruikt (Mat. 3:11; 10:10; Luc. 10:4; 15:22; 22:35; Hand. 7:33; 13:25; vgl. het werkwoord hypodeomai, ‘zich aanbinden’). Het verschijnt voornamelijk in het meervoud; zo niet dan past doorgaans de vertaling ‘schoeisel’. Met himas toe hypodèmatos is de schoenriem bedoeld. Deze woorden neemt Johannes de Doper in de mond als hij zich vergelijkt met de Komende (Joh. 1:27; Mar. 1:7; Luc. 3:16). De parallelle tekst in Matteüs noemtde schoenriem niet, maar spreekt van ‘de schoen dragen’.

Letterlijk en concreet

a.We mogen aannemen dat er verschillende soorten schoenen en sandalen zijn geweest. Van de heel eenvoudige tot de luxere uitvoeringen (vgl. Ez. 16:10). De sandaal van het dansende meisje in combinatie met haar ranke benen windt de vriend op (Hoogl. 7:2). De diversiteit blijkt ook uit de verschillende werkwoorden die het uittrekken van schoenen aangeven: van afschudden zonder aanraking (Ex. 3:5; Joz. 5:15) tot het met de hand uitdoen (Deut. 25:9; Jes. 20:2; Ruth 4:7-8). De basisvorm van de bijbelse sandaal is de zool, van leer of hout, die met een riem aan de voet wordt bevestigd.

b.Niet altijd loopt men op schoenen. Binnenshuis draagt men ze in de regel niet. Evenmin in bepaalde moeilijke omstandigheden, zoals in gevangenschap (2 Kron. 28:15) en in een rouwperiode (Ez. 24:23). Tot de taken van de slaaf behoort het losmaken van de schoenriem van zijn Heer bij diens thuiskomst (Mar. 1:7). Amos bekritiseert de rijken van Israël, omdat zij zich de armen als slaaf toeëigenen wanneer die de schuld van een paar schoenen niet kunnen inlossen (2:6; 8:6).

Beeldspraak en symboliek

a.Bij de verschijning van God aan Mozes en later aan zijn opvolger Jozua vindt er een ‘incident’ plaats. Beide leiders worden vóór de eigenlijke openbaring gesommeerd hun schoenen af te schudden (Ex. 3:5; Joz. 5:9). Deze symbolische handeling drukt de eerbied voor en de afstand tot de Heilige uit. Waar de Eeuwige verschijnt, deelt de bodem in zijn heiligheid. De door het stof verontreinigde schoenen horen niet thuis op dat aangeraakte plekje. Het is dan ook blasfemie als geschoeide voeten het altaar betreden (Ps. van Salomo 2:2).

b.Bij de uitzending draagt Jezus de leerlingen op met een minimum aan bagage en middelen uit te gaan. Daarbij noemt hij het op weg gaan zonder schoenen (Mat. 10:10) of met slechts één paar (Mar. 6:9). We moeten dat niet primair letterlijk opvatten, zoals in latere eeuwen wel is gebeurd bij rondtrekkende religieuze groepen. Met minimale middelen op reis gaan is een metafoor voor het ongehinderd gehoor geven aan de opdracht. Gaan in eenvoud, gaan zoals je bent, zonder ballast, zonder hulpmiddelen maar in vertrouwen op de Zender.

c.De oproep het schoeisel aan te trekken, samen met het zich aankleden, beeldt de bereidheid tot en gereedheid voor actie, beweging, haast uit (Ex. 12:11; Hand. 12:8).

d.Het barrevoets gaan symboliseert de treurnis, zoals bij David die rouwt om zijn opstandige zoon (2 Sam. 15:30). Jeremia gebruikt zeven beelden om de ontrouw van Israël, dat wordt aangesproken als vrouw, te beschrijven. Het zevende beeld spreekt van een overspelige vrouw (2:25). Als zij zo doorgaat met vreemdgaan zullen haar schoenen het nog begeven en zal zij op blote voeten verder moeten, zegt de profeet ironisch. In de allegorie van Ezechiël 16 ziet de Heer het volk als een zoekgeraakt meisje dat Hij ooit heeft gevonden en heeft gehuld in prachtige kleden en geschoeid met kostbare schoenen, als teken van waardigheid en betrokkenheid. Hij trouwde haar, maar inmiddels is zij ontrouw geworden. De profeet Jesaja moet opeen dag zijn profetenkleed afleggen en zijn schoenen uittrekken (20:2). Met deze symbolische handeling brengt hij de naderende deportatie onder de aandacht, met als doel te waarschuwen en op te roepen tot ommekeer.

e.De versleten schoen beeldt de vergankelijkheid uit (vgl. Joz. 9:5, 13). Wanneer de Tora zegt dat de schoenen van de Israëlieten gedurende de woestijnreis niet zijn versleten, is dat een metaforische uitdrukking voor duurzaamheid en goddelijke trouw (Deut. 29:4[5]). Johannes de Doper predikt dat hij niet waard is de schoenriem los te maken of de schoenen te dragen van de komende Heer. Hij bedoelt: vergelijk je mij met Jezus, dan is zelfs de relatie knecht-heer nog te veel eer voor mij.

f.Ook zien we de schoen of laars in het kader van oorlog en geweld. Als de schoenriem niet breekt, dan staat het naderende leger sterk in zijn schoenen (Jes. 5:27). Zoals wij zeggen dat er aan iemands handen bloed kleeft, zo zegt de Schrift dat er bloed aan iemands schoenen zit (1 Kon. 2:5). In het profetische visioen van sjalom behoren de soldatenlaarzen en -mantels tot het verleden. Dat wil zeggen, er komt een einde aan het geweld, de dreiging en de angst. Met op de achtergrond de uittocht uit Egypte beschrijft Jesaja de tweede uittocht. Daarbij zal Israël met sandalen door de rivier trekken. De ondergrond is geheel droog, wat erop wijst dat Gods redding zich uitstrekt tot ‘op de bodem’ (11:15).

g.Het uittrekken van de schoen geldt bij het sluiten van contracten en bij eigendomsoverdracht als een symbolische handeling die het afgesprokene bekrachtigt. Vooral in het kader van het zwagerhuwelijk vindt die handeling plaats. Een van de partijen trekt zijn schoen uit en geeft die aan de ander, en dat in aanwezigheid van getuigen (Ruth 4:7-8; vgl. Deut. 25:910). De psalmist zingt van de schoen die de ikfiguur op Edom werpt, waarmee hij de macht over dat land verwerft (60:10 = 108:10). Ook is denkbaar dat de schoen als onrein voorwerp hier de onreinheid van dit volk uitbeeldt.

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 60; 108; 144; Gezang 4-5; 25; 247; Alles II: 6; Evangelie I: 3; II: 27; III:3; Zolang: 53 (= Gezangen: 831; Liturgie: 484).

b.Poëzie:

J.P. Guépin, Gedichten, Amsterdam 1984, blz.148: ‘De voet’. Judith Herzberg,Doen en laten, Amsterdam 19777, blz. 204: ‘Elke ochtend’; 133: ‘Keer om, keer om…’ (= 27 liefdesliedjes, Amsterdam 19867, blz. 43). Anton Korteweg, De stormwind van zijn hand, Amsterdam 1975, blz. 27: ‘Voorwaarts dan, o reisgezellen’. M. Vasalis, Gedichten, Amsterdam 1997, blz. 122: ‘Uittocht’.

c.Verwerking:

De beeldspraak en symboliek van schoeisel bevat uiteenlopende thema’s: de zin van ritueel en symbolen bij essentiële momenten, (wisseling) van macht, liefde, vergankelijkheid enduurzaamheid, relatie God en mens, het zuivere volgen van de Heer. De gewoonte in de moskee om de schoenen uit te trekken of het gebruik bij religieuzen om barrevoets te lopen, kan als aanknopingspunt dienen bij de uitleg van dit voorwerp.

Verwijzing

Er lopen duidelijke lijnen naar de woorden ‘kleding‘ en ‘voet‘. Ook is er enig raakvlak met ‘naaktheid‘.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken