Signalement van de goddeloze
De welgelukzalige man aan het begin van psalm 1 is talloze malen afgebeeld. Maar zelden zijn tegenhanger, de goddeloze in zijn raad, het consilium impiorum van de grondtekst. De westelijke middeleeuwers kenden geen Hebreeuws en geen Grieks, hun tekstbasis was het Latijn. Een afschrikwekkend gezelschap, die goddeloze met de zijnen. In zijn ‘tempel’, een zuilengalerij, zit hij op een troon, de cathedra pestilentiae van vers 1. Hij draagt overigens geen kroon, want je moet er niet aan denken, dat hij op onze echte koning of keizer zou lijken. Zijn attribuut is een demonstratief op de armleuning gehouden zwaard. Zijn raad verzamelt zich om zijn troon, aan de ene kant een aantal hooghartige en bewapende militairen, aan de andere kant zijn voornaamste minister, een soort satan, met slangen om zijn benen, in zijn handen en in zijn lange verwarde haardos; allemaal kenmerken van de duivel. Hier heerst het rijk van de duisternis: boven zijn tempel staan de maan en de sterren.