Bijschrift
Bespreking van het schilderij ‘De maskerwinkel’.
Bespreking van het schilderij ‘De maskerwinkel’.
Iemand kan goede redenen hebben om (even) niet herkenbaar te zijn als de persoon die hij of zij is. In de Bijbel komen we nogal wat personen tegen die niet herkend (willen) worden. De vraag naar de identiteit van de persoon in kwestie staat dan op scherp. Vanwaar de vermomming? Juist een verbergen van de identiteit kan veel onthullen over de persoon en diens rol in zijn of haar directe omgeving. Met welke reden gaat iemand incognito?
Het hoogtepunt van het verhaal van Saul in Endor (voor hem persoonlijk het dieptepunt) is de rede van Samuël waarin deze het naderende einde van Saul en zijn beginnende dynastie aankondigt en David als zijn opvolger identificeert (1 Samuël 28:15-19). Maar in het verhaal dat als inleiding op die rede gezien kan worden, gebeuren veel interessante dingen. Een bijzonder element is de vermomming van Saul als hij de vrouw in Endor bezoekt om Samuël te doen verschijnen opdat hij hem om raad kan vragen. Waarom verbergt Saul wie hij is?
Nicodemus komt in het donker van de nacht bij Jezus op bezoek. Het is een bijzonder verhaal dat het evangelie naar Johannes vertelt in 3:1-11. ‘Nicodemus’ is de Griekse vorm van zijn naam, waarvan de Aramese versie waarschijnlijk Naqdimon geweest zal zijn. Naqdimon of Nicodemus was een farizeeër en naar het zich laat aanzien een prominente ook nog. Hij gaat bij Jezus op bezoek en wil klaarblijkelijk niet gezien worden. Het bezoek vindt incognito plaats. Is het omdat hij bang is om herkend te worden?
God grijpt in de geschiedenis in. TeNaCh laat ons vele voorbeelden lezen, over schepping, redding, zwangerschap en verlossing. Tweemaal grijpt God in het Oude Testament in op een wijze die je zowel direct als indirect zou kunnen noemen. Direct, omdat er een aantoonbaar gevolg is van het ingrijpen. Indirect, omdat God een bode incognito zijn rol laat spelen. Als die bode naar zijn naam wordt gevraagd, stelt deze een wedervraag: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Deze bijdrage onderzoekt of de twee scènes waarin God indirect direct ingrijpt iets kunnen vertellen over de bode als hypostase van God. Laten we ons daarvoor verplaatsen naar de Jabbok en naar een open veld.
In het Johannesevangelie is de positie van Petrus ten opzichte van Jezus niet eenduidig. Er komen verschillende kanten van hem naar voren. De meest pijnlijke kant is wel die van een leerling die zegt zijn meester niet te kennen. De scène staat beschreven in Johannes 18:15-18 en 18:25-27.
Kleren maken de man/vrouw.
Kleding is complex. In deze bijdrage gaat het om kleding als basisbehoefte, een nuchtere realiteit, maar voor de rest beschrijven we hoe mensen in de Schrift hun wereld vormgeven met kleding. We beginnen met taboe en bedrog en eindigen met sociale conventies. Kleding verbergt en openbaart.
David, schaars gekleed dansend voor de ark, zijn vrouw Michal die daar haar neus over ophaalt en David die haar op zijn beurt op haar plek zet: het is een verrassend levensecht relaas over het huwelijksleven van Israëls meest geliefde koning, maar ook een verhaal dat de nodige vraagtekens oproept. Was Michals reactie inderdaad misplaatst? Of had zij toch een punt, en had David zich inderdaad ‘ontbloot’ (overigens ook al een woord met ambigue betekenislagen, van een goddelijke openbaring, bijvoorbeeld in Genesis 35:7 en Jesaja 22:14, tot en met seksueel aanstootgevend gedrag, zoals in Exodus 20:26; Ezechiël 16:36)? En als David inderdaad te weinig om het lijf had, waarom krijgt Michal dan niet alleen van David zelf, maar ook van de verteller de wind van voren?
Er zijn nogal wat exegeten verlegen geweest met de twee verzen uit het evangelie volgens Marcus over de jongen die bij de arrestatie van Jezus weet te ontkomen door de omgeslagen doek achter te laten en naakt te vluchten.