Wat houden we hoog?
Toen ik de kleurenets van Ronald Tolman uit 2006 voor het eerst zag, viel ik ervoor als een blok. Grafisch is het in mijn ogen van topniveau en het verbeelde fascineert; het prikkelt je gedachten. Je moet er wel bij stilstaan.
Toen ik de kleurenets van Ronald Tolman uit 2006 voor het eerst zag, viel ik ervoor als een blok. Grafisch is het in mijn ogen van topniveau en het verbeelde fascineert; het prikkelt je gedachten. Je moet er wel bij stilstaan.
Als er één ondeugd is die in het afgelopen decennium een opvallende comeback heeft beleefd, dan is het wel de hebzucht. Vooral vlak na de financiële crisis van 2008 kon je geen krant of tijdschrift openslaan, of er werd wel aandacht besteed aan deze slechte karaktertrek, die zich manifesteert als een buitensporig, onverzadigbaar, nietsontziend verlangen naar rijkdom.
Onlangs hebben de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) op hun generale synode alle ambten voor vrouwen opengesteld. Dat zorgt voor nogal wat beroering binnen het kerkverband. Maar ook de band met de buitenlandse zusterkerken komt met dit besluit flink onder druk te staan.
Een belangrijke reden waarom de Pastorale brieven voor veel lezers tot de minder aansprekende gedeelten van het Nieuwe Testament behoren, is de nogal seksistische toon jegens vrouwen.
De Paulus van de authentieke brieven en de pseudo-Paulus van de Pastorale brieven houden er heel andere ideeën op na. De discussie over de authenticiteit van de Pastorale brieven is nog altijd gaande, maar desalniettemin zijn er in mijn optiek zeer goede redenen om alle Pastorale brieven – inclusief 1 Timoteüs – als fictief te bestempelen. Het is overduidelijk dat Timoteüs niet de geïntendeerde ontvanger van de brief is en Paulus niet de schrijver.
De authenticiteit van de Pastorale brieven op een exegetisch en met name linguïstisch uitermate gedetailleerde manier gevoerd. Dat is inhoudelijk interessant – een nauwkeurige omgang met taal is van groot exegetisch belang –, maar ook interessant als fenomeen.
Slaven waren overal in de Oudheid. Ze waren aan het werk op het land en in mijnen, in keukens en bordelen, op markten en in rechtszalen. Vaak deden zij ongeschoold, lichamelijk werk, maar soms oefenden zij een specialistisch beroep uit dat een opleiding vereiste, zoals secretaris, of manager van een landgoed.
Paulus begint de Galatenbrief op ongewone wijze. De gebruikelijke dankzegging slaat hij over en hij trekt direct fel van leer tegen de geadresseerden. Paulus doet er in de eerste twee hoofdstukken van de brief alles aan om zijn boodschap en vooral ook zijn persoon te verdedigen.
Het gaat ergens over in Galaten, dat voel je vanaf de eerste woorden die Paulus dicteert. Hij benadrukt meteen bij het begin zijn eigen gezag, onafhankelijk van andere mensen: hij is rechtstreeks geroepen door Jezus Christus en door God zélf!