Sterven bij de Hogepriester
Preekschets bij Eeuwigheidszondag
Laat Aäron zijn priesterkleding uittrekken en laat zijn zoon Eleazar die aantrekken. Aäron zal daar sterven en met zijn voorouders verenigd worden. (Numeri 20:26)
Schriftlezing: Numeri 20: 22-29
Overige lezing: Hebreeën 7:11-28
Aäron wordt vergaderd tot zijn voorgeslacht, als mens. Maar dat niet alleen, de hogepriester staat erbij. Een prachtig beeld wordt ons voorgehouden als bij het sterven Christus’ aanwezigheid ervaren wordt.
Liturgisch kader
Eeuwigheidszondag is altijd weer een beladen moment binnen de gemeente. In veel gemeenten worden dan de mensen herdacht die in het afgelopen kerkelijk jaar zijn overleden. Maar juist op deze zondag mogen wij troost putten uit de hoop die er mag zijn in de Heer Jezus Christus.
Door passende liederen te zingen kan er ruimte gegeven worden aan de emoties die op deze dag naar boven komen. Toch mag er vanuit deze liederen ook iets naar boven komen wat in de preek als troost verwoord wordt.
Wanneer we spreken over sterven, dan getuigen wij ook over het heengaan naar de Heer. Psalm 43 vers 3,4,5 getuigt daarvan. Lied 726 is passend. Lied 769 is een zeer herkenbaar lied om de dienst mee te eindigen. Het karakter van eeuwigheidzondag wordt hiermee benadrukt.
Om niet alleen te blijven bij het sterven zoals verwoord staat in het Oude Testament, is het nodig om een tweede Schriftlezing te gebruiken in de liturgie. Uit Hebreeën 7:11-28 blijkt dat de Heer Jezus Christus de eeuwige Hogepriester is.
Uitleg
Numeri 20 beschrijft op een sobere manier het sterven van de hogepriester Aäron. Er zijn meerdere tekstgedeelten die naar dit moment verwijzen. Maar dit gedeelte biedt de meest volledige beschrijving. Uit Deuteronomium 33: 38,39 blijkt dat dit gebeuren plaatsvindt op de eerste dag van de vijfde maand in het 40e jaar na de uittocht uit Egypte. Aäron sterft op de leeftijd van 123 jaar. Over de plaats waar hij sterft, zijn de exegeten het niet eens. Maar dat doet er in de verkondiging ook niet toe.
De Heer geeft opdracht aan Mozes om bij Aäron het ambtskleed uit te trekken om het Eleazar aan te trekken. Aäron zal sterven, ofwel ‘met zijn voorouders verenigd worden’. Deze uitdrukking heeft in het Oude Testament een ontwikkeling doorgemaakt. In Genesis, bij de aartsvaders, is de band met de voorouders bepalend. In het Nieuwe Testament wordt, als het over sterven gaat, gesproken over een leven bij de Heer.
Al vóór zijn sterven moet Aäron het hogepriesterambt overdragen aan zijn zoon. Aäron sterft dus als ‘ambteloos’ mens, onder de ogen van de hogepriester. Dit in tegenstelling tot de Heer Jezus Christus die als hogepriester sterft. Daarmee heeft Hij alles volbracht wat volgens de wet gedaan moest worden.
De aanleiding van het Aärons sterven vinden wij in vers 24. Het is dus straf, die ook voor Mozes gold omdat zij ongehoorzaam geweest zijn bij Meriba. De beschrijving hiervan vinden wij in Exodus 17 en wordt nogmaals benoemd in vers 12 van dit hoofdstuk.
In vers 26 en vers 28 wordt de opdracht gegeven om de ambtskleding uit te trekken, in de NBV vertaald als: ‘laat Aäron zijn priesterkleding uittrekken’. Vanuit het Hebreeuws is het beter te vertalen als ‘trek uit’. Een bevel gericht aan Mozes. Daaruit blijkt des te meer dat Aäron passief is in dit verhaal. Vers 28 maakt geen melding van het begraven worden. Uit Deuteronomium 30:6 blijkt dat Aäron wel begraven is.
We lezen hierbij ook niet dat er een priesterwijding plaatsvindt voor zijn zoon Eleazar. Hij was Namelijk al gewijd. Een volledige beschrijving van de priesterwijding vinden wij in Exodus 29, en in Leviticus 8. Uit vers 29 blijkt dat er over Aäron 30 dagen gerouwd is. Over een overledene werd normaal gesproken zeven dagen gerouwd. Maar over mensen met hoog aanzien werd 30 dagen gerouwd. Over Jacob werd zelfs 70 dagen gerouwd in Egypte.
Aanwijzingen voor de prediking
Op deze zondag is het goed om pastoraal te beginnen bij de hoorder. Veel hoorders zullen op deze zondag herinnerd worden aan het heengaan van een geliefde. Het verborgen verdriet wordt waarschijnlijk door de Schriftlezing al aangeraakt. Het verslag van het sterven van Aäron brengt de hoorder terug naar het verdrietige moment van de afgelopen periode. Na een zorgvuldige overgang kan het verhaal van de tekst in het kort worden verteld. Daarbij dient duidelijk te worden dat Aäron sterft als mens en niet als hogepriester. Ook dient duidelijk benoemd te worden dat dat Aäron passief is in het verhaal. Hij spreekt niet; hij ondergaat. Zo zullen velen het overlijden van hun geliefde hebben ervaren. Ze stonden erbij, maar konden zelf niets doen.
De aanleiding van dit sterven wordt in de tekst duidelijk verteld. Het sterven van een Aäron is de straf op de zonde. De straf op de zonde is de dood. Maar daar is niet alles mee gezegd. Wonderlijk is het bij dit sterven dat er een nieuwe hogepriester is. Eleazar is erbij betrokken. Aäron mag zien dat het ambtelijk werk doorgaat. Het ambtelijk werk gaat door tot op de Heer Jezus Christus. Hij heeft alles gedaan wat nodig was om ons de zaligheid te bereiden. Laat hier Jezus Christus als borg en Middelaar volledig schitteren. De volledige betekenis van de Hogepriester van het Nieuwe Testament vinden we in de lezing van de brief aan de Hebreeën.

Nu is het mogelijk om met pastorale aandacht terug te gaan naar de ervaring van de hoorder bij het sterven van hún geliefde. Wellicht is het mogelijk om vanuit uw eigen pastorale ervaring te spreken.
Ook dient hier de vraag of we kunnen sterven te worden ingebracht. Om te kunnen sterven is het noodzakelijk dat de hoorder weet van het geloof in Jezus Christus.
Doordat de focus verlegd wordt naar de hoorders en niet naar de geliefden die hen ontvallen zijn, is het goed om niet stil te blijven staan bij het verdriet. Door het geloof mogen de hoorders weten dat er een grote troost voor hen is wanneer zij zullen heengaan, wanneer zij in het geloof zullen sterven. Dan is sterven niet het einde. Want dan is sterven vergaderd worden voor het eeuwige leven. Zoals de geloofsbelijdenis van de Kerk spreekt over een doorgang naar het eeuwige leven.
Dan zijn we wel verdrietig om hen die ons zijn ontvallen. Maar we zijn niet zonder hoop. Want we mogen weten dat het door Jezus Christus voor eeuwig goed is. Sterven is dan winst. Door het geloof mogen we sterven onder de ogen van de Hogepriester. Bij Jezus Christus, zijn genade is oneindig groot.
Ideeën voor kinderen en jongeren
Voor kinderen en jongeren is de dood voorstelbaar. Ze weten maar al te goed dat binnen een game het doodmaken van de tegenstander fictief is. Het komt dichterbij in de film Achtste-groepers huilen niet, waarin het overlijden van een jong meisje ten gevolge van kanker in beeld is gebracht. Deze film wordt op veel scholen in de hogere groepen gedraaid. Een korte verwijzing naar deze film is voldoende om de kinderen erbij te betrekken. In de overgang van kind naar jongere komt de bewustwording van het sterven duidelijk binnen. Dit maakt bij dit tekstgedeelte veel los.
Voor de jongere kinderen is er een ander beeld wat herkenbaar is. Het beeld wat vaak benoemd wordt is dat mensen een ster worden bij het overlijden. Dit kan ook onder de kinderen van de gemeente een herkenbaar beeld zijn. In een kindermoment kan dit als beginpunt zijn om bij hun beeld aan te sluiten. Zonder iets zichtbaars voor te dragen is het wellicht voldoende om bij hun beleving aan te sluiten. En te vertellen wat het mag betekenen als ze in de Heer Jezus Christus mogen geloven.
Ferdinand Pierik is als predikant verbonden aan de Hervormde Kapelgemeente in Drachten en aan de Hervormde Gemeente in Een (Friesland). Tijdens zijn studie werkte hij in de uitvaartzorg; een waardevolle ervaring voor pastoraal werk.
Geraadpleegd
Batenburg, M.C., Groenleer, J., Jacobs, T., Markus, W. & Verboom, W. (2015) Goed gelovig: een thematische uitleg van de Heidelbergse catechismus voor verkondiging en onderwijs. Boekencentrum. (p. 295-301; 358-374)
Cammeraat, P. (1993). Leren en leven 1: Genesis tot en met 2 Kronieken. De Groot Goudriaan. (p. 307-308)
Gispen, W.H. (1964). Het boek Numeri (Commentaar op het Oude Testament). Kok. (p. 5-18)
Jagersma, H. (1988). Numeri deel II (De prediking van het Oude Testament). Callenbach. (p. 77-81)
Van den Brink, G. & Van der Kooi, C. (2012). Christelijke Dogmatiek. Boekencentrum.