Menu

None

Stille tijd met Bonaventura

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Guus Labooy, die schrijft over de plek van Bonaventura in zijn stille tijd.

Guus Labooy

Ons verstand is bedoeld voor contemplatie; om Hem te kennen.”

Hij wordt ‘doctor seraphicus’ genoemd: Bonaventura (1221-1274). Is het omdat hij in zijn contemplatieve oeuvre zo vaak zinspeelt op de hemelse wezens die serafijnen heten? In zijn boek De reis van de ziel tot in God is de seraf met zijn drie keer twee vleugels het compositie-motief voor het hele werk – zowel naar vorm als naar inhoud. Ik word steeds weer tot dit ‘stille tijd boekje’ getrokken en hoop dat ik in deze blog iets van vonken kan laten overspringen – seraf komt tenslotte van saraf, vuur.

Versplintering en eenheid

Om te beginnen wil ik wat van de relevantie van dit boekje aangeven. ‘Eenheid’ komt dan als eerste bij me op. Ons moderne leven is cultureel, wijsgerig, levensbeschouwelijk en politiek als een ontplofte confettifabriek. Het ligt in postmoderne scherven aan onze voeten. Niemand ontkomt aan die alomtegenwoordige verbrokkeling, ook de kerk niet. Maar in dit boekje is er een verrassende eenheid, iets waar ik bij op adem komen kan. Een eenheid in God.

Bonaventura ontleent aan die seraf, uit Franciscus’ leven en uit Jesaja, de opbouw van zijn boekje De reis van de ziel tot in God: deze heeft drie paar hoofdstukken, plus één enkele zevende

Opbouw

Bonaventura, die biograaf is van Franciscus, neemt de herinnering aan Franciscus’ visioen op de berg La Verna als vertrekpunt voor de opbouw van De reis. Franciscus zag daar de gekruisigde, maar het kruis stond niet op Calvarie maar werd gedragen door een hemels wezen dat (denk aan Jesaja 6) drie keer twee vleugels had: een seraf. En weggevoerd in die geestvervoering werd Franciscus gestigmatiseerd.

De heilige Franciscus wordt gestigmatiseerd. Fresco in de Bardi kapel in de basiliek van Santa Croce, Florence. Gemaakt door Giotto di Bondone (1266–1337) in 1325.

Aan die seraf ontleent Bonaventura de opbouw van zijn boek: drie paar, dus zes. Drie paar vleugels waarmee wij opwieken tot in God, vleugels die de gekruisigde dragen; ook als zes scheppingsdagen die ons leiden tot de zevende rustdag en de zes treden die leiden naar de troon van Salomo – de wijsheid. Vandaar dus drie paar hoofdstukken en een enkele zevende: een reis via zes treden tot in God. Hij komt daarom ook tot een drievoudige contemplatie, want kunt God vinden …

  • … vanuit sporen in de schepping – de voorhof
  • … vanuit de ziel als Gods beeld – de tempel
  • … van de eerste en eeuwige principes – het Heilige der Heiligen

Deze drie ‘kijkrichtingen’ van de contemplatie worden dan telkens gesplitst zodat je zes hoofdstukken krijgt; elk wordt verdubbeld door het verschil tussen ‘via’ en ‘in’. Neem als voorbeeld de ziel als beeld van God. Je kunt via de spiegel van de ziel opstijgen naar God, maar je kunt God ook in de spiegel van de ziel zien. Zo dus drie kijkrichtingen die elk in twee uiteenvallen, waardoor je zes hoofdstukken krijgt. Drie paar treden brengen ons zo naar de eeuwige rustdag tot in God.

We betreden hier met Bonaventura de bedding van de Augustijnse traditie van de (immanente) Triniteit

Nederig, aanbiddend denken

Al is de wijsgeer en de monnik hier één, de menselijke vermogens worden niet onnadenkend ingezet in hun natuurlijke staat! Nee, die vermogens zijn ‘implanted by nature, deformed by sin, reformed by grace, cleansed by justice, exercised by knowledge, perfected by wisdom’. Hier een voorbeeld daarvan. Bonaventura nodigt de lezer uit tot gebed in ‘woordloze zuchten’ (Romeinen 8), opdat hij niet denke dat…


reading is sufficient without unction,
investigation without wonder,
observation without joy,
work without piety,
knowledge without love,
understanding without humility,
endeavour without divine grace
…[1]

Sporen, spiegels, beelden van God

Tot slot een paar voorbeelden van sporen, van ‘lijntjes’ naar God. Eerst het contempleren van God via het beeld dat Hij heeft gedrukt in de natuurlijke vermogens van de ziel (hoofdstuk 3). Daar stuiten we op de Triniteit:

Enter into yourself, then, and see
that your soul loves itself most fervently;
that it could not love itself unless it knew itself,
nor know itself unless it remembered itself,
because our intellect grasps only what is present to our memory.
From this you can observe, that your soul has a threefold power.
These powers lead us to the most blessed Trinity itself.

Hier merken we dat contemplatie dicht tegen een analytische manier van denken aan kan liggen – tegen analytische filosofie, eigenlijk. Want waar bestaat een ‘ik’, een ‘zelfbewustzijn’, eigenlijk uit? Vinden we in onszelf niet een bron waaruit kennen en liefhebben stroomt? We betreden met Bonaventura hier dus de bedding van de Augustijnse traditie van de (immanente) Triniteit. De Triniteit wordt hier niet gezien als een soort ‘sociale Triniteit’ van drie personen. Nee, het idee is dat het nu eenmaal eigen is aan een Geest om drievuldig te zijn: memoria (bron/ Vader); intellectus (kennis/ Woord, Zoon); voluntas (liefde/ Geest).

‘Contemplatie’ komt van con en templum; het gaat om worden tot een tempel

Wellicht overbodig, maar ik geef toch even een aanvulling, voor het goede begrip: naast deze immanente Triniteit onderscheiden we de economische Triniteit. Dat is Gods Trinitarische omgang met de schepping: God als Schepper en bron van de geschapen werkelijkheid; God zoals Hij zich in deze werkelijkheid bekend maakt door zelf te komen in zijn Woord, zijn Zoon; God zoals Hij daarmee deze werkelijkheid in vuur en vlam wil zetten door zijn Geest van liefde.[2]

Ik beperk me verder tot het noemen van nog twee andere lijntjes waardoor ook de wijsbegeerte wordt opgenomen in dit raamwerk van aanbidding. Het kosmologisch Godsbewijs komt in allerlei schakeringen langs bij het contempleren van de schepping (hoofdstukken 1 en 2); het ontologische bij de contemplatie van de eerste principes (hoofdstukken 5 en 6). ‘Contemplatie’ komt van con en templum; het gaat om worden tot een tempel. En daar horen dus volgens Bonaventura ook de godsbewijzen thuis. Deze dienen er dus niet toe om te bewijzen dat God bestaat of zoiets prozaïsch:[3] heeft de Leeuw een muis nodig om zich te verdedigen?

Ons verstand heeft als hoogste doel niet het doorgronden van de fysica, het ontdekken van nieuwe Alzheimer-medicatie of het verzinnen van fiscale trucks in belastingparadijzen. Het was voor contemplatie bedoeld, Hem kennen in Christus.

In de tempel wordt ons denken geheeld en hervindt het haar ware doel: aanbidding en lofzegging. Ons verstand heeft als hoogste doel niet het doorgronden van de fysica, het ontdekken van nieuwe Alzheimer-medicatie of het verzinnen van fiscale trucks in belastingparadijzen. Het was voor contemplatie bedoeld, Hem kennen in Christus. Echt paradijselijk dus. Is dit niet ‘Fides curans intellectum’?

Uw oven laait in Jeruzalem

Ik heb maar een paar dingen naar voren kunnen halen. Ik idealiseer het boekje niet: er zitten ook voor mij althans tamelijk onleesbare stukken in. Maar wat ik kan behappen is, zo geloof ik, een zegen voor de eenheid in leven én in kerk. Ik sluit af met het slotgebed van Bonaventura:

Wij bidden U om genade, niet om instructies; verlangen, niet begrip; het zuchten van gebed, niet ijverig lezen; de Echtgenoot, niet de leraar; U, God, niet een mens; duisternis, niet helderheid; geen licht maar vuur, een vuur dat ons geheel in vlam zet en brengt tot in U, o God, door de zalving van geestvervoering en brandend verlangen. Dit vuur bent U, God, en uw ‘oven laait in Jeruzalem’ (Jes. 31: 9) en Christus steekt die aan in de hitte van zijn brandend lijden. Gezegend bent U voor altijd, Amen.

Noten

[1] Bonaventure, The Soul’s Journey into God, transl. E. Cousins, New Jersey 1978.

[2] Voor meer uitleg zie bv. mijn Christelijk geloof voor eeuwige beginners, KokBoekencentrum 2021.

[3] Kant en de Verlichting, hebben ze de Godsbewijzen gelezen buiten de tempel? Het heeft er alle schijn van. Dat de moderne wijsbegeerte het ontologisch Godsbewijs weer ‘Kant-proof’ heeft weten te maken is dus hoogstens alleen maar gewoon geinig (bv. Plantinga, Hubbeling, Mavrodes); mensen komen niet tot geloof door bewijzen, maar door een door hen zelf gewilde omwending.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken