Derde zondag van de Veertigdagentijd
OT: Exodus 17,1 -7 Psalm: Psalm 95 EV: Johannes 4,5 -26(42) Epistel: 1 Korintiërs 10,1- 13 Overig: Alternatieven:
OT: Exodus 17,1 -7 Psalm: Psalm 95 EV: Johannes 4,5 -26(42) Epistel: 1 Korintiërs 10,1- 13 Overig: Alternatieven:
Als alternatieve lezing staat vandaag een verheven en gedurfde lezing op het rooster. Verheven, want het is de Heer die de profeet Jeremia zendt om in de hof van het huis van de Eeuwige, de tempel, te profeteren. Gedurfd, omdat de profeet met zijn verkondiging niets minder doet dan zijn leven in de waagschaal stellen.
Op het rooster staan Exodus 20,1-17, Psalm 19,8-15, Romeinen 7,14-25 en Johannes 2,13-22(25). Deze exegese focust op de epistellezing. Romeinen 7,14-25 is een bekend en tegelijkertijd ingewikkeld gedeelte. Mensen herkennen zich te pas en te onpas in de dynamiek van wel willen en niet doen. De mens is gevangen in een strijd van trekbewegingen tussen de wet van God willen houden en de wet van de zonde doen. Zij wacht nog op de voltooiing die komt wanneer het lichaam wordt vernieuwd.
Jezus is onderweg van Jeruzalem naar Galilea. Moe en dorstend naar mensen die bereid zijn om hun hart te openen rust Hij uit bij de put van Jakob in Sichar, de plaats waar ooit de twaalf stammen bijeenkwamen voor een verbondsvernieuwing (Joz. 24). Verbond en verbondsvernieuwing hangen in de lucht. Jezus is ter bruiloft geweest, heeft met Nicodemus gepraat over opnieuw geboren worden en is door Johannes de Doper aangemerkt als de bruidegom die voor zijn bruid gekomen is.