Menu

Premium

Het uur van Gods grootheid

Preekschets voor de veertigdagentijd

Prediking

‘Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en Ik zal mijn grootheid weer tonen.’ (Johannes 12:28)

Schriftlezing: Johannes 12:20-36

Liturgisch kader

In de lijdenstijd of veertigdagentijd bezint de kerk zich op de weg, die Jezus is gegaan, op weg naar zijn sterven aan het kruis. De verkondiging kan zich deze zes of zeven zondagen richten op de betekenis van zijn lijden. Johannes doet in zijn evangelie uitgebreid verslag van de gesprekken die plaatsvonden tijdens de laatste maaltijd die Jezus met zijn discipelen hield (Joh. 13 tot en met 17). Hierin is genoeg stof tot overdenken te vinden voor deze periode van het kerkelijk jaar.

Uitleg

Het gedeelte dat hier besproken wordt, volgt onmiddellijk op de intocht in Jeruzalem. Je zou kunnen zeggen dat het de toon zet voor het vervolg van het evangelie in het algemeen en de tafelgesprekken in het bijzonder. Dit is hoofdstuk 12 van de 21 die dit evangelie telt: de helft van het evangelie gaat dus over de laatste uren van Jezus op aarde, zijn sterven en de verschijningen na zijn opstanding uit de dood.

Dit bijbelgedeelte begint met de vraag van een aantal Grieken (vs. 21). Zij zijn een illustratie bij de opmerking van de farizeeën dat de hele wereld achter Jezus aanloopt (vs. 20). In het vervolg spelen zij geen rol meer. Waar het om gaat, is dat zij Jezus willen zien. Zien is belangrijk voor Johannes: van het begin van dit evangelie (Joh. 1:14) tot en met het eind (Joh. 20:29). Ook in dit hoofdstuk wordt het werkwoord 7 keer gebruikt (in vertaling).

De vraag is voor Jezus aanleiding om te spreken over de tijd (het uur) die is aangebroken (vs. 23). Ook dit is een gewichtig begrip door heel het evangelie heen, ook in de gesprekken aan tafel. Zie bijvoorbeeld 2:4; 4:21 en 23; 5:25 en 28; 7:30; 8:20; 13:1; 16:2,4,25 en 32; 17:1. Er staat iets te gebeuren!

Merk op hoe groot het contrast is tussen ‘tot Majesteit verheven worden’ en ‘in de aarde vallen en sterven’. Het eerste gaat over macht, bewondering en erkenning, terwijl het andere precies het tegenovergestelde lijkt te zeggen: een roemloos einde…

In vers 27 (‘Laat dit ogenblik aan Mij voorbijgaan?’) gaat het opnieuw over ‘dit uur’, vergelijk vers 23. In het Grieks wordt dit zelfs herhaald, zoals in de HSV goed te zien is: ‘Vader, verlos Mij uit dit uur. Maar hierom ben Ik in dit uur gekomen.’ De vraag lijkt op het gebed van Jezus in de Hof van Getsemane – of de beker van het lijden aan Hem voorbij mocht gaan (alleen te lezen in de synoptische evangeliën; bij Johannes is het slechts een retorische vraag wanneer Jezus Petrus vermaant: ‘Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’)

In vers 28 gaat het nadrukkelijk over de ‘doxa’ van God, zijn grootheid (NBV21) of heerlijkheid (HSV). Opnieuw een begrip dat de evangelist van begin (1:14) tot eind (21:19) van gebruikt. In elk van de hoofdstukken 13 tot en met 17 brengt Jezus het ter sprake. Hiermee benadrukt Hij waar het Hem om te doen is wanneer Hij het lijden aanvaardt: alles is gericht op de eer van God. De Vader en de Zoon zijn zowel actief in het verheerlijken, als ook degenen die verheerlijkt worden. En daarmee stopt het niet: de leerlingen zetten het voort (zie bijvoorbeeld 15:8).

Het lijkt erop dat Jezus, bij het verheerlijken van de Vader, eerder denkt aan het kruis dan aan het lege graf. Daaruit zou je de conclusie kunnen trekken dat je meer van Gods grootheid ziet in de vernedering aan het kruis, dan in de opstanding uit de doden.

Aanwijzingen voor de prediking

Wanneer je preekt vanuit dit schriftgedeelte zou je een van de betekenisvolle begrippen centraal kunnen stellen. Ik kies voor het begrip doxa en sluit aan bij de vertaling van de NBV21: de grootheid van God.

Meetlat of weegschaal

Je zou dit begrip eerst kunnen verkennen: hoe wordt grootheid normaal gesproken gemeten? Als het over afstand gaat met een meetlat, als het over gewicht gaat met een weegschaal. En de grootheid van een persoon: die wordt vaak afgemeten aan de hand van de prestaties die hij heeft verricht, welke records zij heeft gevestigd, hoeveel volgers hij heeft. Er zijn mensen die zichzelf groot maken door anderen te vernederen. Wijs dan op vers 28: het gaat Jezus om de grootheid van God. Hoe is die te meten? Wat is daarvan te zien? Je zou natuurlijk kunnen wijzen op de schepping (de psalmen zingen ervan). Je kunt ook de geschiedenis noemen die God met zijn volk Israël is gegaan. Maar het is duidelijk dat Jezus het over zijn sterven heeft. En dat is natuurlijk vreemd – totaal tegengesteld aan wat wij verstaan onder grootheid.

Het onvermijdelijke einde

De mensen die jouw preek horen, zijn natuurlijk (op een enkeling na wellicht) op de hoogte van de betekenis van Jezus’ sterven. Toch is het goed om daar nog weer even bij stil te staan. Het is immers de lijdenstijd / veertigdagentijd. Zoom even uit: de dood van Jezus is op zichzelf niet zo bijzonder. Hij is mens geworden zoals wij. Sterven is het lot van alle mensen en dus ook het onvermijdelijke einde van Jezus’ tijd hier op aarde. Alleen betekent dat voor ons dat we onze vruchtbare jaren ergens tussen wieg en graf hebben; vandaar dat we de grootheid van mensen afmeten aan wat ze presteren, of aan wat je verdient, of hoeveel macht je hebt… Natuurlijk werd er ook tijdens zijn leven iets zichtbaar van de grootheid van Jezus, in de verkondiging van het evangelie en in de tekenen die Hij deed. Maar om zijn ware grootte te bereiken, moest Hij sterven. Wanneer Jezus het erover heeft dat Hij van de aarde omhoog geheven wordt (vers 32), gaat dat niet over zijn hemelvaart, maar over zijn kruisiging (vs. 33).

Probeer dit beeld wat verder uit te werken, zodat de hoorders het voor ogen zien: machtige mensen staan op een podium, directiekantoren bevinden zich op de bovenste verdieping, paleizen zijn op een berg gebouwd: de mensen moeten letterlijk tegen deze grootheden opkijken, zo worden ze door zoveel mogelijk mensen gezien. En omgekeerd: zo kijken zij op anderen neer. Hoe groot is het contrast met Jezus: het kruis is zijn podium, waarop Hij wordt tentoongesteld, als een afschrikwekkend voorbeeld.

Kruis
(Beeld: Unsplash)

Nog nooit vertoond

Maar Hij vertelt (nogmaals vs. 32) dat dit het omgekeerde effect zal hebben: dit zal het moment van zijn glorie zijn. Het moment waarop God zijn grootheid toont. Dit is het ultieme antwoord op de vraag van de Grieken die Hem wilden zien (vs. 21).

Ga nog even door op dat spoor: dit is het antwoord op álle mensen die God zoeken. En dit is het antwoord op alle mensen die klein van God denken, die zeggen dat ze niets van God zien: de Zoon van God die sterft als een nietige graankorrel, die door zijn sterven vrucht zal dragen. Natuurlijk is Pasen een wonder: de sterfelijke mens die opstaat uit de dood. Maar Goede Vrijdag is net zo goed een wonder (of misschien nog wel een groter wonder): de onsterfelijke God die sterft. Dat is nog nooit vertoond!

Dit leidt tot de conclusie van je preek, waarin je ook een link legt naar het leven van de mensen die voor je zitten: er zijn allerlei manier om grootheid te meten. Maar de grootheid van God is onmetelijk, hoe klein Hij zichzelf ook maakt. En iedereen die Hem ziet en die daardoor in Hem gelooft, voegt iets toe aan de grootheid / de heerlijkheid van God. Jezus verbindt hieraan ook een levensles voor zijn leerlingen: ‘Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven loslaat, behoudt het voor het eeuwige leven.’ (vers 25) Dat betekent dat jouw grootheid uiteindelijk niet wordt bepaald door jouw prestaties, of door de tijd die je hier op aarde doorbrengt. Jouw grootheid wordt bepaald door jouw relatie met God.

Ideeën voor kinderen en jongeren

De vraag waarmee hierboven de aanwijzingen voor de prediking begint (hoe wordt grootheid gemeten?) kan ook voorafgaand aan de preek aan kinderen gesteld worden.

Een alternatief is om iets te zeggen over het beeld van de graankorrel:

Stel dat je één knikker hebt, en je wilt er een heleboel – wat moet je dan doen? Winnen! En als je één euro hebt, en je wilt er meer? Hard werken! En als je één graankorrel hebt… Dan moet je die in de grond doen… Dat voorbeeld gebruikt de Here Jezus om uit te leggen waarom Hij moet sterven. Hij wil later niet alleen zijn in de hemel – Hij wil dat jij er ook bent, en wij allemaal!

Liedsuggesties

Naast alle liederen die passen in deze tijd van het kerkelijk jaar, zou je kunnen denken aan het lied ‘Hoe groot zijt Gij’ (onder andere Opwekking 407), met name het tweede vers gaat over het lijden van Christus.

Jan Swager is predikant in Doornspijk en lid van de redactie ‘Prediking’ van Theologie.nl.

Geraadpleegd

M. de Jonge. (1996). Johannes, een praktische bijbelverklaring. (Tekst en toelichting). Kok.

L. Morris. (1995). The Gospel according to John. (The New International Commentary on the New Testament). Eerdmans.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken