Bij Marcus 5:22-43Aagjes vriendin Talita is ziek. Ernstig ziek. Haar vader Jaïrus komt aan de deur en vraagt naar Jezus. ‘Nee, hij is hier niet,’ zegt moeder Maria. ‘Aagje, loop jij even met meneer Jaïrus mee? Ik denk dat Jezus weer bij het strand zit met zijn vrienden. Je weet wel waar.’Aagje wil dat best. Ze ziet dat Jaïrus tranen in zijn ogen heeft. Zo bezorgd is hij over Talita. ‘Kom maar,’ zegt ze, en pakt hem bij zijn hand, ‘dan gaan we gauw zoeken.’Ze vinden Jezus op de vaste plek. Daar zakt Jaïrus gewoon in elkaar. Zo verdrietig en
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden