Menu

Premium

Twijg

rijsje, spruit, tak

Huub Oosterhuis dichtte de volgende regels en B.M. Huijbers componeerde er muziek bij. In die vorm heeft het lied een plaats gekregen in het Liedboek voor de Kerken:

‘Niet als een storm, als een vloed,
niet als een bijl aan de wortel
komen de woorden van God, niet als een schot in het hart.
Maar als een glimp van de zon
een groene twijg in de winter…’ (Gezang 325).

De beelden zijn met smaak gekozen. Een takje is kwetsbaar. Het kost weinig moeite het af te breken. Woorden als ‘twijg’ en ‘rijsje’ hebben dezelfde betekenis, maar klinken poëtischer. Naast kwetsbaarheid symboliseren zij zowel een nieuw begin, als hoop en verwachting. Uit een twijg of rijsje kan tenslotte een stevige tak groeien. De overeenkomsten en verschillen laten zich moeilijk precies definiëren. Als gezegd wordt dat de planten beginnen te spruiten dan wordt bedoeld dat ze uitschieten, loten vormen en uitlopers krijgen. Aardappelen die voor consumptie bestemd zijn, kunnen op een gegeven moment gaan spruiten en dan verliezen ze hun waarde als voedingsmiddel. In die laatste betekenis is het verschil tussen ‘spruit’ en ‘wortel’ niet groot meer.

Grondtekst

Het Hebreeuws kent het woord joneq dat zowel ‘zuigeling’ (o.a. Num. 11:12; Deut. 32,25; Ps. 8:3; Jes. 11:8) als ‘twijgje’, ‘loot’ of ‘scheut’ kan betekenen (Job 8:16; 14:7; 15:30; Ps. 80:12; Jes. 53:2; Ez. 17:22; Hos. 14:7). Een bekende vertaling van het Hebreeuwse woord netsèr is ‘rijsje’ (Jes. 11:1 in de vertaling NBG-1951). Ook deze term kan worden weergegeven met ‘twijgje’ (aldus de Willibrord-vertaling van Jes. 11:1), ‘scheut’ of ‘loot’ (Jes. 60:21; Dan. 11:7; Sir. 40:15). Het woord tsèmach heeft naast een collectieve betekenis: ‘gewas’ (Gen. 19:25; Ps. 65:11; Jes. 61:11; Ez. 17:10; 16:7; Hos. 8:7), ook een ‘individuele’: ‘spruit’, met een metaforische strekking: de messiaanse spruit, de nakomeling van David (Jer. 23:5; 33:15; Zach. 3:8; 6:12). De Septuaginta vertaalt de woorden tsamach (uitspruiten) en tsèmach (spruit) meestal respectievelijk met anatelloo en anatolè: onder andere ‘opgaan’ (bijvoorbeeld van de zon). In het Nieuwe Testament worden deze gedachten vrijwel niet verder ontwikkeld (vgl. Luc. 1:78; Hebr. 7:14). Dat geldt in feite ook voor het ‘rijsje’ of ‘twijgje’ uit de profetie van Jesaja. In de Septuaginta wordt netsèr weergegeven met rabdos.

In het Nieuwe Testament komt dat woord enkele malen voor, maar steevast in de betekenis van ‘staf’ (Mat. 10:10; Mar. 6:8; Luc. 9:3; 1 Kor. 4:21; Hebr. 1:8; 9:4; 11:21; Op. 2:27; 11:1; 12:5; 19:15). Voor ‘tak’ kent het nieuwtestamentisch Grieks de term klados (Mat. 13:32; 21:8; 24:32; Mar. 4:32; 13:28; Luc. 13:19; Rom. 11:16-21).

Letterlijk en concreet

In zowel het Oude als Nieuwe Testament komen bovenstaande woorden slechts bij uitzondering in hun concrete betekenis voor. Dat geldt strikt genomen ook voor de takken die in de volgende gelijkenis vogels de gelegenheid bieden daar hun nesten te maken: ‘Waarmee zullen we het Koninkrijk van God vergelijken, of met welke gelijkenis geven we het weer? Het is als een mosterdzaadje dat in de aarde gezaaid wordt. Het is het kleinste van alle zaden op aarde, maar als het gezaaid is, komt het op en wordt het groter dan alle andere struiken en het krijgt grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen’ (Mar. 4:30-32).

Beeldspraak en symboliek

a.In de bijbel heeft de symboliek van deze woorden een tweeledig karakter gekregen. In de eerste plaats worden zij toegepast op het volk Israël: ‘U hebt uit Egypte een wingerd gerooid, volken naar elders verjaagd en hem op hun plaats geplant. U hebt weggehaald wat er voordien stond, hem daar wortel laten schieten en uit laten lopen over het land. Onder zijn schaduw gingen bergen schuil, reuzeceders onder zijn twijgen. Zijn takken reikten tot aan de zee, zijn ranken tot aan de rivier’ (Ps. 80:9-12).

b.In de profetische literatuur krijgen soortgelijke beelden een eschatologisch karakter: ‘Op die dag zal datgene wat de Heer laat ontluiken (uitspruiten, in NBG-vertaling) een luisterrijk sieraad zijn, en de vrucht van het land een trotse tooi voor de overlevenden van Israël’ (Jes. 4:2; vgl. Hos. 14:7).

c.Een bijzonder karakter draagt de tweede symbolische betekenis. Fundamenteel daarvoor is de volgende tekst: ‘Een twijg (rijsje, in NBG-verta-ling) ontspruit aan de stronk van Isaï, een telg (scheut, in NBG) ontbloeit aan zijn wortels. De geest van de Heer rust op hem (Jes. 11:1-2). De profeet schreef deze woorden in een troosteloze situatie. Het mini-koninkrijk Juda is omringd door vijanden, zelfs het broedervolk, het rijk der tien stammen in het noorden, heeft zich aan de zijde van de tegenstanders geschaard (Jes. 7:1-2). Is alle hoop vervlogen en het definitieve einde nabij? Jesaja weigert zich bij het schijnbaar onvermijdelijke neer te leggen. Hij put moed uit het verleden, uit de belofte die de profeet Natan ooit aan de dynastie van David deed: ‘Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht blijven bestaan voor altijd; uw troon staat voor eeuwig vast’ (2 Sam. 7:16). Om die reden meent de profeet Jesaja, ondanks alles, zijn hoop op de dynastie van David te mogen blijven vestigen. Hij profeteert de geboorte van een nieuw koningskind in het paleis (Jes. 7:14). God maakt een nieuw begin: een twijgje uit de stronk (Jes. 11:1).

d.Het beeld is later door de profeet Jeremia overgenomen en geactualiseerd: ‘Geloof Mij, de tijd komt dat Ik (God) een wettige telg (spruit, in NBG-vertaling) van David laat opstaan – godsspraak van de Heer. Hij zal met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen’ (Jer. 23:5; vgl. 33:15). Tenslotte vinden we dezelfde symbolische betekenis in het bijbelboek Zacharia: ‘Zo spreekt de Heer van de machten: “Daar is de man die telg (spruit, in NBG-vertaling) heet; hij schiet omhoog waar hij is en hij bouwt de tempel van de Heer, maar hij zal ook met luister bekleed worden en als heerser op zijn troon zetelen’ (Zach. 6:12-13; vgl. 3:8).

e.De auteurs van de nieuwtestamentische geschriften hebben zich klaarblijkelijk niet door bovengenoemde gedachten en verwachtingen laten inspireren.

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 144; 147; Gezang 36; 55; 132; 179; 325 (= Gezangen: 731; Liturgie: 503; Zolang: 21); Eva I: 34; II: 9; 20; 25; Evangelie III: 6; 20; Gezangen: 578 (= Liturgie: 440); Gezegend: 103; 105; Liederen: 20; Verzamelde: 224 (ook als gedicht te gebruiken); Zingend I-II: 159; III: 10; IV: 69; 78; V: 35; VI: 11; Zolang: 24 (= Gezangen: 570; Liturgie: 427).

b.Poëzie:

Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1980, blz. 427: ‘Vroeg fresco’. Guillaume van der Graft, Verzamelde liederen, Baarn 1986, blz. 323: ‘Es ist ein ros entsprungen’ (kan ook gezongen worden).

c.Verwerking:

Elk voorjaar gebeurt het: uit de doods en dor schijnende bomen en struiken ontspruit jong groen, nieuw leven breekt baan. We staan erbij en raken verwonderd – elke keer weer – over dat mysterieuze verschijnsel. Vanuit deze gezamenlijke ervaring kunnen we uitkomen bij de beelden van de bijbelse twijg en spruit. De thema’s liggen voor de hand: nieuw begin, nieuw leven, overwinning van de dood, hoop, verwachting, vrede en gerechtigheid.

Verwijzing

De twijg (spruit, rijsje, tak) heeft allereerst verwantschap met de ‘boom‘. Daarnaast verwijst het naar ‘vrucht‘ en ‘wortel‘.

Wellicht ook interessant

De Leviet in Gibea
De Leviet in Gibea
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

Basis

Korte Metten: Een tweede Rode Lijn op de stoep van de PKN

Vrijdag 20 maart: de Jannekes en de Hanna’s aan de niet zo pro-Israël kant van de PKN trekken hun rode jassen weer aan en doen hun rooie sjaals opnieuw om zodat zij hun zorgen over hun eigen kerkgenootschap nogmaals kunnen laten horen. Na een eerste christelijk Rode Lijn protest enkele maanden geleden volgt nu dus een tweede. Ze zijn boos. Heel boos. In hun ogen maakt de leiding van hun PKN zich, waar het over Israël, Gaza en Palestina gaat, schuldig aan het gebruik van “ontwijkende taal van ‘pijn aan beide kanten’ en misleidende taal over ‘conflict’ en ‘ingewikkeld’. En ook neemt de kerkleiding nog steeds het woord ‘genocide’ niet in de mond.” Zo schrijven de initiatiefnemers van dit tweede Rode Lijn protest in hun oproep in Nieuw Wij op 2 maart.

Nieuwe boeken