Menu

Premium

Vanuit een nieuwe oriëntatie leven

Bij Romeinen 7,14-25a

Iets schrijven bij dit fragment uit de brief van Paulus aan de Romeinen is geen eenvoudige opgave. Paulus geldt als ‘moeilijk’ en zijn Romeinenbrief is belast door wijdlopige, dogmatisch gekleurde commentaren van grote namen uit het verleden als Aurelius Augustinus, Maarten Luther en Karl Barth.

Om aan nieuwe generaties uit te leggen wat de inhoud, de waarde en de betekenis van deze ‘modelbrief’ is, moet je op de een of andere manier gefascineerd zijn door het leven en het missionaire werk van Paulus. Wat op het eerste gezicht een zwaar, diepgravend betoog lijkt, zou bij nader inzien weleens een inspirerende, troostrijke, bemoedigende, aansprekende brief kunnen zijn.

Paulus in zijn antieke context

Dat durf ik nu zo op te schrijven, omdat ik tijdens de vorige zomerperiode door een vriend werd gewezen op het fascinerende boek van Dr. Fik Meijer, getiteld Paulus, met als ondertitel: Een leven tussen Jeruzalem en Rome.[1] Hij volgt Paulus op zijn reizen en biedt een schat aan informatie, die hij put uit twee belangrijke bronnen, namelijk uit alle brieven van Paulus én uit Lucas’ Handelingen van de apostelen. Fik Meijer slaagt erin, mede door zijn kennis van de oudheid, op een heldere en aansprekende wijze heel het leven en werk van Paulus in de context van de Grieks-Romeinse wereld van die dagen uit te doeken te doen. Je wordt er enthousiast van. Zo’n opstap is nodig om op temperatuur te komen om het gedeelte uit de Romeinenbrief dat aan de orde is (7,14-25a) nader en preciezer te bekijken.

Dankbetuiging

Het slotvers (7,25a) vraagt allereerst onze aandacht. Het is een betuiging van dankbaarheid. ‘Dank aan God!, door Jezus Messias, onze Heer’ (Naardense Bijbel). Dit soort dankbetuigingen tref je vaker aan in de brieven van Paulus (zie bijvoorbeeld 1 Kor. 15,10). Steeds weer benadrukt Paulus dat hij een geroepen apostel is, een volgeling van Jezus Messias, wiens licht, wiens messiaanse licht gevallen is over zijn wettische bestaan. De slavernij onder de Wet, onder een oud regime, heeft Paulus dankzij Jezus Messias achter zich gelaten. Er is scheiding aangebracht tussen zijn oude wettische leven en het nieuwe spoor dat hij nu volgt, tussen de oude en de nieuwe mens, tussen Saulus en Paulus.

Paulus weet zich door Jezus gegrepen. Hij ziet Jezus Messias als Zoon van God, Zoon van David, waarop reeds de profeten gezinspeeld hebben. Iemand die beschikt over de nodige geestkracht om mens en wereld te repareren, heel te maken, te redden en te bevrijden. Zelfs de dood stond Hem hierbij niet in de weg (Rom. 1,1-4). De dankbetuiging (7,25a) sluit dan ook af met de woorden: ‘door Jezus Messias, onze Heer’ (Gr.: kurios). Het ‘onze’ slaat in dit geval op de geadresseerden, de christenen in Rome (joden en aan joden verwante groepen).

Je zou met dit slotvers (7,25a) wat kunnen spelen, bijvoorbeeld door het te verplaatsen naar het begin van het fragment (7,14-25a) of naar het midden, maar je zou het ook steeds kunnen laten ‘meelopen’ als je de verzen nader in ogenschouw neemt. Al was het alleen maar om niet te verzanden, niet vast te lopen in het herkenbare en door Paulus diep doorleefde menselijke dilemma dat wordt beschreven.

Spanning tussen ‘vlees’ en ‘geest’

Wat is nu precies het grote dilemma dat in deze Romeinentekst breed wordt uitgemeten? Om dit onder woorden te brengen is wel enig inzicht nodig in enkele veel voorkomende termen bij Paulus, zoals vlees (Gr.: sarx) in combinatie met zonde (hamartia) én geest (pneuma); vleselijk (sarkinos) tegenover geestelijk (pneumatikos). Vergelijk met wat in vers 14 staat: ‘Want wij weten dat de Wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde’ (NB). Bij vlees denk je aan ons begrensde, aardse, lichamelijke bestaan, aan vergankelijkheid en sterfelijkheid, aan zondigheid. Het is een complex en meerduidig begrip. Uiteindelijk denk je bij ‘vlees’ aan de dood. Vergelijk ook met vers 24: ‘(…) wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?’ (NB).

Bij ‘geest’ ligt dit alles totaal anders. Het gaat bij geest vooral om kracht, om geestkracht, om beweging. De kracht waarmee je een doel nastreeft. Geen verstarring dus maar beweging! Geen vergankelijkheid maar onvergankelijkheid! Geen dood maar leven! Zo scherp ligt het bij de tegenstelling ‘vlees’ en ‘geest’: het is een kwestie van dood of leven. Dit is in principe het grote dilemma: de keuze tussen die twee.

Machteloosheid doorbroken in Jezus Messias

Paulus beschrijft een spanningsveld dat herkenning wil oproepen, niet alleen bij zijn adressanten in Rome, maar eigenlijk bij iedereen die deze brief onder ogen krijgt.

Het is de grote spanning tussen hoe wij de werkelijkheid beleven, ervaren en ondergaan, en ons verlangen, onze verwachting, onze hoop hoe het werkelijk zou moeten toegaan in deze wereld. In de beschrijving van het grote dilemma in Romeinen 7,14-25a proeven we een grote mate van machteloosheid bij de ‘ik’, want ‘goed dat ik wil, doe ik niet, maar kwaad dat ik niet wil, dat verricht ik’ (7,19 – NB). De ‘ik’ ziet zichzelf als een gevangene in de wet van de zonde.

Die machteloosheid moet doorbroken worden. Dat gebeurt in het slotvers, door de inhoud van de dankbetuiging, die we bij onze bespreking van het dilemma hebben laten ‘meelopen’. Niet als een escape, maar meer als een permanente impuls om op te staan en de weg die gewezen wordt in te slaan. De toekomst wordt als het ware opengebroken. Paulus geeft ons de sleutel in handen die toegang biedt tot bevrijd gebied, tot bevrijd leven.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken