Menu

Premium

Varken of zwijn

Wie in het menselijk verkeer iemand ‘varken’ of ‘zwijn’ noemt, heeft niet de bedoeling de ander een compliment te geven. De identificatie ligt voor de hand en is gemakkelijk gemaakt: een man of vrouw die slordig leeft, zich liederlijk gedraagt en van zijn/haar bestaan een chaos maakt. Als we van mening zijn dat het vergeefse moeite is iemand anders iets waardevols te leren of te schenken dan kunnen we zeggen: het is parelen voor de zwijnen werpen.

Grondtekst

Het Hebreeuwse woord voor ‘zwijn’ (chazier) komt in het Oude Testament slechts op een beperkt aantal plaatsen voor (Lev. 11:7; Deut. 14:8; Ps. 80:14; Spr. 11:22; Jes. 65:4; 66:3,17).

In het Nieuwe Testament is de Griekse term choi-ros (= zwijn) uitsluitend in enkele passages in de drie synoptische evangeliën te vinden (Mat. 7:6; 8:30-32; Mar. 5:11-16; Luc. 8:32-33; 15:15-16). In één tekst staat het woord hys, ‘zeug’, (2 Petr. 2:22).

Letterlijk en concreet

a.De geboden van de Tora laten er geen twijfel over bestaan: ‘Maar van de herkauwers of de dieren met gespleten hoeven mag u de volgende niet eten … (volgt een opsomming: kameel, klipdas, haas) … het varken, want het heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein’ (Lev. 11:7-8; vgl. Deut. 14:8).

b.Het zwijn/varken mag niet worden gegeten. Het is bij uitstek een onrein dier. Naar de precieze reden kan men slechts gissen. Een oude verklaring is te vinden in het werk van de Romeinse historicus Tacitus die in het eerste decennium van de tweede eeuw naar aanleiding van zijn relaas over de verovering van Jeruzalem door Titus in 70 een uitvoerige beschrijving geeft van het joodse volk en zijn religieuze gewoonten en gebruiken: ‘Ze onthouden zich van het eten van varkensvlees ter herinnering aan een ramp, want de schurft waaraan dat dier vaak lijdt had hen zelf ook eens geteisterd’. Op welke catastrofe de Romeinse historicus doelt, is niet duidelijk. Het woord ‘schurft’ zou op melaatsheid kunnen wijzen. De Tora is op dit punt ondubbelzinnig: wie melaats is, moet onrein worden verklaard en zal als onreine door het leven dienen te gaan, met alle consequenties van dien (Lev. 13-14). Evenmin zeker is de veronderstelling dat in het oude Israël het zwijn onrein verklaard zou zijn, omdat het vlees als ongezond en inferieur werd beschouwd. Zoals dat ook met andere oudtestamentische voorschriften (bijvoorbeeld besnijdenis) het geval is, staat de Tora beslist niet alleen in de negatieve waardering van het zwijn/varken. Ook bij andere Semitische volken gold het dier als onrein en mocht het niet geofferd en evenmin gegeten worden.

c.Bij andere volken in de antieke wereld -Egyptenaren, Kanaänieten, Babyloniërs – bestond evenwel meer waardering voor zwijnen. Ze werden zelfs als heilig beschouwd. In de Griekse wereld meende men aan hun bloed een reinigende werking te kunnen toeschrijven. In de cultus van de Romeinen speelde het offer van zwijnen een centrale rol. Na de Babylonische ballingschap en in het bijzonder als gevolg van de veroveringstochten van Alexander de Grote nam de invloed van de Grieks-hellenistische, en naderhand ook van de Romeinse, cultuur in het joodse land steeds verder toe. De jood die zich aan de geboden van de Tora wenste te houden, liep in toenemende mate gevaar door varkens verontreinigd te worden (Jes. 65:4; 66:3,17). Tot een dramatisch dieptepunt kwam het in de jaren 167-164 v.Chr. toen de Syrische koning Antiochus IV pogingen deed het joodse geloof te helleniseren. Besnijdenis en sabbat werden verboden, in de tempel te Jeruzalem werd een altaar opgericht ter ere van de Griekse oppergod Zeus -in de bijbel wordt dit alles aangeduid als ‘de gruwel der verwoesting’ (Dan. 9:27; 11:31; vgl. Mar. 13:14; Mat. 24:15). Vrome Joden werden gedwongen varkensvlees te eten. Ter illustratie een fragment uit de beschrijving van de marteldood van een rechtvaardige: ‘Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man op leeftijd en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen om varkensvlees te eten. Maar hij verkoos een roemvolle dood boven een besmeurd leven; hij ging vrijwillig naar de pijnbank. Zo gaf hij een voorbeeld dat men moedig moet navolgen, door spijzen te weigeren waarvan het genot niet door de liefde voor het leven gewettigd kan worden’ (2 Makk. 6:18-20). d. In de periode rondom het begin van de jaartelling woonde een groot aantal niet-Joden in het joodse land. Enkele steden kenden een overwegend Grieks-Romeinse bevolking – bijvoorbeeld Tiberias dat door Joden werd gemeden, omdat zij niet wensten te wonen in een stad waarvan de naam hen onophoudelijk aan de keizer te Rome (Tiberius) zou herinneren. Uit verhalen in de evangeliën valt af te leiden dat met name in de Decapolis – het gebied aan de overzijde van de Jordaan en ten zuidoosten van het meer van Galilea – grote kudden varkens werden gehoed (Mar. 5:11-13; Mat. 8:30-32; Luc. 8:32-33).

Beeldspraak en symboliek

a.In hun speurtochten naar voedsel zijn varkens/zwijnen voortdurend bezig in de grond te wroeten. Daarbij schijnen ze een voorkeur te hebben voor modderige plekken en wentelen ze zich zelfs met genoegen in de modder. Het was de Spreukendichter niet ontgaan en zijn waardering voor de snuit van het varken was dan ook niet groot: ‘Een mooie vrouw die onverstandig is, is als een gouden ring in de snuit van een varken’ (Spr. 11:22). Zie hierover meer ‘neus’, B-h. Een soortgelijke weerzin klinkt in een nieuwtestamentische tekst waarin een spreekwoord wordt geciteerd: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel’ (2 Petr. 2:22). De vergelijkingen zijn – het zal duidelijk zijn – niet vleiend bedoeld: het gaat over leden van de vroeg-christelijke gemeenten die zich door dwaalleraars laten verleiden verkeerde wegen te bewandelen.

b.In de tweede eeuw, nadat het schisma joden-dom-christendom realiteit is geworden, wordt de christelijke kerk in toenemende mate geconfronteerd met de vraag naar de concrete betekenis van de geboden van de Tora. Is het geoorloofd varkensvlees te eten? De heiden-christelijke kerk kostte het niet veel moeite op die vraag een bevestigend antwoord te geven (vgl. Hand. 10:918; 11:5-18). Maar wat is dan nog de betekenis van de geboden betreffende rein en onrein voedsel? Op die vraag geeft een vroeg-christelijk geschrift een verrassend antwoord: ‘Over het varken zei hij (Mozes): U moet niet omgaan met mensen die als varkens leven. Dus met mensen die wanneer ze in overvloed leven de Heer vergeten, maar wanneer ze tekortkomen de Heer erkennen. Als een varken kent hij zijn meester niet als hij eet, maar wanneer hij honger heeft schreeuwt hij het uit en als hij heeft gekregen zwijgt hij weer’ (Brief van Barnabas 10:3).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 51; 80; 101; Gezang 129; 175; 238; 323; 337; 449; 481; Evangelie I; 15; 45; Gezegend: 57.

b.Poëzie:

H.H. ter Balkt, De gloeilampen/De varkens, Amsterdam z.j., blz. 43: ‘Elegie van de varkens’. Virginia Hamilton Adair, Gedichten, Baarn 1998, blz. 19: ‘Cor Urbis’.

c.Verwerking:

De bijbelse symboliek van het varken of zwijn is negatief. In sommige godsdiensten is het een onrein dier. We zouden aan een vertegenwoordiger van die godsdienst kunnen vragen wat zijn of haar beleving is bij het verbod varkensvlees te eten. Het jodendom baseert zich op de Tora, op Leviticus 11:4-7 en Deuteronomium 14:7-8. De islam laat zich gezeggen door de koran, soera 2:173; 5:3; 6:145; 16:115. Wat betekent het voor gelovigen om deze spijsvoorschriften te houden? Thema’s die het varken in de bijbel oproept, zijn bijvoorbeeld: rein en onrein, verleiding en afvalligheid.

Verwijzing

Het varken of zwijn heeft weinig raakvlakken met andere begrippen. In aanmerking komen ‘dier‘ en ‘huid‘; het laatste woord vanwege de daar besproken huidziekten waardoor de zieke onrein werd.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken