Verandering
Geloofstaal & cultuurtaal
Mensen houden niet van veranderingen, want die maken je maar onzeker. Ook zoeken mensen verandering, want stel je voor dat altijd alles hetzelfde bleef. Deze dubbelzinnigheid hoort bij mensen. Verandering van spijs doet eten. Een nieuwe ervaring is immers stimulerend. Maar als iemand veranderlijk als het weer wordt genoemd, is dat nadrukkelijk geen compliment. Veranderingen de baas blijven, geldt weer wel als een bewijs van kracht. ‘Met ons product kunt u flexibel inspelen op veranderingen’, zo beloven reclamemakers van ICT-systemen. Kennelijk heeft de houding ten opzichte van verandering te maken met controle. Zolang veranderingen beheersbaar lijken, zijn we positief gestemd. Dan is het vooruitgang. Maar als anderen ze ons opleggen, worden we er ongelukkig van. Van baan veranderen is een waagstuk voor de een en een welkom nieuw begin voor een ander.
Bijbeltaal kent ook deze verschillende kanten van verandering. Veranderingen zullen plaatsvinden, zolang de geschiedenis verder gaat. Want de schepping en de mensen zijn onderweg naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en tot zolang zal er steeds verandering zijn. Soms vooruitgang, soms problemen die door menselijk gedrag worden opgeroepen, maar ook altijd weer nieuwe ruimte die wij van God ontvangen. Veranderingen zijn een verbetering als ze samenhangen met bijvoorbeeld meer medische kennis, of rechtvaardiger verhoudingen in de samenleving. Maar ook is er sprake van verandering die mensen zichzelf en elkaar aandoen. Verandering uit onrust, omdat alles beter moet en sneller. Of verandering uit de behoefte om grenzen te verkennen, omdat mensen zich in een positie van onafhankelijkheid of onverschilligheid willen manoeuvreren tegenover God en hun medeschepselen. Daarom stelt de Bijbel steeds weer de vraag naar de veranderlijkheid van de mens: niet alleen in een richting van God af, maar ook naar God toe. En de Bijbelstelt de vraag naar de veranderlijkheid van God. Is Gods kracht dat Hij onbewogen is? Of is zijn kracht dat Hij bewogen wordt door menselijke ongedurigheid en geldingsdrang? Is dat veranderlijkheid?
Woorden
Het Oude Testament kent een aantal werkwoorden voor veranderen. Bij het werkwoord moer ligt de nadruk op veranderen als vervangen (Ps. 106:20): hoe kan het dat Israël van goden veranderde? Daarnaast is er sprake van veranderen, als iets wordt omgezet in iets anders: hafach. Water veranderde in bloed, zo vertelt een van de verhalen van de plagen in Egypte (Ex. 7:15vv). Maar ook kan rouw overgaan in vreugde, aldus de woorden van God in Jeremia 31:13, wanneer Israël terugkeert uit ballingschap naar Sion. Veranderen van richting (sjoev) is een thema dat regelmatig wordt genoemd. Het is omkeer in beide betekenissen van het woord: terugkeer uit ballingschap en bekering, verandering van leefwijze (Deut. 30:1-3). In de omgang van God en Israël komt er altijd weer de indringende vraag op: verandert God? Kan God fundamenteel veranderen (sjana) in zijn omgang met mensen? De psalmen noemen soms met schrik die mogelijkheid (Ps. 77:11).
Het Nieuwe Testament toont dezelfde verscheidenheid in woordenschat. De Griekse woorden worden gebruikt in een tweetal betekenisvelden. Er is sprake van veranderen in de betekenis van ruilen, vervangen door iets anders. En er is sprake van veranderen als omvormen, een andere gestalte aannemen. Bij het eerste betekenisveld ‘vervangen’ hoort het werkwoord allassein. Het inruilen van de oude tradities door nieuwe, is het heftige verwijt van de joodse leiders aan Stefanus (Hand. 6:14). Nog sterker is het naamwoord paralla-gè in Jakobus 1:17. Wat gelovigen ook overkomt, er is geen sprake van een fundamentele verandering in God. Hij houdt vast aan zijn besluit om hen die in Christus geloven tot de eersten van zijn nieuwe schepping te maken. Hierbij past ook het naamwoord metathesis dat in de Hebreeënbrief wordt gebruikt om aan te geven hoezeer door de dood en opstanding van Jezus de relatie van God en mensen is veranderd, en zelfs de toekomst van zijn schepping is veranderd. De brief spreekt over verandering van priesterschap: door Jezus’ dood mogen mensen hoopvol voor God staan en daarmee is er ook sprake van een andere rol van Gods geboden voor mensen (Hebr. 7:12, 19). Bij de nieuwe situatie na Jezus’ opstanding hoort ook de belofte van een verandering van Gods schepping: van voorlopig en eindig naar blijvend (Hebr. 12:27).
Het tweede betekenisveld, veranderen in de zin van ‘omvormen’, een andere gestalte aannemen, wordt aangegeven door werkwoorden die beginnen met het element ‘meta’. Bijvoorbeeld het werkwoord metastrephein dat de grote omwenteling aangeeft aan het eind van de geschiedenis: de zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed. Het is het kosmische signaal dat God komt, aldus de woorden van Petrus in zijn Pinkstertoespraak (Hand. 2:20), waarin hij deze dingen aanhaalt uit de oudtestamentische profetie (Joël 3:4 en vergelijkbare teksten, zoals Jes. 13:10). Een ander werkwoord voor veranderen, een andere gestalte aannemen, is metamorphousthai. Het wordt gebruikt in Filippenzen 2:6-11 om aan te geven, hoezeer Jezus’ komst onder de mensen betekende dat Hij veranderde, een andere status aanvaardde. Niet een vermomming, niet iemand die de menselijke gestalte speelt, maar een bewust gekozen gestalte: die van de knecht. Dat is het tegengestelde van een ander werkwoord uit hetzelfde betekenisveld van verandering: metaschèmatidzein: veranderen van vorm, in de zin van zich anders presenteren. Paulus gebruikt datwerkwoord om de gelovigen van Korinte te waarschuwen zich niet anders voor te doen dan wat zij zijn: we zijn allemaal mensen die het evangelie hebben ontvangen (1 Kor. 4:6). Niemand beschikt over een ander of een diepzinniger evangelie dan andere gelovigen. Je kunt wel doen alsof, maar het is schijn. Wij leven allemaal van hetzelfde geschenk.
Betekenis in context
Oude Testament
God verandert zijn schepping
Dat God veranderingen tot stand brengt, is in het Oude Testament een gegeven. God verandert mensen, Hij verandert zelfs de natuur om zijn volk en zijn toekomst en ruimte te geven. Zo wordt het bezongen in de psalmen, in herinnering aan de grote daden van God bij de uittocht uit Egypte. Hij veranderde de zee in het droge (Ps. 66:6). Hij veranderde de rots in een waterreservoir (Ps. 114:8). Dit zijn woorden uit de lofzang van Israël, waarin de verhalen van de woestijntijd op een lijn staan met actuele redenen om zijn Naam te prijzen. Hij deed ons herleven (Ps. 66:9), Hij laat ons ook nu lofzingen (Ps. 66:17). Het is een ervaring die zowel in de psalmen als door de profeten wordt genoemd. Als mensen zich onverschillig gedragen of zichzelf als onaantastbaar beschouwen, gaat de omgang van God en mensen stuk en dan gaat het leven stuk (Ps. 30:7). Dan lijkt het alsof God verandert en Zich schuil houdt (vs. 8). Maar zijn aandacht is niet veranderd, Hij ziet uit naar verandering. Ik smeekte om genade, zegt de psalm (vs. 9). En dan: U hebt mijn rouwklacht veranderd in een reidans (vs. 12). Dat geldt niet voor een enkel mens alleen. In de palmen kan men op die manier zingen, omdat Israël als volk het ook zo heeft meegemaakt. De verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap van Juda was godverlatenheid, een zware verwonding als gevolg van onrecht en zonde (Jer. 30:12). Maar een ding is niet veranderd: Ik heb jullie liefgehad met een eeuwige liefde (Jer. 31:3). Daarom is er verandering: Ik verander hun rouw in vreugde (vs. 13).
God verandert?
God verandert, om zo Zichzelf te kunnen blijven, de God van Israël (Hos. 11:8). Daar kun je geen systeem van maken, want voor liefde is geen formule. Israël zal steeds God tegenkomen als iemand die niet onaangedaan is. Dat betekent dat Hij kan ophouden met het verdragen van onrecht en zonde en met het oproepen tot verandering. Dan kan Hij zelfs de rol van vijand op Zich nemen. Hij veranderde in een vijand (Jes. 63:10). Een tegenstander, maar wel een tegenstander die Zich altijd laat aanroepen (Jes. 64:7-12). Hij verandert, om heel te houden (Jes. 65:15). Dat blijft zo. Het klinkt een beetje cynisch, als God zegt: Ik ben niet veranderd, maar jullie zijn ook niet veranderd (Mal. 3:6), namelijk nog steeds niet bereid Mij te volgen. Maar de tekst zegt dan: Ik blijf zoeken, hoe Ik jullie kan zegenen. Toets Mij toch door mijn instructies uit te voeren, dan kan Ik zegenen (vs. 10-11).
Nieuwe Testament
Tussen de vele soorten teksten over ‘veranderen’ in het Nieuwe Testament, zijn de teksten over de verandering van gestalte het meest fundamenteel. Het zijn deze teksten die opnieuw laten zien hoe God veranderde om Zichzelf te blijven in zijn liefde. Bij wijze van terugblik en vooruitblik lezen we ook over de verandering van Jezus’ gestalte in de gedaante van goddelijke pracht (Mar. 9:2 en Mat. 17:2) bij zijn ontmoeting met zijn beide voorgangers, Mozes en de profeet Elia, op de berg. We lezen over Jezus die de gestalte van eenknecht aanvaardde (Filp. 2:6-11). Door zijn gehoorzaamheid tot in de dood en door de hoge status als Heer van hemel en aarde die hij daarna ontving, is het niet langer vruchteloos wanneer wij ons inspannen onze verandering tot zijn navolgers vast te houden (vs. 16). Wie Jezus heeft aanvaard, is burger van Gods rijk, schrijft Paulus. Van Hem verwachten wij dat Hij komt en ons ook definitief verandert: ons dezelfde gestalte geeft als zijn gestalte van goddelijke heerlijkheid (Filp. 3:21). Wie van ons weet wat je je daarbij moet voorstellen? Maar het betekent ten minste één ding: als Jezus alles voltooit en heel maakt, is dat niet iets dat bij ons diep van binnen gebeurt. Het is een ‘verandering van ons lichaam’, onze hele bestaanswijze. Om al deze dingen kan Paulus al veel verwachten van veranderingen in het dagelijkse leven van christenen. Wie door het evangelie van Jezus’ dood en opstanding is aangeraakt, zal zijn leven en zijn denken veranderen (Rom. 12:2). Bekering tot Jezus is een verandering die nieuwe mensen van ons maakt, een verandering die vrijheid weerspiegelt, zelfs de glorie van God (2 Kor. 3:18) zichtbaar maakt. Wat daarvan is nu en wat komt straks? Wie zal het zeggen, maar de verandering is al begonnen, dat staat wel vast.
Kern
Verandering is een woord dat Gods optreden in de wereld aangeeft. Bevrijdende veranderingen, zoals bij de uittocht uit Egypte, om zijn volk te redden van slavernij. Verandering kan ook voelbaar zijn in Gods reactie op menselijk daden. Profeten, psalmdichters en apostelen spreken daar steeds over. Soms is dat de ervaring dat God Zich verbergt, dat God zelfs een tegenstander wordt. Maar daarna is er ook de ervaring dat God Zich weer naar mensen keert en hen vernieuwt. Veranderen is Gods manier om ten opzichte van ons dezelfde te blijven: Jezus’ weg door de dood is daarvan de diepste uiting. Zo is God begonnen mensen te veranderen tot een nieuwe bestaanswijze in zijn glorie. Verandering is niet verbetering, maar voltooiing. Verandering is niet straks, zij is al onderweg.
Verwijzing
Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: bekeren, wederkomst, voleinding.