Verlangen naar een koning die recht doet
Een exegetische studie, deel 2
Psalm 72 begint met een uitroep: ‘O, God.’ Er zijn meer psalmen die zo beginnen, meestal gebeden van mensen die in nood zijn en Gods hulp inroepen. Zoekend naar de context ontdekte ik dat Psalm 72 ook zo bedoeld moet zijn, als een noodkreet: O God, geef ons een koning die recht doet! (zie deel 1).
Klinkt die noodkreet ook door in de exegese van deze psalm?
In geen van de publicaties over Psalm 72 die ik raadpleegde wordt aandacht besteed aan de aanhef ‘O, God.’ Alleen Bouhuijs & Deurloo wijzen erop in hun boekje over Bijbelse trefwoorden. In het hoofdstuk Gerechtigheid en recht bespreken zij diverse teksten, waaronder Psalm 72. Nadat zij enkele verzen (1-4; 12-14) hebben geciteerd, schrijven zij:
‘Maar nu rijst de pijnlijke vraag: Wie is er zó koning? Koningschap is ook in het O.T. een discutabele zaak. Telkens hebben vooral de profeten uiterst kritisch gestaan tegenover elke figuur die dit ambt bekleedde. De dichter van deze psalm weet dat terdege. Daarom begint zijn gedicht met ‘O God!’ Hij moet recht en gerechtigheid verlenen’ (Bouhuijs & Deurloo, p. 49).
In dit tweede deel komen drie vragen aan de orde:
- Welke plaats heeft dit lied in het Psalmboek?
- Wat is de relatie tussen Psalm 72 en Jezus als messiaanse koning?
- Is de noodkreet – O God! – ook in de berijmingen overgenomen?
Redactie psalter
In een artikel over de knechtsgestalte in de Psalmen, vond ik de stelling dat de vijf boeken van de Psalmen de vijf beslissende fasen of thema’s in de geschiedenis van Israël in gebedsvorm weergeven. Via dit artikel kwam ik bij Gerald Wilson die promoveerde op de redactie van de Hebreeuwse Psalmen. Hij toont aan dat het Psalmboek geen verzameling van losse teksten is, maar dat er een duidelijke redactie heeft plaatsgevonden. Door analyse van verzamelingen liederen uit verschillende tradities ontdekte Wilson dat al deze verzamelingen bewust geordend waren. Clinton McCann werkt de hypothese van Wilson verder uit: de Psalmen fungeren als een ‘tweede Tora’: ‘De vijfdeling spiegelt de structuur van de boeken van Mozes om Israël te onderwijzen in het leven met God na de historische trauma’s van de ballingschap.’ Ook Nancy deClaissé-Walford heeft aandacht voor de vijf verschillende delen in het Psalmboek: volgens haar markeren de vijf boeken ‘de transitie van een natie met een koning op aarde naar een gemeenschap die volledig vertrouwt op God als Koning.’
Vijf boeken – vijf fasen
Boek I
Psalm 1 t/m 41: David
De persoonlijke wederwaardigheden van koning David en zijn individuele relatie met God. Het begint met Psalm 1 (de wet) en Psalm 2 (de gezalfde koning). Veel psalmen zijn toegeschreven aan David en weerspiegelen zijn persoonlijke ervaringen en strijd. Dit deel wordt afgesloten met Psalm 41, een gebed van de lijdende koning die toch door God wordt ondersteund.
Boek II
Psalm 42 t/m 72: Koningshuis
De uitbreiding van het koningshuis en de overdracht aan Salomo, afgesloten met Psalm 72, opnieuw een gebed, nu voor de zoon van de koning (Salomo) uitlopend op een visioen van een wereldrijk van recht en vrede.
Boek III
Psalm 73 t/m 89: Crisis
Het vestigen van de tempeldienst, maar ook de verdeeldheid van het rijk, de ondergang van de davidische monarchie en de verwoesting van Jeruzalem. Dit deel bevat veel klaagzangen en sombere psalmen (zoals 79 en 88) over de verwoesting en wordt afgesloten met Psalm 89. Dit lied begint met een herinnering aan Gods eeuwig verbond met het huis van koning David, maar eindigt met een noodkreet over de val van de troon en de schande van de gezalfde.
Boek IV
Psalm 89 t/m 106: Hoop
De woestijnervaring van de ballingschap in Babel. Dit boek begint met Psalm 90, gebed van Mozes, de man Gods. Door terug te grijpen op Mozes (vóór het koningschap), herinnert de redacteur het volk eraan dat God hun ‘toevlucht was van geslacht op geslacht’, nog voordat er een troon in Jeruzalem stond. Het brandpunt verschuift van de menselijke koning naar de proclamatie: ‘De Heer is koning!’ De afsluitende Psalm, 106, is een klaaglied waarin de Eeuwige wordt opgeroepen: ‘Breng ons bijeen uit de volken.’
Boek V
Psalm 107 t/m 150: Toekomst
De terugkeer uit de ballingschap en de wederopbouw onder Ezra en Nehemia. Het boek begint daarom met Psalm 107, die de verlosten oproept die uit de vier windstreken zijn verzameld. De finale is het grote Hallel, een vijfvoudige lofprijzing (146-150): heel de schepping eert het koningschap van de Eeuwige!
Conclusie
In boek I treedt koning David op de voorgrond, in II koning Salomo, in III gaat het over het echec van het koningshuis. Psalm 72 markeert die overgang. Ik lees dit lied als een gebed waarin gepoogd wordt om die mislukking te voorkomen. Vrij vertaald: O God, geef toch een koning die in gerechtigheid regeert! En die het doet naar uw heilige inzettingen, die het volk en Uw ellendigen, die om Uwentwil vertreden worden, rechtvaardig zal besturen. Dan zal gerechtigheid van de bergen neerdalen (…) dan is heel het land met vrede vervuld’ (Grosheide, 8).

(Beeld: K. Mitch Hodge via Unsplash)
Psalm 72 en Jezus
We gaan nu van het oude naar het nieuwe testament. Elke evangelist verwijst op zijn eigen wijze aan het begin naar het koningschap van Jezus. Marcus vermeldt de prediking van Jezus: ‘Het koningschap van God is nabij’ (1:15). Als Lucas vertelt over de engel Gabriël die zijn komst aankondigt, horen we dat hij de troon van David zal ontvangen ‘en aan zijn koningschap zal geen einde komen’ (1:32-33). Matteüs beschrijft magiërs die een ster volgen vanwege de pasgeboren koning (2:1-2). Bij Johannes horen we Nathanaël uitroepen: ‘U bent de koning van Israël!’ (1:49).
En in het vervolg wordt steeds duidelijker dat het beeld van de messiaanse koning uit Psalm 72 vlees en bloed werd in Jezus van Nazareth. Als ik het vierde vers in het Liedboek lees/zing, zie ik Jezus voor me:
‘Hij zal de redder zijn der armen,
hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewogen,
die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij draagt hen in zijn hart.’
Alle evangelisten vertellen hoe Jezus rijdend op een ezel Jeruzalem binnenrijdt. Bij het verhoor door Pilatus wijst Jezus met nadruk op de andere aard van zijn koningschap (Joh. 18:36-37). En het opschrift boven zijn kruis luidt: ‘Dit is de koning van de Joden’ (Mat. 27:37; Marc. 15:26; Luc. 23:38; Joh. 19:19). En in zijn gelijkenissen spreekt Jezus steeds over het koninkrijk Gods.
Psalm 72 ‘bereikt een ongekende hoogte in het evangelie van Jezus Christus en in de bemoeienis van deze koning der joden met de mensen’ (Rothuizen, 119). Je zou dan ook verwachten dat Psalm 72 door de evangelisten op Jezus betrokken wordt. Merkwaardig genoeg is dat maar sporadisch het geval (Mat. 2:11), zegt Brinkman. Hij vraagt zich af of ‘de woorden van bevrijding, en verlossing uit onderdrukking en geweld ‘te machtig’ klinken in het licht van het leven van de Gekruisigde en van de situatie van de eerste gemeente’ (158).
Conclusie
Psalm 72 begint met een noodkreet, een oproep: ‘O God!’ Een diepe zucht waarin heel de geschiedenis van het koningschap in Israël meeklinkt. Eigenlijk is het koningschap van Salomo en zijn opvolgers een repeterende breuk (met enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld Josia) van vorsten die niet goed met hun macht kunnen omgaan. Ook de plaats die dit lied inneemt in het Psalmboek is een aanwijzing om het als een noodkreet te interpreteren. Maar ook is het een lied vol messiaans verlangen naar een koning die werkelijk recht doet zoals God!
Berijmingen
Psalm 72 is vele malen berijmd, maar op één na hebben alle berijmers de aanhef ‘O God’ weggelaten. Alleen het Gereformeerd Kerkboek (1975) begint met deze uitroep:
‘O God, geef toch de vorst in handen
Uw recht en wijs beleid;’
In een latere editie van het Gereformeerd Kerkboek (2017) is in de eerste regel (terecht) het woord ‘vorst’ vervangen door ‘koning’:
‘O God, wil aan de koning schenken
uw recht en wijs beleid,’
Mocht er ooit een herziening komen van het Liedboek (2013), stel ik voor om de eerste regel te wijzigen. Nu staat er:
‘Geef, Heer, de koning uwe rechten
en uw gerechtigheid.’
Met een kleine aanpassing wordt dat dan:
‘O God geef aan de koning rechten
en uw gerechtigheid.’
In afwachting daarvan ben ik zelf aan de slag gegaan met een berijming die begint als een noodkreet. Heel deze psalm is een gebed, om dat te accenturen volgen op het tweede couplet, ‘Wij bidden’, vier coupletten die steeds beginnen met het voegwoord ‘dat’. Ik heb me laten inspireren door de oude berijming van Psalm 72.
Psalm 72
Gebed voor de (messiaanse) koning
Tekstbewerking: Bert Aalbers
Muziek: Lied 767 (De toekomst van de Heer)
1. O God, het onrecht heerst op aard,
het is een bange tijd.
Geef ons een koning die regeert,
met uw gerechtigheid.
2. Wij bidden dat hij ons geleidt,
rechtvaardig, wijs en zacht.
En over armen zich ontfermt,
hun recht doet op hun klacht.
3. Dat elke berg de vrede draagt,
en heuvels heilig recht.
En voor het hele volk eens daagt,
het heil hun toegezegd.
4. Dat hij ellendigen bevrijdt
van onrecht dat hen drukt.
En de ootmoedige die lijdt,
verlost van wie verdrukt.
5. Dat Hij de roep der armen hoort,
helpt wie geen helper heeft.
En de geringen met zijn woord
verlost en uitkomst geeft.
6. Dat hij geweld en list bestrijdt,
al gaat het nog zo hoog.
En dat het bloed van al wie lijdt,
kostbaar is in zijn oog.
7. Lof zij de God van Israël,
Zijn Naam zij alle eer.
Zijn koningschap zal eeuwig zijn.
Ja, amen, looft de Heer!
Bert Aalbers is emeritus PKN-predikant en lid van de redactie Prediking
Geraadpleegd
Barnard, W. (2004) Een stille duif in de verte, Meinema.
Beek, M.A. (1969) Wegen en voetsporen van het Oude Testament, Het Wereldvenster.
Brinkman, J.M. (1997) Psalmen II, Kok.
Bouhuijs, K en Deurloo, K.A. (1967) Taalwegen en dwaalwegen, Bijbelse trefwoorden, Ten Have.
deClaissé-Walford, N.L. (2012) Introduction to the Psalms: A Song from Ancient Israel, Chalice Press.
Deurloo, K. (2004) Koning en Tempel, Kleine Bijbelse Theologie, Kok.
Grosheide, F.W. (1955) De Psalmen, tweede deel, Kok.
Lam, A.B. (1968) Het gegeven Woord, Bijbelse geschiedenis op de basisschool, Boekencentrum.
Linden, N. ter (1999) Het verhaal gaat III, Balans.
Linden, N. ter (2002) Het verhaal gaat V, Balans.
McCann, J. Clinton (1993) A Theological Introduction to the Book of Psalms, Abingdon Press.
Naastepad, T. (1975) Salomo: Verklaring van een Bijbelgedeelte, Kok.
Naastepad, T. (2001) Van horen zeggen: Uitleg van het boek Deuteronomium, Ten Have.
Rothuizen, G.Th. (1966) Landschap: een bundel gedachten over de Psalmen, tweede vijftigtal, Kok.
Sacks, J. (2019) Exodus, Boek van de bevrijding, Skandalon.
Sacks, J. (2024) Deuteronomium: Boek van de samenleving, Skandalon.
Schoneveld, J. (z.j.) Salomo, de vorst van Israëls gouden eeuw, Bosch & Keuning.
Soetendorp, J. (1964) Salomo. In P.A.H. De Boer e.a., Zoals er gezegd is over Koningen en Kronieken, W.de Haan.
Swüste, G. (2015) Altijd hetzelfde lied, 150 psalmen bewerkt en toegelicht, Skandalon
Wilson, G.H. (1985) The editing of the Hebrew Psalter, Scholars Press for the Society of Biblical Literature.
Zeyde, M.H. van der (1984) Vreugde van de psalmen, B. Gottmer.
N.B.
In het najaar volgt nog een preekschets over Psalm 72.