Vernieuwde innigheid in de 14e eeuw
Geert grote en zijn tijd
Mw. drs. C.A. Boonstra is predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad
De samenleving van de 14e eeuw
Geert Grote leefde van 1340 tot 1384. Hij is maar 44 jaar oud geworden. Hij leefde in een onrustige tijd. De ziekte de Pest raasde over Europa, en veel mensen stierven. Ook de ouders van Geert Grote toen hij 10 jaar oud was. Ook waren er veel gevechten tussen heersers die hun macht bevochten. De kerkelijke leiders deden daar gretig aan mee. Zij wilden hun macht verstevigen. In deze onrust groeit Geert Grote op. En omdat hij uit een gegoede familie komt en gelegenheid krijgt om in Parijs te studeren doet hij eerst mee met de rijkdommen om hem heen. Maar hij is ook geraakt door zijn achtergrond. De rijke Hanzestad Deventer (zijn geboortestad) heeft kwetsbare plekken. De samenleving is ontregeld door de Pest. Familieverbanden zijn lastig vast te houden door het overlijden aan de ziekte. Veel mensen moeten nieuwe vormen vinden om samen te leven. Geert neemt dat mee in zijn hart.
De omkering
In deze grote contrasten gaat Geert Grote zijn weg. En in 1372, als hij carrière kan gaan maken als Kanunnik in twee grote steden: Aken en Utrecht, bezint hij zich na een korte hevige ziekte en trekt hij zich terug om tot zichzelf te komen. Hij gaat wonen bij de Kanunniken in Arnhem en leeft daar enige jaren naast het klooster. Een wijze abt staat hem terzijde in zijn zoektocht naar de zin van het leven. In deze periode maakt hij een radicale omkering mee in zijn visie op de kerk en hoe de samenleving op dat moment functioneert. De kerk, die rijkdommen probeert te vergaren over de ruggen van de gewone gelovigen heen (zie inleiding) om grote kerken te bouwen, is de opdracht waarvoor ze kerk is vergeten. Waar is de innerlijke bezieling? Waar is de navolging van Christus? Waarom moeten arme mensen buigen voor de rijke clerus in plaats van andersom?
Vernieuwde Innigheid
Een van de belangrijke dingen waar Geert Grote de vinger bij legde is het geloof van de individuelemens. Geloven is een persoonlijke band met God, met Jezus. Het is niet ‘goede werken doen’, aflaten betalen en zo veel mogelijk biechten voor de vorm. Het is jouw persoonlijke band met God. Dat was nieuw. Immers als er al mensen een persoonlijkeband met God en met Jezus hadden dan waren het toch minstens kloosterlingen, of priesters of andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Hoe kon een gewone leek die band hebben? Volgens Geert Grote kon iedereen dat hebben. En zo probeerde hij een vernieuwde innigheid (met Jezus en God) op gang te brengen. Een innigheid in jezelf. We zouden tegenwoordig zeggen: je ziel verbinden met God of leven vanuit spiritualiteit. En om deze te bereiken heb je niet een priester nodig. Je hebt wel wijze mensen en wijze woorden om je heen nodig om de goede weg van innerlijkheid te kunnen blijven gaan. Maar je blijft verantwoordelijk voor je eigen persoonlijke weg.
Dat was radicaal. Immers, de kerk verdiende haar geld vooral omdat het gewone volk allerlei taken moest doen, of aflaten moest kopen voor het eigen zieleheil. En nu waren ze niet meer nodig!
Dit persoonlijk verdiepende geloven is een van de pijlers waar de Moderne Devotie op rust, de beweging die na de dood van Geert Grote is ontstaan.
Oog voor de samenleving
Maar Geert Grote werd gedreven door zijn eigen innigheid tot meer grote daden. Hij zag de kwetsbare mensen en hielp daar waar het nodig was. Het eerste wat hij deed was dat hij het huis van zijn familie, dat door de dood van zijn ouders van hem was, beschikbaar stelde aan de stadsraad. Hij had er een bedoeling mee. In het huis mochten arme vrouwen met elkaar wonen. Ze leefden zo met elkaar, dat ze in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien, ze moesten ook een persoonlijke band opbouwen met God en Jezus, en als gemeenschap moesten ze elkaar daarin steunen en bevestigen. Daarbij was het belangrijk deugdzaam te leven.
Het eigene van het Meester Geerts huis
Het gebeurde in die tijd wel vaker dat gegoede mensen hun bezittingen afstonden om zo de armen te helpen, vaak aan een klooster. Dat was niet zo bijzonder. Het doel was dan vooral dat ze een goede daad hadden gedaan en daarom recht hadden op een plekje in de hemel. Vaak was daar de opdracht bij dat de inwoners van het huis op de sterfdag van de begunstiger moesten bidden voor de persoon. Dit om het komen in de hemel te versnellen. Maar als we goed kijken wat het doel was van Geert Grote om zijn huis af te staan vallen ons een paar dingen op die nieuw waren.
1. De vrouwen moesten niet afhankelijk blijven van de rijken. Ze moesten arbeiden, hun eigen kost verdienen. Arbeiden is goed voor de ziel. Ledigheid is des duivels oorkussen.
2. De vrouwen moesten alles met elkaar delen. Net zoals beschreven staat in Handelingen 2 bij de eerste christengemeente.
3. Ook was het belangrijk elkaar te sterken in geloof. Zoals in de eerste christengemeente mensen bijeenkwamen rond de maaltijd, en daar spraken over de goede daden van het geloof, moesten ook de zusters zich bezinnen en deugdzaam te leven.
4. De zusters verbonden zich door een Belofte. Niet voor het leven zoals in een klooster, maar voor de tijd dat ze in de gemeenschap woonden. De gemeenschap was onafhankelijk van een klooster. Er kwamen fraters (volgelingen van Geert Grote) die ’s avonds met de zusters Bijbelgedeelten en andere Wijsheidsgeschriften bespraken (Collatiegesprekken). De zusters verzamelden ook ieder voor zich spreuken die hen hielpen de weg van Jezus te blijven gaan (rappiariateksten). Deze nieuwe inspirerende gemeenschap werd genoemd: de zusters des gemenen levens in het Meester Geertshuis.
Het Meester Geertshuis voldeed in een behoefte. Er waren immers veel vrouwen die niet zomaar een toekomst hadden. Door de verbroken familieverbanden, door armoede en door te weinig beschikbare mannen (omgekomen door pest en het slagveld) moesten vrouwen hun weg vinden. Een klooster zou een oplossing zijn geweest maar in die tijd moest je helaas wel enige rijkdom in de familie hebben om in een klooster te kunnen komen. Er werd een flinke ‘bruidsschat’ gevraagd. En dat was iets wat niet hoefde in het meester Geertshuis. En ook niet in de huizen des Gemenen Levens die als paddenstoelen uit de grond kwamen in veel steden in Nederland, Duitsland en ver daarbuiten. De zusters van het Meester Geertshuis vervulden de eeuw erna een soort ‘moederrol’. Als er weer een nieuw huis gesticht was, ging één van de zusters uit Deventer daar enige jaren heen om de zusters te leren hoe ze met elkaar konden samenleven, werken en geloven. Bid en werk ineen.
De broederhuizen
De uitstraling van het Meester Geertshuis sloeg over naar de vrienden van Geert Grote in Deventer. Een paar jaar na het ontstaan van het Meester Geertshuis ontstaat het broederhuis des gemenen levens onder leiding van Florens Radewijns, een frater die woonde en werkte in de Lebuinuskerk en woonde op het terrein van het Kapittel. Hij maakte met nog een paar broeders een soortgelijke gemeenschap. Ook deze gemeenschap heeft een grote uitstraling gehad. Het kenmerkende hiervan is dat zij hun eigen kost verdienden door boeken over te schrijven (de boekdrukkunst was nog niet uitgevonden). Ook lieten ze arme studenten (mannen) toe om de opleiding aan de Latijnse school te volgen. Deze leerlingen verdienden dan hun eigen kost door ook boeken over te gaan schrijven. Tegelijkertijd leerden de fraters de jongelieden de basisgedachte van innerlijkheid die Geert Grote voorstond. Dat overschrijven van boeken was in die mate belangrijk dat de bijbelteksten en getijdegebeden zo ook beschikbaar kwamen voor het gewone volk. De belangrijke pijler van Geert Grote was immers: zoek zelf naar jouw band met God. Daarbij heeft iemand het ook nodig om kennis op te doen. En zelf gebeden te bidden. Zonder de priester er telkens bij te halen. Oftewel door het overschrijven van al die boeken (ook grote gedeelten van de Bijbel), niet in het Latijn maar in de gewone volkstaal konden de mensen met de boeken op zoek gaan naar hun eigen innerlijke weg met het heilige van geloven.
Broederhuizen ontstonden ook overal. Minder dan zusterhuizen, maar toch met een grote invloed. Ze waren vooral belangrijk in steden waar het onderwijs op een hoog peil stond. Ze hielpen studenten niet alleen te studeren maar ook aan hun eigen persoonlijke zielenheil te werken. Geert Grote stond aan het begin van de broederhuizen en hij heeft zijn vriend Cele uit Zwolle gestimuleerd niet in het klooster te gaan, maar zich geheel te wijden aan het onderwijs. Hij zag de talenten van deze grote man, en Cele heeft erg veel betekend voor het onderwijs in Zwolle en ver daarbuiten.
De laatste jaren van Geert
Geert Grote was een man die mensen kon inspireren. Hij stond aan de wieg van de zusterhuizen en broederhuizen. Nog vermeldenswaard zijn de preken van Geert Grote. In de preken is hij de grote boeman die strijdt tegen de houding van de geestelijkheid ten opzichte van de verarmde samenleving van die dagen. Toen hij door een decreet van de Bisschop niet meer mocht preken is hij in zijn laatste levensjaren gaan vertalen. De Bijbel en getijdenboeken is hij gaan vertalen vanuit het Latijn in de volkstaal. Ook hierom is de invloed van hem groot geweest en was hij een voorloper van de Reformatie in de 16e eeuw. Vernieuwde Innigheid: een bron van inspiratie voor veel mensen, de eeuwen door. Geert Grote was een groot man!