Menu

None

Vervolgd door een fictieve vijand

In de Trouw van 23 januari verscheen een artikel met de titel ‘‘‘Als je als christen vervolgd wordt, doe je iets goed.’ Klopt dat wel?” Het artikel liet twee theologen aan het woord die zich kritisch uitlieten over de organisatie Open Doors, naar aanleiding van de jaarlijkse publicatie van de ‘ranglijst christenvervolging’. De twee commentatoren, Erik Borgman en Sanneke Brouwers, koppelden deze ranglijst aan de in sommige christelijke kringen breed gedeelde wens om vervolgd te worden. Borgman merkt in dezen op:

“Er ontstaat gemakkelijk een beeld dat als je vervolgd wordt, je iets goed doet. Dan ben je net als de eerste leerlingen. Terwijl dat natuurlijk een omgekeerde redenering is: ‘wij moeten wel op Jezus lijken, want wij worden ook vervolgd. Omdat we kritiek krijgen, zitten we aan de goede kant.’ Zo werkt het natuurlijk niet. Dat het christendom tegencultureel is en moet zijn, betekent niet dat christenen vooral trots moeten zijn als ze ergens tegen zijn.”

Volgens Brouwers en Borgman trekken sommige moderne christenen, ook in Nederland, niet alleen ten onrechte de conclusie dat ze worden vervolgd zodra ze ook maar enige weerstand ervaren, deze christenen zoeken de vervolging ook actief op. Want alleen dan weet je dat je op het goede spoor zit, is de gedachte.

De verwereldlijking van het christendom

Nu sluit dit wat mij betreft aan bij een bredere thematiek, waar ik al eerder naar verwees met het oog op de afgelopen verkiezingen. Dit is namelijk het onontkoombare probleem van de verwereldlijking van het christendom. Kort gezegd: het christendom ontstond als een ‘woestijnreligie’ aan de marge van het Romeinse rijk. Het was in essentie op een andere wereld georiënteerd (de verwachting was dat deze nieuwe wereld spoedig zou komen), en het ondermijnde daarbij wereldlijke machtsclaims, zoals die van de Keizer. Dit terwijl in de oudheid heerserscultussen eerder regel dan uitzondering waren. In zo’n cultus werd de politieke macht van een wereldlijk heerser religieus gelegitimeerd door hem (meestal was het een man) af te schilderen als een godheid of als vehikel van een goddelijke macht. En al bedacht men in de christelijke Middeleeuwen allerlei vernuftige omwegen, toch is het vanuit het vroege christendom ondenkbaar om een wereldlijk machthebber met God of het goddelijke te identificeren.

Het probleem voor deze vroege vorm van het christendom is dat de wereld bleef bestaan. Een bijkomend probleem is dat het christendom ook nog eens bijzonder succesvol werd: het werd eerst staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk en is nu, in de moderniteit, nog steeds niet echt los te koppelen van de symboliek van politieke macht (denk aan de religieuze poespas rondom moderne westerse monarchieën). Deze op een andere wereld gerichte religie werd zo één van de belangrijkste historische krachten die onze wereld heeft vormgeven. Dat betekent dus dat ook in een zogenaamde ‘seculiere samenleving’ het christendom zich nog steeds bevindt in een context die mede door het christendom gevormd is.

De tijdloze ‘wereld’

De denkfout die moderne christenen maken wanneer ze zich in Nederland ‘vervolgd’ voelen, is dat ‘de wereld’ wordt gezien als een homogeen blok dat doorheen de geschiedenis hetzelfde is gebleven en zal blijven. Zo hebben ze geen oog (of willen ze geen oog hebben) voor het feit dat West-Europese samenlevingen, zoals Nederland, wezenlijk zijn beïnvloed in hun historische ontwikkeling door het christendom, zowel cultureel als politiek. Als deze West-Europese samenlevingen seculariseren, dat wil zeggen, als de directe invloed van het christendom afneemt, dan betekent dat geen terugkeer naar de ‘voorchristelijke wereld’, maar het betekent dat we een ‘post-christelijke wereld’ betreden. Dit is niet een wereld waar christenen weer voor de leeuwen worden gegooid, maar het is een wereld waarin christenen genegeerd worden of hoogstens vijandig bejegend door militante atheïsten in landelijke talkshows (spreekwoordelijk voor de leeuwen gegooid worden is natuurlijk niet hetzelfde als letterlijk).

Vervolging en vijandschap

Nu past het ‘vervolgingscomplex’ van sommige moderne christenen bij het thema van ‘vijandschap’, of eigenlijk de wil om vijanden te creëren waar ze niet bestaan. Om terug te keren naar het artikel uit de Trouw, dit keer Brouwers citerend:  

“We verbinden slachtofferschap ook vaak aan schuld, en schuldig zijn. Wie lijdt, is per definitie onschuldig. Wie niet lijdt, is een dader. Een keerzijde van de slachtoffercultuur, is de angst van mensen om in het kamp van de schuldigen te zitten.”

De filosoof Odo Marquard noemde dit ‘de kunst om het niet geweest te zijn’. Dat wil zeggen, om hun eigen onschuld te bewaren zijn mensen geneigd een zondebok te creëren, waar alle schuld op afgeschoven kan worden. Marquard ziet dit gebeuren in filosofische theorieën zoals het marxisme, waarin ‘de bourgeoisie’ de schuld krijgt voor al het onheil in de geschiedenis, terwijl ‘het proletariaat’ altijd aan de goede kant van de geschiedenis blijft staan.

Ik zou hier aan toe willen voegen dat deze neiging – de projectie van een vijandsbeeld – vooral opkomt wanneer degene die zijn of haar schuld wilt afschuiven zich in een positie van macht of privilege bevindt. Rechts-populisten, bijvoorbeeld, creëren zodra ze aan de macht komen en dus ook verantwoordelijkheid zouden moeten dragen direct een vijand, juist om de verantwoordelijkheid te ontwijken. Dit kan zijn de ‘linkse elite’ of de ‘deep state’ – een spookbeeld, in elk geval, dat verantwoordelijk gehouden wordt voor al het kwaad.

Iets vergelijkbaars geldt voor het moderne christendom in West-Europese samenlevingen. De fictie van ‘de grote boze wereld’ die ons weer voor de leeuwen zal gooien, is er ook zodat we geen rekenschap hoeven te geven van de verwevenheid van de geschiedenis van het moderne christendom met deze wereld. De fictieve vijand maakt ons vrij van schuld – een vreemde verdraaiing van de christelijke boodschap, als je het mij vraagt.  

Sjoerd Griffioen is docent aan de Faculteit Filosofie van de Rijksuniversiteit Groningen. In 2020 promoveerde hij op het Duitse secularisatiedebat, een filosofische polemiek over de relatie tussen moderniteit en christendom. Zijn onderzoek richt zich op de raakvlakken tussen politiek, religie en geschiedenis in moderne filosofie.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken