Menu

Premium

Voor het goede doel

Bij Lucas 20,9-19

Bij Luuk en Sylvana in de klas zit een bijzonder meisje. Filippine heet ze. Filippine zit in een rolstoel. Filippine ontdekte op het internet een actie voor goede rolstoelen voor een ver land. De man die dat organiseerde, een zeker meneer George, woonde toevallig in hun stad. Ze vroeg aan de meester of ze er wat over mocht vertellen. Ze had een folder geprint van de actie. Op foto’s zag je kinderen op bedden die daar de hele dag lagen. Daar wilde Filippine wat aan doen. De kinderen in de klas wilden dat ook wel. Ze gingen klusjes doen. Luuk vroeg in de straat aan mensen of hij voor een euro auto’s mocht wassen voor het goede doel. En Sylvana bracht folders rond. En alle kinderen in de klas deden wat, zodat ze al snel een mooi bedrag hadden. Dat brachten ze naar meneer George, voor de nieuwe rolstoelen. Maar je raadt het al. Meneer George zorgde helemaal niet voor rolstoelen in een ver land, maar hield het geld voor zichzelf. Toen Filippine daar achter kwam, werd de hele klas woedend. Luuk ging gelijk naar het huis van meneer George. Maar hoe hij ook belde, klopte of riep, meneer George deed niet open. Daarna probeerde Sylvana het. Toen rukte hij de deur open en zwaaide met een stok. ’s Avonds probeerde de moeder van Luuk het nog eens. Nu had meneer George een valse hond bij zich.

De volgende dag hoorde ze, dat Filippine in het ziekenhuis lag. Ze had het zelf ook geprobeerd bij meneer George. Maar die had haar met rolstoel en al over de kop gegooid. Gelukkig is meneer George gearresteerd. Er is beslag gelegd op zijn geld en het bedrag voor de rolstoelen is eindelijk overgemaakt naar het verre land. Met Filippine gaat het nog niet zo best.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken