Menu

Premium

Voormoeders van de Christus: ‘die van Uria’

Voormoeders van de Christus: ‘die van Uria’

Bij 2 Samuel 11 en Matteüs 1,1-17

Koning David zit tijdens een militair conflict thuis in Jeruzalem. In de voorafgaande hoofdstukken hebben we hem als krijgsheld leren kennen: bij militaire conflicten staat hij in de voorste rij (2 Sam. 8). Een mogelijke reden voor zijn thuiszitten is, dat de manschap hem niet mee wil laten trekken omdat hij te kostbaar voor hen is (2 Sam. 18,3, vgl. 1 Sam. 18,7-8). Het noemen van zijn wens om mee te gaan laat vermoeden dat hij vaker thuis moet blijven.

David staat op van zijn siësta en geniet van de bries op zijn dak. Hij geniet niet alleen van de bries, maar geeft ook zijn ogen de kost: David ‘ziet’ van boven een bloedmooie vrouw in het besloten binnenhof van haar huis baden. Hij gedraagt zich hier als krijgsheer, niet als de koning die discreet hoort te zijn en ooit om zijn ‘herders’-kwaliteiten is uitgekozen. Hij gaat zonder aarzeling op zijn doel af en neemt wat hij wil. David schijnt de vrouw en het huis waarin zij woont niet te kennen, terwijl het van één van zijn ‘helden’ is, mannen die vooraan en dicht bij hem staan (2 Sam. 23,39).

Het bad van Batseba

Batseba wordt ons voorgesteld met haar volle naam (2 Sam. 11,3) – in tegenstelling tot in Jezus’ stamboom (Mat. 1,6). Expliciet wordt gezegd dat zij ‘ingaat bij hem’ (Hebr.: bo’ – 11,4). Dat is eigenlijk overbodig: zij wordt ‘genomen’, ‘hij ligt bij haar’ drukt duidelijk uit wat er aan de hand is. Batseba is blijkbaar niet alleen slachtoffer, maar speelt een actieve rol, zoals later als bemiddelaarster van mensen die iets van de koning, haar zoon, willen (1 Kon. 1).

Voor het bad van Batseba, al genoemd in 11,2, wordt pas in 11,4 de reden gegeven. Een vrouw wordt door haar maandelijkse bloeding onrein, waardoor zij dan niet geschikt is voor de omgang met mannen (Lev. 15). Onreinheid van vrouwen of mannen heeft niets te maken met vuil zijn, maar met een ongeschiktheid voor diverse taken. Het soort onreinheid waar het hier om gaat, is de geschiktheid voor de seksuele omgang. Omdat Uria ver weg in de oorlog verkeert, hoeft zij zich eigenlijk niet te reinigen. De opmerking staat nadat Dávid met haar geslapen heeft. De kwestie is dus belangrijk voor de relatie van David en Batseba, niet die van Batseba en Uria.

Overspel?

De wijzen van de Talmoed worstelen met het gegeven dat het huwelijk van David en Batseba later ondanks alles legitiem is. De Bijbel wijst daar al op door Batseba’s reinigingsbad met David in verbinding te brengen. Geen van beiden werd voor overspel aangeklaagd, terwijl duidelijk is dat het kind van David moet zijn. Daarin zien de wijzen nog een ontlastend punt. Volgens hen gaven in die tijd soldaten voordat zij naar een oorlog vertrokken hun vrouwen gewoonlijk door een scheidsbrief vrij. Anders waren die voor de rest van hun leven ‘gebonden’ en konden nooit meer hertrouwen als zijzelf door gevangen schap en/of dood niet konden terugkeren en hun vrouwen niet wisten of zij weduwe waren. Omdat op overspel de doodstraf staat en zij allebei nog leven, heeft Batseba waarschijnlijk een scheidsbrief gekregen en hebben zij dus geen overspel gepleegd. David begaat geen overtreding van de regels.

Uria’s gedrag

Uria wordt meestal als slachtoffer gezien. Als we precies kijken is hij niet zo aangenaam. Zijn koning sommeert hem om thuis te komen. Hij rapporteert, maar noemt Joab ‘mijn heer’ (11,11) en niet ‘jouw dienaar Joab’ (vgl. 14,19). Als de koning hem verlof geeft om naar huis te gaan, gehoorzaamt hij niet en trekt zijn eigen plan, voor een soldaat een grove insubordinatie. In zijn redevoering laat hij iets rebels zien: ‘De ark en Israël en Juda kamperen op het slagveld, en ik zou naar mijn vrouw gaan en van het leven genieten?!’ (11,11). Dit herinnert ons aan David die van blijheid voor de ark uit danste, omdat ze naar Jeruzalem terugkeerde (2 Sam. 6). Uria klopt zichzelf op de borst als goed soldaat en patriot, daarmee insinuerend dat de koning de ark en zijn volk in de steek laat. De koning heeft gegronde redenen om Uria ter dood te brengen, wat hij, als de rechtvaardige koning, normaal nooit gedaan zou hebben: hij zou hem aan het Sanhedrin hebben overgeleverd of de profeet Natan geraadpleegd hebben, maar nu…

Legaal gezien begaat David dus geen overtreding. God is heel kwaad (11,27) omdat hij, als koning, op persoonlijk vlak gefaald heeft: hij ‘kijkt’ indiscreet; hij gedraagt zich tegenover een vrouw als krijgsheer; hij brengt iemand in doodsgevaar voor zijn eigenbelang; hij dwingt iemand (Joab, de boodschapper indirect) om daaraan mee te doen, omdat die loyaal is.

Natans gelijkenis (2 Sam. 12) brengt David terug bij zijn verantwoordelijkheid, de ‘herder’ komt weer tevoorschijn. Hij begrijpt welke ramp hij veroorzaakt heeft en rouwt bitterlijk. David staat in de joodse traditie model voor het concept van ‘omkeer’: hij wordt een grote koning, juist door het toegeven van zijn falen en het dragen van de consequenties (bv. Ps. 51).

Vrouwen in niet ‘rechtlijnige’ relaties

De vijf vrouwen die in Jezus’ stamboom vermeld staan, leefden allemaal niet in ‘rechtlijnige’ relaties (Mat. 1,1-17). Tamar moet een list bedenken omdat haar schoonvader weigert zijn verantwoordelijkheid te nemen; Rachab is een prostituee; Ruth een Moabitische, verboden voor Israëlieten; Batseba was de vrouw van een ander. In het Oude Testament gaat het er steeds om dat de erfgenaam of opvolger niet automatisch de eerstgeborene is, maar degene die het best geëigend is het vrijheidsconcept van God in daden om te zetten. Het Nieuwe Testament wijkt daarvan niet af. Daarom staan in de stamboom van Jezus juist deze vijf voormoeders. (KR)

Wellicht ook interessant

Bernd Hirscheldt
Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Wondertjes

Een van de mooiste kanten aan het vak van predikant is dat je nooit kan bepalen met wie je in contact zal komen. Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar het is een voorrecht om met mensen te kunnen omgaan die je niet zelf hebt uitgekozen, omdat ze precies dezelfde interesses hebben of omdat ze het roerend met je eens zijn. Of omdat je een gemeenschappelijk verleden met elkaar deelt. Dat alles geeft een gevoel van vertrouwelijkheid, maar een nieuwe ontmoeting met een onbekende, iemand die in een heel andere wereld leeft, blijkt vaak veel boeiender te zijn.

Nieuwe boeken