Menu

Premium

Waar word jij blij van?

Bij Lucas 24,49-53

Verhaal

‘Hé, dat is vreemd.’ Lucas kijkt uit het venster van het huis van zijn ouders, het huis bij de poort van Jeruzalem. ‘Kom eens kijken!’ Hij wenkt naar zijn moeder, die druk in de weer is om allerlei ingrediënten al vast bij elkaar te doen voor de grote feestmaaltijd op het Pinksterfeest. Dat is over tien dagen al. Dan komen de ooms en tantes uit het buitenland bij hen in Jeruzalem logeren. Die komen overal vandaan. Uit Egypte en Rome en Damascus. Het wordt groot feest.
Maar nu legt de moeder van Lucas haar lepels even naast de potten en komt naar het raam. Ja, nu ziet ze het ook. ‘Dat zijn de vriendinnen en vrienden van Jezus,’ zegt ze. ‘Kijk, vooraan loopt warempel zijn eigen moeder. Arme vrouw, arme Maria. Haar zoon door de Romeinen doodgemaakt aan een kruis.’ Ze kijkt even naar haar eigen Lucas. Stel je voor. Ze huivert. ‘Hoe kan dat arme mensje dat allemaal aan.’
‘Raar hè?’ zegt Lucas. ‘Het lijken wel zombies. Kijk, het is net of ze achter iemand aan lopen. Maar er is niks te zien.’ Ze verdwijnen nu in de bocht van de weg naar Bethanië. Moeder gaat weer aan het werk. Ze stampt en roert in de potten.
Lucas ziet alles hier de stad in- en uitkomen. Ezels met pakken en zakken, kamelen met kleden en kisten.
Schreeuwende drijvers. Hij raakt niet uitgekeken en hangt uit het venster. En als de zon al laag staat valt zijn oog op een groep mensen die er aankomt. ‘Zijn dat niet diezelfde zombies van eerder op de middag? Kom eens kijken!’ Weer roept hij zijn moeder erbij. Inderdaad, het zijn dezelfde mensen. Maar het lijken geen zombies meer. Kijk, ze praten met elkaar en zingen. Het lijkt of ze nu heel goed weten wat ze willen. Ze kijken nu ook rond en zien Lucas met zijn moeder in het venster staan. Ze zwaaien vrolijk en roepen een groet, die Lucas door het straatrumoer niet kan verstaan. ‘Er moet wat met ze gebeurd zijn, daar buiten de stad,’ zegt zijn moeder. ‘Kijk eens hoe opgelucht ze lijken. Zelfs die arme Maria sloft niet meer en ze heeft zelfs een geheimzinnig glimlachje op haar gezicht. Het zal me benieuwen wat hierachter steekt!’

Bespreken

Laat de kinderen raden wat hierachter steekt.
In de nevendienst bespreken: Waar word jij blij van?

Zingen

LB 274, ‘Wij komen hier ter ere van uw naam’.

Bij Lucas 24:49-53

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken