Waarom technotheologie de toekomst heeft
Techniek en theologie lijken op het eerste gezicht niets met elkaar te maken te hebben. De een zoekt oplossingen, de ander worstelt met onoplosbare vragen. Toch raken beide werelden elkaar dieper dan we denken. Wie het mens-zijn wil begrijpen, kan niet om techniek heen – en wie technologische ontwikkeling wil duiden, kan niet zonder theologie.
Techniek en theologie: meer dan een aardige alliteratie lijkt het op het eerste gezicht vooral een vreemde combinatie. Techniek is tastbaar en in zekere zin altijd binair: iets werkt of iets werkt niet. Theologie daarentegen houdt zich bezig met het ongrijpbare en het paradoxale: ‘Even is het waar, en dan is het weg.’1 Techniek identificeert heldere problemen en zoekt daar oplossingen voor, die vaak vindbaar zijn. Theologie houdt zich bezig met vraagstukken die meestal fundamenteel onoplosbaar zijn.
Is er een kloof tussen techniek en theologie?
Inhoudelijk lijken techniek en theologie ver van elkaar verwijderd, alsof het twee gescheiden werelden zijn. Daarbij dringt zich de vraag op: doet theologie er eigenlijk nog wel toe? Tussen beide lijkt immers een soort concurrentiestrijd te bestaan – een strijd die door de techniek gewonnen lijkt. Zij heeft de mensheid immers oplossingen geboden voor zaken waarvoor men zich vroeger afhankelijk wist van God of de goden: voedselzekerheid, genezing van ziekten, communicatie.
Toren-van-Babel-complex maakt dat gelovigen techniek vooral verbinden met hoogmoed die ten val leidt
Die strijd versterkt de ervaring van een kloof tussen techniek en theologie. Aan de ene kant staan gelovigen die techniek vooral verbinden met hoogmoed die onherroepelijk ten val leidt – het klassieke Toren-van-Babel-complex. Aan de andere kant staan technici die met meewarigheid kijken naar mensen die hun tijd besteden aan wat zij zien als achterhaalde en nutteloze ideeën.
Maar wat als je technicus én gelovige bent? Moet je je technische identiteit dan maar loslaten wanneer je een gebedshuis binnenstapt, en je gelovige identiteit zodra je onder collega’s bent? Zelfs als dat lukt, zou je je pijnlijk getroffen voelen wanneer er in de kerk simpelweg geen aandacht is voor waar je je dagelijks mee bezighoudt. Of als er, wanneer het over techniek gaat, vooral vol op het hoogmoed-orgel wordt ingezet. Op je werkplek daarentegen, kun je weer geraakt worden door collega’s die afgeven op gelovigen. Zou het alleen al omwille van die mensen niet fijn zijn wanneer beide werelden weer dichter bij elkaar gebracht worden?
Waarom de mens in wezen een cyborg is
Maar er zijn meer redenen om techniek en theologie elkaar weer te laten ontmoeten. Zijn wij mensen niet wezenlijk met onze techniek verweven? Is de mens in wezen niet altijd een cyborg? Bij dat woord denken we misschien vooral aan sciencefiction, een genre waarin mensen versmolten raken met robotica en computertechniek. Maar in de kern gaat het om de eenheid van mens en techniek in welke vorm dan ook. Wie een bril draagt of een gehoorapparaat gebruikt, is in feite ook een cyborg. Zo beschouwd is de mens altijd al een cyborg geweest: zonder techniek – hoe basaal ook, van vuur tot werktuig – zouden we eenvoudigweg niet kunnen overleven.

Het theologische ideaalbeeld van een technologieloos paradijs
Wanneer de mens in wezen altijd in symbiose met techniek leeft, is het opmerkelijk dat de rol van techniek in de theologische antropologie vaak onbesproken blijft.2 Daarachter lijkt een impliciet ideaalbeeld te schuilen: de mens in de Hof van Eden, naakt en zonder gereedschap, die juist zonder enige vorm van techniek volop kan leven. Vanuit zo’n ideaalbeeld wordt het ontwikkelen en gebruiken van techniek al snel verdacht, omdat dit geassocieerd wordt met het verlies van deze veronderstelde paradijselijke ideaaltoestand. Ook buiten de christelijke theologie vindt een dergelijke verdachtmaking weerklank, bijvoorbeeld bij mensen die proberen zo natuurlijk mogelijk te leven – en dus met zo min mogelijk technische hulpmiddelen.
Waarom theologische bezinning over theologie onmisbaar is
In haar boek Dank God voor techniek (2022) is ethicus en theoloog Maaike Harmsen terecht kritisch over dit paradijsverlangen. Ze wijst onder meer op de lage levensverwachting van mensen die daadwerkelijk in zo ‘natuurlijk’ mogelijke omstandigheden moeten zien te overleven. Bovendien raakt een fundamenteel negatieve beoordeling van techniek alle mensen die hun roeping juist zien in het vinden van technische oplossingen die andere mensen helpen. Harmsen beschrijft dan ook de opluchting van technici onder haar gehoor, die in preken eindelijk eens een positiever geluid horen over de waarde van hun werk.
Theologie die de rol van techniek negeert, negeert daarmee een wezenlijk kenmerk van het mens-zijn. Goede theologie kan niet om de plaats van techniek in het menselijk bestaan heen. Doet zij dat wel, dan gaat zij mank.
Theologie die de rol van techniek negeert, negeert een wezenlijk kenmerk van het mens-zijn
Is dan ook het omgekeerde waar – heeft techniek theologie nodig om niet mank te gaan? Duidelijk is in elk geval dat techniek filosofie nodig heeft, bijvoorbeeld in de vorm van ethiek. Techniek ontstaat immers nooit in het luchtledige. Een bekend voorbeeld is de atoomsplitsing: diezelfde kennis kan worden ingezet voor zowel het maken van kerncentrales als kernbommen. Daarom is er diepgaande bezinning nodig over wat we als mensen uitvinden en waartoe we het inzetten. Zonder die reflectie dreigen technische ontwikkelingen inderdaad mank te gaan.
Twee vormen van theologie: het onderscheid van Willem B. Drees
Is theologische bezinning op techniek al even onontbeerlijk? En wat kan theologie daaraan toevoegen? Om die vraag te beantwoorden, wil ik een onderscheid naar voren halen van natuurkundige en theoloog Willem B. Drees. In een kleine bundel3 waarin de wetenschappelijkheid van de theologie door verschillende alfa- en bètawetenschappers tegen het licht gehouden wordt, maakt Drees onderscheid tussen:
- Theologie1 – de intellectuele component van religies, zoals dogmatiek en theologie.
- Theologie2 – de universitaire discipline waarin bijvoorbeeld godsdienstwijsbegeerte en vergelijkende godsdienstwetenschap thuishoren.4
Theologie1 hoort bij het binnenperspectief van een godsdienst. De taal en symbolen die worden gebruikt, hebben vooral of uitsluitend betekenis voor de deelnemers aan die religie. Een voorbeeld is de stelling dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen mensen en AI, omdat mensen naar het beeld van God geschapen zijn.
Theologie2 daarentegen neemt veel meer een buitenperspectief in: godsdienst wordt beschouwd als een sociologisch en antropologisch fenomeen dat met wetenschappelijke methoden bestudeerd kan worden. De taal en argumenten van theologie2 hebben daardoor in principe een breder bereik, omdat ze voor iedereen toegankelijk zijn, niet alleen voor aanhangers van een specifieke religie.5
De kracht van theologie2 is dat zij de religieuze taal en motieven blootlegt die vaak meekomen met technologische ontwikkelingen. Een godsdienstwetenschapper kan die herkennen en benoemen. Dat helpt om kritische vragen te stellen bij de schijnbaar vanzelfsprekende toekomstvisies die worden geschetst, en om te wijzen op risico’s van fanatisme en groupthink, zoals we die kennen uit dwingende religieuze vormen.

Theologie1 kan vervolgens bronnen en verhalen aandragen die de aannames rond technologie bevragen, aannames die door theologie2 zichtbaar worden gemaakt. Een concrete bijdrage van de christelijke theologie ligt bijvoorbeeld in de nadruk op lichamelijkheid tegenover een eenzijdig geestelijk of rationeel mensbeeld, of in de aandacht voor menselijke feilbaarheid tegenover technologische utopieën.
Bayesiaanse statistiek: onzekerheid ingecalculeerd
Met AI-theoloog Jack Esselink ben ik het eens dat technologische ontwikkelingen goede theologie broodnodig hebben – zij het dat dit niet alleen geldt voor AI.
Technologische ontwikkelingen hebben goede theologie broodnodig – en dat geldt niet alleen voor AI
De tegenstellingen tussen technici en theologen lijken gelukkig ook minder scherp te worden. Dat heeft misschien te maken met het groeiende inzicht dat de werkelijkheid zelf fundamenteel paradoxaal en onzeker is. Een frappant voorbeeld van het samenspel tussen techniek en theologie is de Bayesiaanse statistiek. Juist deze vorm van statistiek heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de doorbraak van AI. Kenmerkend is dat onzekerheid onderdeel van de berekeningen wordt gemaakt. Interessant detail: deze methode werd ontwikkeld door Thomas Bayes, wiskundige én dominee.
Intussen lijkt de belangstelling voor techniek onder theologen te groeien, evenals het bewustzijn onder technici dat techniek alleen ontoereikend is om de zin van het leven te vinden. Meer dan genoeg reden dus om werk te maken van technotheologie.
Over de auteur
Ds. Fulco Timmers is als predikant verbonden aan de Kloosterkerk in Den Haag. Naast theologie en natuurkunde is hij een liefhebber van science-fiction.
- Zoals verwoord door Huub Oosterhuis in ‘Woord dat ruimte schept’ (Nieuwe Liedboek, lied 330). ↩︎
- Berkhof bespreekt het onderwerp van techniek niet in zijn Christelijke Geloof (6e druk, 1990), maar ook in de recentere Christelijke Dogmatiek (2012) van C. van der Kooi en G. van den Brink wordt de rol van techniek niet besproken in het hoofdstuk theologische antropologie. ↩︎
- Zie Willem B. Drees ‘Pleidooi voor een wetenschappelijke theologie’, in: Van God los? Theologie tussen godsdienst en wetenschap (2004), blz. 75-92. ↩︎
- Het verschil tussen theologie1 en theologie2 is dat de eerste wetenschappelijk beoefend kán worden, maar zich ook juist aan de wetenschap kan onttrekken. Dit laatste is voor theologie2 uitgesloten, zij kan alleen als universitaire discipline beoefend worden wanneer zij dat op een wetenschappelijk verantwoorde wijze doet. ↩︎
- Jack Esselink onderscheidt in zijn artikel tussen religiewetenschappen en theologie. Het voordeel van Drees’ onderscheid is dat hij voor beide vormen het woord theologie gebruikt. De noodzaak van goede theologie geldt wat mij betreft niet alleen geldt voor de ‘binnen-vorm’ van theologie1 maar met name ook voor die van de meer breed toegankelijke vorm van theologie2. ↩︎