Menu

Premium

Wachten

Bij Matteüs 25,1-13

Michelle gaat altijd met de bus naar school. Niet met een speciaal busje, nee, met de gewone lijnbus in het dorp. Normaal brengt mama haar naar de bushalte en helpt haar even instappen. Maar dat vindt Michelle nu echt wel stom. Ze is al tien jaar, dus ze kan het makkelijk zelf.

Mama vindt het een beetje spannend, maar ja, als Michelle het zeker weet… Dus stapt Michelle, keurig op tijd, de deur uit, op weg naar de bushalte. Als ze daar aankomt, zit er al een grote jongen te wachten. Hij ziet Michelle niet eens, want hij is helemaal in zijn telefoon verdiept. Michelle vraagt nog aan hem of hij niet moet opletten of de bus komt. Hij lacht heel hard en stoer. ‘Nee, tuurlijk niet, dat hoor ik heus wel.’

Michelle wacht rustig af. Ze verveelt zich wel een beetje, maar ja, ze wil de bus niet missen, dus ze let goed op. Dan komt de bus eraan. Snel pakt Michelle haar tas en haar ov-kaart en stapt in. De chauffeur doet de deur achter haar dicht en ze vertrekken. Ineens hoort Michelle iemand op de deur bonzen en ze hoort roepen: ‘He, wacht, ik wil nog mee! Wacht nou…’ En daarna volgen een paar lelijke woorden. De grote jongen heeft de bus gemist, en de chauffeur is niet van plan om alsnog open te doen. Moet hij ook maar beter opletten…

Als Michelle thuiskomt, vertelt ze het verhaal aan haar moeder. Die moet er wel om lachen, maar vindt het ook wel een beetje zielig voor de jongen. Michelle vindt het vooral dom van hem. Als je de bus niet wilt missen, moet je goed opletten. Die jongen vond het zeker niet zo belangrijk om de bus te halen…

Gesprek

Wat vinden de kinderen? Dom, of zielig, of nog iets anders? En waarom vinden ze dat?

Hier kun je ook de link leggen met jouw uitleg van dit bijbelverhaal of de verwerking bij de kindernevendienst.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken