Wapenstilstand?
“Ik ben geboren in de Eerste Wereldoorlog”, vertelde ze me graag. Een Britse dame van toen ver in de 90, door MS gekluisterd aan haar rolstoel, bij wie ik in het woonzorgcentrum regelmatig op bezoek mocht komen als zorgpastor. “Mijn ouders gaven mij als lichtgewicht baby’tje in volle oorlogstijd eieren van bij de boer te eten op advies van de dokter. En zie mij hier nu zitten, ik ben er nog hè.” Haar frisse, Britse veerkracht zal ik nooit vergeten.
Op 11 november is het in België een officiële vrije dag wegens Wapenstilstand. Op deze dag vieren we het einde van die Eerste Wereldoorlog, hier nog altijd “De Grote Oorlog” genoemd. Kennelijk leeft die meer in het collectieve geheugen, ook van veel Belgen, dan de Tweede Wereldoorlog. België vormde toen vier jaar lang de frontlinie en de Westhoek veranderde in een maanlandschap verscheurd door loopgraven. Elk jaar is er herdenking, de belangrijkste onder de Menenpoort in Ieper, waar ook veteranen en nabestaanden uit het Verenigd Koninkrijk speciaal naartoe komen. “In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen”, dichtte de militaire arts John McCrae na de dood van zijn vriend, en dit beeld is velen onder de huid gekropen. De klaproos als teken van bloed èn veerkracht, als enige die bloeit op puin.

Maar op dit moment lijkt “Wapenstilstand” een uitgeholde term te zijn geworden. Zelfs het meer tijdelijke “staakt-het-vuren” staat al vaak voor: “dat houden ze toch niet lang vol”. Of erger: voor een tactiek om de militaire krachten te herschikken. “Staakt-het-vuren” en “geschonden” vind je vaak in één zin.
Iets gelijkaardigs lijkt op te gaan voor “Bevrijding”, wat in Nederland het vieren van het einde van de Tweede Wereldoorlog betekent, als begin van herwonnen vrijheid. Vrijheid, wat is dat vandaag vaak anders geworden dan een vrijbrief om te polariseren, te schelden en te ontmenselijken?
Als iemand die ver na de oorlog in het verwende Westen is geboren, zou ik me kunnen afvragen hoe lang we die gelegenheden eigenlijk nog ceremonieel moeten organiseren. Wat is de zin en de impact ervan? “Een les voor toekomstige generaties”, antwoordt AI mij. Zijn ceremonies op zichzelf daarvoor niet te zwak? Moet die les dan niet dringend uitgesmeerd worden over alle dagen van het jaar? Op alle niveaus? Geschiedenisonderwijs, morele opvoeding, zorgvuldige communicatie, maatschappelijke aandacht voor oorlogservaringen van gevluchte medeburgers, vredeseducatie en samenlevingsopbouw, zou daar niet meer in geïnvesteerd mogen worden dan in militarisering? In een steeds indringender gemilitariseerde maatschappij klinkt herdenken van wapenstilstand en bevrijding nu bijna als een zoethoudertje.
God zij dank voor de klaproos. Ze groeit nog altijd her en der op het puin van de wereld. Waar alle leven en hoop vervlogen lijkt en vernieling gemeengoed is geworden, toont zij fel en fragiel dat het leven sterker is dan de dood, vrede dapperder is dan oorlog, kleur meer menselijkheid teruggeeft dan steengruis en dat mensen, ja de hele schepping, gemaakt zijn voor hoop. Of zoals ik zag in mijn geliefde Britse hoogbejaarde dame: voor verbazingwekkende veerkracht.
Maar waarom zouden mensen überhaupt oorlogen moeten doormaken en herinneren?
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
(Jesaja 2:4 NBV)
Wapenstilstand in België
Wapenstilstand verwijst naar het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918, toen de gevechten tussen Duitsland en de geallieerden werden stopgezet. In België is 11 november een nationale feestdag en dag van herdenking. Overal in het land worden de oorlogsslachtoffers herdacht, met bloemenhuldes, stilte en het luiden van klokken.
Het symbool van de herdenking is de rode papaver, die verwijst naar het gedicht In Flanders Fields en de vele soldaten die sneuvelden in de Vlaamse velden.
Petra Schipper is stadspredikant van Antwerpen en verbonden aan het Protestants Sociaal Centrum (PSC) Antwerpen. Op haar blog deelt ze haar ervaringen.