Menu

Basis

Weinigen, of: wie niet veel voorstellen

Rode bezem
Beeld: Mauricio Monteiro França via Pixabay

‘Velen zijn geroepen maar slechts weinigen uitverkoren.’ Om hoeveel mensen gaat het in deze tekst? Kees Bouman pleit voor een kwalitatieve vertaling van ‘weinig’. Hij neemt de lezer mee op een zoektocht langs de Griekse vertaling van het Oude Testament.

Een zondag waarop het leesrooster Matteüs 22:14 aangeeft: lastig. De tekst roept soms angst op. ‘Het goede lot trekken in Gods loterij, gaat het uiteindelijk daarom?’ vroeg iemand. Dat is nogal wat, tot zelfdoding toe. Hoort dit vers hier? Hoort dit vers in de Bijbel? Ik neem de tekst zoals die voor ons ligt, als afsluiting van een gelijkenis.

Jezus’ gelijkenissen zijn pareltjes van vertelkunst. Vaak wringen ze ergens. Welke landheer is zo naïef zijn zoon te zenden naar misdadige pachters? Deze gelijkenis wringt dáár waar overal vandaan ‘zowel goede als slechte’ mensen worden genodigd. Velen dus! Juist dat verrassende wordt teruggenomen met de vertaling van het Griekse ‘oligoi’ (enkelvoud: oligos) door ‘weinigen’.

Kwantitatief of kwalitatief

Weinigen … Van Jakob wordt gezegd dat zeven jaar extra dienen omwille van Rachel hem als weinige dagen waren. ‘Weinig’, een onbepaald getal, krijgt lading vanuit de context: liefde. In alledaags spraakgebruik zie je dat ook. ‘Dat heb ik al twintig keer gevraagd,’ zegt moeder. ‘Nee, zes keer,’ zegt het kind. ‘Zes’ klopt wellicht. Vanuit de context is ‘twintig’ juist. Dat krijgt kwalitatieve lading.

En onze tekst? Ik raadpleeg de Septuaginta (LXX), de Griekse vertaling van het Oude Testament waar Matteüs mee vertrouwd is.

Niet om wanhopig te worden maar gelouterd

Oligos is daar de vertaling van diverse Hebreeuwse woorden. Hun betekenis reikt van een onbepaald getal naar er-niet-zijn, klein zijn, weinig in waarde. Dat is breed, van kwantitatief tot kwalitatief.

Als onze Matteüstekst kwalitatief gelezen mag worden, is het belangrijk dat we dat vaak in de LXX terugvinden. Als het maar zelden gebeurt, ondergraaft dat mijn vertaling. Op 102 plaatsen staat oligos in de LXX, inclusief de deuterocanonieke boeken die in de LXX opgenomen zijn. Ruim de helft vroeg om een kwalitatieve duiding vanuit de context.

Wandeling

We maken een wandeling langs plekken waar oligos kwalitatieve betekenis krijgt vanuit de context. De weergave staat steeds tussen dubbele aanhalingstekens. Startpunt: Jakob. ‘Zo dient Jakob zeven jaren voor Rachel; die zijn in zijn ogen als “enkele” dagen’ (Gen. 29:20; Naardense Bijbel – NB). Jakobs liefde kwalificeert ‘enkele dagen’ tegenover ‘zeven jaren’. In het licht van de liefde vliegt de tijd om. Hoe herkenbaar! We gaan verder. Vergeet niet om echt te leven, hoor ik: ‘ … “’n flits” en wie kwaad zaait is heen’ (Ps. 37:10; NB). Gods oordeel klinkt. De korte tijd onderstreept de ernst. Breeduit staan de misdaden tegenover de uiterst beperkte levenstijd van de daders. Naast die beperking gaat het ook om inhoudloos leven. Tijdsverloop krijgt een ander gezicht.

Hier, een afslag: hebzucht! Zo kan het niet verder! Kwartels verzamelen: meer, meer! ‘Niemand verzamelde “minder dan” tien ezelslasten’ (Num. 11:32; NBV21). Vers 18 gaf al aan dat ‘weinig’ doordrenkt wordt door Gods toorn. Je hoort het volk al kotsen. Een brede, zonnige laan: kom, dans met mij! zingt de wijsheid.

Wijsheid is immers goud waard. ‘Alle goud is ten opzichte van haar [de wijsheid] slechts een “klein beetje” zand’ (Wijsh. 7:9; Buiten de vesting – BV). Je hebt goud in handen? Het is zand dat tussen de vingers wegloopt. Wandelend horen we een stem en zien we telkens dat ‘weinig’ als Gods hand is in de geschiedenis. Hij is Heer over de geschiedenis. Kijk, de gideonsbende: ‘Voor de Ene is er geen belemmering te bevrijden door veel of door “weinig”!’ (1 Sam. 14:6; NB) Weinig. Angstig? De klank van godsvertrouwen! We lezen met in het achterhoofd een aanvulling: weinig, een gideonsbende.

God staat niet vanzelfsprekend aan ‘onze’ kant. ‘Een “kleine” troepenmacht’ van Arameeërs vormt de stok waarmee Hij Juda’s overmacht slaat. Juda sloeg niet alleen Gods Woord in de wind, maar ook de brenger ervan dood. (2 Kron. 24:24, 21; NBV21) Israël is overmoedig wanneer het de stad Ai wil aanvallen: ‘Zíj zijn maar “met een paar”, aldus de verkenners ’ (Joz. 7:3; NB). Vers 1 verkondigde Gods toorn al; Hij drijft de overmoed tot zijn grens.

Herstart

De wandeling lijkt vast te lopen. Laten we opnieuw beginnen. Er was een hand die ruimte maakte. Niet aflatende troost. Wanneer het gaat om een rest, heeft dat met oordeel te maken. Niet om wanhopig te worden maar gelouterd. Prachtige vertaling: ‘Overblijven zult ge als “slechts een aantal” manne-“tjes” onder de volkeren’ (Deut. 4:27; NB). Dát weten brengt ertoe Hem te zoeken, een beroep op Hem te doen (vers 29). De weinigen die in vertrouwen op Gods barmhartigheid Hem gehoorzamen zijn als vruchtbare grond voor komende geslachten (vers 40). ‘Kere uw woede van ons af, nu wij met “weinigen” zijn overgebleven’ (Bar. 2:13; BV). Niet ten onrechte. Was er eerder sprake van totale vernietiging, nu heet het: ‘Er zal “maar een klein aantal” … terugkeren’ (Jer. 44:27–28; NBV21).

Ook in deze gelijkenis zoekt God ons

Terugkeren dus! Hoor deze echo: ‘Mijn hart zal zich in mij omdraaien’ (Hos. 11:8c; NB). In Zacharia 1:15b (NBV21) opnieuw: ‘Ik had mijn toorn immers “alweer laten varen”.’ ‘Toorn’ is niet het beslissende woord. Beslissend is Gods keuze: toekomst geven.

We wandelen verder, opnieuw een stem: zwijg maar – zie, de tragiek van het leven. ‘Worden zijn zonen geëerd, hij weet het niet, raken ze “aan lager wal” …’ Verwacht geen hulp, zelfs niet van je vader, hij merkt het niet eens (Job 14:21; NB). God spot bij monde van Jehu. ‘Achab heeft de Baäl “maar matig” vereerd,’ zegt Jehu (2 Kon. 10:18; NBV21). Het is de opmaat om Gods oordeel te voltrekken.

Vanaf een bankje

Terugkijkend bepaalt de context telkens de betekenis van oligos. Gods oordeel en toorn worden vaak met oligos verbonden; toekomstperspectief ook. Dat onderstreept de voorgestelde contextuele vertaling als ‘wie weinig voorstellen’. Overal vandaan komen ze, mensen, weinig in waarde. Gods mensen.

We vouwen de wandelkaart uit. Matteüs 7:14 gaat over ons, zoekend naar God. Hier is ‘weinigen’ kwantitatief bedoeld.

In onze gelijkenis zoekt God ons. Lezen we ‘weinig’ arbeiders (9:37; NBV21) in het licht van vers 38, godsvertrouwen? Dan is dat een kwalitatieve duiding, zoals bij de zeven broden en ‘wat’ visjes. (15:34; NBV21). Ook daar gaat het om godsvertrouwen. Spijzigingsverhalen rond Elia en Elisa kunnen niet vergeten zijn. Vijf en twee talenten, werkelijk een ‘klein’ bedrag (25:21, 23; NBV21)? Zou ‘bescheiden’, een kwalitatieve duiding, niet meer op zijn plaats zijn?

Oligos vormt het scharnier waarop een deur opendraait: Gods keuze: toekomst geven. En wij? We lezen, kiezen tussen beide mogelijkheden: weinigen, wie weinig voorstellen.

Kees Bouman is emeritus predikant.


Wat te kiezen
Woord & Dienst 2024, nr. 5

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken