Menu

Basis

Wie ‘Dwaas!’ zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan (Matteüs 5:22)

Schelden doet geen zeer…? Of hebben denken en doen meer met elkaar te maken dan we misschien willen weten?

ROELOF DE WIT
Drs. R.F. de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente te Ermelo. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Wie zegt er nooit een keer ‘dwaas!’? Soms is het eruit voor je er erg in hebt. Je wordt bijna van je fiets gereden door een auto met veel te hoge snelheid. ‘Hé, sukkel, kijk eens uit, joh!’ Of iemand heeft iets verprutst en je reageert verontwaardigd. Harde woorden zijn snel gevallen. Een boze e-mail heb je zo getypt en verstuurd. Een geïrriteerde tweet is snel verzonden. Op sociale media kom je veel verbaal geweld tegen.

Maar dan zegt Jezus: als je dat doet, dan loopt het niet goed met je af. Dan kom je in de Gehenna terecht. Andere vertalingen (NBG ’51/SV) spreken zelfs over het vuur van de hel. Dat zijn nog eens dreigende woorden! Is dat niet ontzettend zwaar aangezet?

Bergrede

Deze opmerking van Jezus staat in de Bergrede. Dat is de toespraak van Jezus, waarin Hij de bekende woorden van de tien geboden opnieuw voor het voetlicht brengt. Zoals destijds Mozes op de berg van God de tien woorden ontving en aan het volk doorgaf, zo geeft Jezus nu opnieuw deze woorden door. Daarbij gaat het niet alleen om de letter van de wet. Dan blijf je gemakkelijk buiten schot. Zeker bij het zesde gebod (‘Gij zult niet doodslaan’), waar deze uitspraak aan refereert (vs.21). Je kunt denken: zolang ik niemand vermoord, is er niets aan de hand. Maar in de woorden van Jezus gaat het ook om wat daaronder allemaal schuilgaat.

Een schaafwond is gauw genezen, maar een bijtende opmerking…

Hij noemt daarbij drie voorbeelden van gedrag dat net zo verwerpelijk is als moord en doodslag: in woede tegen iemand tekeergaan; de ander uitmaken voor nietsnut; iemand uitschelden voor dwaas. Waarom plaatst Hij dat op één lijn?

Met deze voorbeelden vraagt Jezus naar het begin: waar komt zo’n daad vandaan? Voordat een moord daadwerkelijk gepleegd wordt, is er van binnen al het een en ander in gang gezet. Daar legt Hij de vinger bij. Niet pas als de daad werkelijk is gebeurd gaat het mis, maar al veel eerder: bij wat er van binnen leeft, en welke emoties daar allemaal opborrelen. Daarom is er niet veel verschil tussen scheldwoorden gebruiken of vol minachting spreken en het daarnaar handelen. Zo richt Jezus zich tegen mensen die het zesde gebod op het eerste gezicht heel serieus en nauwgezet nemen, maar in de praktijk heel gevaarlijk bezig zijn. Het gaat niet om de letter van de wet, maar om de onderliggende houding. Zo kan het zijn dat je inderdaad niemand hebt vermoord, maar in je hart wel denkt: ‘Man, val dood!’

Kracht van woorden

Er wordt wel gezegd: ‘schelden doet geen zeer, maar slaan des te meer’, maar iedereen weet dat dit niet waar is. Het is eerder andersom. We merken allemaal van tijd tot tijd dat woorden grote impact hebben. Zowel in positieve zin (een bemoediging, een compliment), als in negatieve zin (een kwetsende of kleinerende opmerking). Een schaafwond is na een paar dagen weer genezen, maar een bijtende opmerking kan dagen, en soms nog veel langer, door etteren.

Kwaad komt niet zomaar opeens opzetten, er is een en ander aan voorafgegaan

Ben je je ervan bewust wat je woorden kunnen uitrichten?, zegt Jezus hiermee. Jakobus schrijft er in zijn brief ook over. Hij waarschuwt voor de gevolgen van misbruik van de tong. Woorden kunnen wapens worden, waarmee je een ander neerhaalt. Laster, roddel en taalverruwing komen in onze tijd veelvuldig voor. Het gaat niet alleen om daadwerkelijk gedrag, maar ook over hoe je denkt en spreekt over je naaste, je broeder, je medemens.

Gevolgen

Ik hoor in de woorden van Jezus ook doorklinken dat daden gevolgen hebben. Niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn. Wanneer je je te buiten gaat, in woorden en gedachten, zul je je daarvoor moeten verantwoorden. Je staat schuldig tegenover je medemens, en daarmee ook tegenover God. Want Hij neemt wat gedacht, gezegd en gedaan wordt serieus. Er is ook zoiets als een laatste oordeel. Niet alles wordt binnen de grenzen van onze tijd rechtgezet.

In de drie situaties die Jezus noemt is een stijgende lijn waar te nemen. Eerst word je gedaagd voor het gerecht, vervolgens voor het Sanhedrin (het hoogste Joodse rechtsorgaan), en ten slotte dreigt de Gehenna. Dat was de vuilstort, net buiten Jeruzalem, in het dal van Hinnom. Daar werd het afval verbrand. Daar klinken twee dingen in door. Allereerst dat je niet ongestraft je gang kunt gaan. Het zal consequenties hebben. Vervolgens dat van het een het ander komt. Kwaad komt zelden zomaar opeens opzetten. Daar is al (vaak verborgen) een en ander aan vooraf gegaan. Voor je het weet escaleert het, en het gaat van kwaad tot erger.

Oplossing

Jezus stelt niet alleen de diagnose vast, maar biedt ook een oplossing. Het vonnis is nog niet geveld. Er zijn manieren om de straf te ontlopen. De weg van de verzoening staat open. Zelfs op weg naar de rechtbank bestaat die mogelijkheid (vs.23-25). Zo bevat deze uitspraak van Jezus een dringend appel: let op je taalgebruik. En een waarschuwing: keer op je wegen terug, omwille van de ander, èn van jezelf.

Gespreksvragen:

1. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen gedachten en daden. Jezus doorbreekt dat hier. Hoe kijk je daar tegenaan?
2. Vergelijk Gezang 278 (Liedboek voor de Kerken) met Lied 775 (Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk). Beide zijn gebaseerd op het Middeleeuwse lied ‘Dies Irae’. Wat valt je op? Hebben we het spreken over het oordeel niet veronachtzaamd?

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken