Bomen en struiken hebben wortels. Dankzij die wortels staan ze stevig verankerd in de grond en met behulp van datzelfde, veelal wijdvertakte, wortelstelsel worden de benodigde voedingsstoffen uit de aarde opgezogen. Iedereen weet het: hoge bomen vangen veel wind. Zij kunnen zelfs zware stormen trotseren, omdat ze over zware wortels beschikken die diep in de aarde zijn doorgedrongen. Zo blijven struiken en bomen op hun plaats. De dichter Huub Oosterhuis ziet daarin een verschil met mensen: 'De bomen hebben wortels/ de bomen mogen stevig staan / maar mensen moeten verder gaan./ De bomen hebben wortels/ maar mensen gaan voorbij' (Liedboek,
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden
Redactie Symbolen in de Bijbel