Menu

Basis

Zacht worden

Katinka Broos

Het UWV vond dat Hanna (niet haar echte naam) in het kader van de Participatiewet wel wat uren vrijwilligerswerk kon doen. Ze had geen idee hoe ze dat aan moest pakken. Maar via een kennis kwam ze bij ons in het wijkpastoraat terecht.

Twee, soms drie keer in de week is ze gastvrouw bij het Open Huis. Ze opent het pand, zet de koffie, maakt een praatje met de mensen, houdt bij welke boodschappen er gedaan moeten worden en zorgt voor een veilige sfeer. Dat laatste was wel een puntje. Als echte Rotterdamse gaf Hanna graag haar ongezouten mening en die strookte niet altijd met wat het wijkpastoraat wil zijn en uitdragen.

Met religie heeft ze niets: ‘Dat snap ik allemaal niet hoor, daar deden we thuis niet aan.’ Het groepje mannen dat graag luidruchtig filosofeert over het oordeel, Openbaring en of er ook een nijlpaard voorkomt in de Bijbel, bekijkt ze hoofdschuddend en soms vraagt ze of het wat rustiger kan: ‘Anders gaan jullie maar op een zeepkist in het park staan.’ Ze krijgt steeds meer lol in haar werk. Ik vind het vooral mooi om te zien dat ze milder wordt naar mensen. Ze noemt de buurman Opa Turk, zet al een kopje koffie klaar voordat hij binnen is en vraagt altijd naar zijn zieke vrouw.

‘Dat weet ik toch niet, hoe dat heet!’

Ook haar mening over Afrikanen draait bij: ‘Die Afrikaanse vrouw die elke maand bij jou komt… je moet eens met haar praten. Ik zie haar langs mijn huis lopen en ze loopt mank. Ze moet echt naar een dokter, maar ik denk dat ze geen verblijfsvergunning heeft.’ Ze beschermt de Koerdische moslima tegen de oordelen van haar vriendinnen: ‘Die vrouw heeft meer ellende meegemaakt dan jouw hele familie, dus hou je grote muil.’ Soms vertelt ze mij wie er wat meer aandacht van mij nodig heeft: ‘Zij is wat stil.’ Of: ‘Hij verzorgt zich niet goed, ik denk dat er iets is.’

Maar nu is er iets met haar. Haar beste vriendin is ziek en wordt niet meer beter. Zij weet zich geen raad. Ze weet er geen woorden aan te geven, dus wordt ze stil of ze scheldt wat meer. Op een ochtend wil Hanna met mij praten. ‘Wil jij met mij doen wat je ook altijd met de eetclub doet?’ vraagt ze. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. We eten elke woensdag samen met een groep mensen, maar wat doe ik dan behalve eten? Ietwat verlegen, maar ook geïrriteerd kijkt ze me aan: ‘Jij gaat dan staan en zegt mooie woorden en de mensen worden dan rustig en zacht, en daarna gaan ze eten…’

‘Bidden, bedoel je. We bidden voor het eten.’ ‘Ja, dat weet ik toch niet hoe dat heet! Maar ik zie dat de mensen rustig worden en dat wil ik ook zo graag. Nu mijn vriendin zo ziek is, weet ik niet waar ik het
moet zoeken.’ Dus steken we een kaarsje aan en vouwen onze handen. De vriendin overleed een aantal weken later; zowel het verdriet als de zachtheid in Hanna zijn gegroeid.

Katinka Broos is pastor bij de Stichting Wijkpastoraat Rotterdam West.

Kleur
Woord & Dienst 2023, nr. 10

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken