Menu

Premium

Zegel

ring

Een van de bekendste ringen in de christelijke traditie is de zogenaamde vissersring, de pauselijke zegelring. Deze ontvangt de paus meteen nadat hij tot dit hoogste ambt is gekozen. De naam dankt de ring aan het zegel waarop Petrus als visser staat afgebeeld. De ring herinnert aan een dragen van de zegelring door de bisschop, een gebruik dat ver teruggaat in de geschiedenis. De ring symboliseerde de waardigheid en het gezag van de bisschop en diende als instrument voor het verzegelen van geheime stukken. De eerste betekenis speelt nog steeds een rol.

Bij het aanschouwen van de zegelring van paus en bisschoppen komen begrippen op als: gezag, waardigheid, verzegeling van geheime zaken. Hoe ligt dat in de bijbelse geschriften? Treffen we die begrippen daar ook aan? Laten we die geschriften ter hand nemen.

Grondtekst

Het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord chotam (15x) kan zowel ‘zegel’ als ‘zegelring’ duiden; veelal valt uit de tekst niet op te maken welke betekenis de voorkeur heeft (vgl. Gen. 38:18,25). De twee betekenissen van het verwante werkwoord chatam, ‘verzegelen, (af)sluiten’, onthult ten dele de functie van het zegel: iets verzegelen (Neh. 10:1-2) of afsluiten (Job 24:16; Sir. 22:27). In Hooglied 4:12 zien we bij ‘verzegelen’ de parallel n’l, ‘dichtbinden’. Nog een ander woord kent het Oude Testament, namelijk tabba’at, dat ongeveer 50x voorkomt en in de meeste teksten op de ‘ring’ aan cultische voorwerpen slaat.

Daarnaast duidt het ‘zegelring’ (Gen. 41:42; Est. 3:10; 8:2,8,10) of de ‘ring’ als ornament van vrouwen (Ex. 35:22; Num. 31:50; Jes. 3:21). Het Aramees heeft ‘izqah, ‘zegelring’ (Dan. 6:18). De nèzèm (17x), ‘ring’, ook oor- en neusring, verschijnt alleen als sieraad (Ex. 35:22; Hos. 2:15[12]).

Het nieuwtestamentische sfragis (16x, waarvan 13x in Op.), ‘zegel’ (Op. 5:1-5), maar ook het instrument waarmee de verzegeling plaatsvindt, ‘stempel, zegelring’ (Op. 7:2). Het werkwoord (kata)sfragizoo, ‘verzegelen’, in de zin van ‘afsluiten’ van Jezus’ graf (Mat. 27:66) en van de afgrond van het beest (Op. 20:3). Dat daktylios een ‘ring’ is blijkt wel uit de verwantschap met daktylos, ‘vinger’; deze ring verschijnt slechts in Lucas 15:22 (vgl. 1 Clemens 43:2).

Letterlijk en concreet

a.Het verzegelen van dingen in de bijbel is bovenal een juridische handeling. De afdruk van het zegel verwijst naar de eigenaar van het zegel. Meestal treffen we de eigenaar aan in koninklijke kringen of bij andere leidinggevende personen, zoals het stamhoofd Juda (Gen. 38:18). Het overdragen van de zegelring door de koning aan een onderdaan, houdt in dat deze onderdaan koninklijke zeggenschap ontvangt (Gen. 41:42). De drager ervan straalt autoriteit en authenciteit uit. Veelal zijn het brieven (1 Kon. 21:8; Est. 3:12; 8:8) en documenten (Neh. 10:1) die van een zegel worden voorzien. Het zegel geeft de geldigheid en onherroepelijkheid aan. Maar ook andere voorwerpen dragen soms een zegel, zoals de leeuwenkuil van Daniël en het graf van Jezus (Dan. 6:18; Mat. 27:66). Hier ligt de nadruk op het definitief afsluiten, zodat niemand erin kan. Dat geldt eveneens voor het afsluiten van de tempel in de legende van Daniël, die de strijd aanbindt tegen de afgoden (Bel en de Slang 322). Hetzelfde doel heeft het zegel op boekrollen (Jes. 29:11; Op. 5-8), waardoor niemand meer kennis kan nemen van de inhoud.

b.Het zegel is nogal eens aangebracht op een ring. Vandaar dat de vingerring in de bijbel veelal een zegelring is. De dichter van Hooglied suggereert dat het zegel ook wel om de hals en arm gedragen wordt (8:6; vgl. Gen. 38:18). Israël kent de ring ook als sieraad, zowel door vrouwen als mannen gedragen (Ex. 35:22; Num 31:50).

Beeldspraak en symboliek

a.Wat verzegeld is, is eigendom van hem of haar die het zegel draagt. Het zegel verraadt wie de drager is, juist omdat het bij die persoon behoort. Het voorwerp dat het zegel draagt, is waardevol en dient daarom zorgvuldig te worden bewaard. Kostbare dingen ontvangen een zegel. God bewaart de liefdadigheid van een man als een zegelring (Sir. 17:22); Hij neemt het aan als zijn eigendom. De getrouwen ontvangen op hun voorhoofd het zegel van de levende God (Op. 7:1-3; vgl. 14:1 en 22:4). In zijn naam zullen zij beschermd en bewaard worden. Zij zijn onderscheiden van hen die het merkteken van het beest, bron van alle kwaad, dragen (13:1617). God drukt zijn stempel op allen die Hem lief zijn, allen die kostbaar zijn in zijn ogen. Daarin brengt de bijbel de geborgenheid, vaak te midden van onveiligheid, tot uitdrukking. Het doelt op het geraakt-zijn tot werkelijk leven; zo is de mens in staat om Gods plannen in diens naam te ontvouwen (vgl. Joh. 6:27; Rom. 4:11; 1 Kor. 9:2; 2 Kor. 1:22; Ef. 1:13). In de na-nieuwtestamentische brief 2 Clemens duidt het zegel de doop; de dopeling is eigendom en beschermeling van de Heer (7:6; 8:6).

b.De zegel of zegelring kan de nauwe betrokkenheid tussen twee personen symboliseren. Bijzonder scherp is de profetische kritiek op de koning Konjahu van Juda. Al was hij ‘zegelring aan mijn rechterhand, toch zou Ik u daar afrukken en u geven in de macht van wie u naar het leven staan… ‘ (Jer. 22:24). Het is zo slecht gesteld met deze koning, dat zelfs de nauwste band tussen hem en de Heer geen reden meer is hem te sparen. De liefdesdichter laat de bruid indringend aan de bruidegom vragen of hij haar als een zegel op het hart en de arm wil dragen (Hoogl. 8:6). Zoals de eigenaar van het zegel zijn zegel beschermt en op het hart draagt, zo wil zij in zijn beschermende nabijheid verkeren. Zegel en hart/arm komen bij elkaar, dat wil zeggen, de orde en de emotie.

c.Verzegelen en afsluiten liggen dichtbij elkaar. De verzegeling van de steen op de leeuwenkuil en die van de steen voor Jezus’ graf, betekenen meer dan louter een handeling (Dan. 6:18; Mat. 27:66). Het zegel sluit af, definitief. Niemand kan erin en eruit. Wanneer later blijkt dat er toch een engel in Daniëls put is afgedaald en dat een engel de steen voor het graf weghaalt, krijgen deze teksten een ongekende diepgang. Dicht is niet dicht. De gebroken verzegeling beklemtoont de manifestatie van de levende God in doodsgebied. De verrassing van ‘dicht is niet dicht’ blijkt uit te groeien tot ‘dood is niet dood’. Het element van afsluiten komen we in de liefdeslyriek nog op een geheel andere wijze tegen. De man bezingt de vrouw als een dichtgebonden hof en verzegelde bron (Hoogl. 4:12). Deze metaforen duiden de ontoegankelijkheid, evenals die van ‘de bruid in de rotskloof’ (2:14) en ‘de bruid op de toppen van de Libanon’ (4:8). De vrouw laat zich niet zomaar overwinnen; eer de twee in volheid bij elkaar zijn, moet er een lange weg worden afgelegd. Door de ontoegankelijkheid van de bruid, waar uit iets geheimzinnings spreekt, nemen de spanning en het verlangen toe.

d.Hosea heeft felle kritiek op Israëls ontrouw. Hij giet die ontrouw in de beeldspraak van een vrouw die haar echtgenoot ontrouw is. Vrouwe Israël loopt de vreemde man, Baäl, achterna en probeert hem te behagen. Zij trekt door haar sieraden de aandacht 2:15[12]). De vraag is of dit opdossen letterlijk is bedoeld, bijvoorbeeld tijdens een Baälfeest. Ook valt te denken aan een metafoor voor het nadrukkelijk aanhangen van afgoden, wat de ontrouw aanscherpt. Het laatste heeft onze voorkeur, gelet op de rijke metaforen rond huwelijk en overspel in Hosea. De wijsheidsleraar prent zijn leerlingen de waarde in van een wijs vermaan bij een luisterend oor (Spr. 25:12). Zo’n vermaan is als een gouden (oor)ring; prachtig om te zien!

e.Het overdragen van de ring door een meerdere aan een ondergeschikte, symboliseert dat de eerste zijn gezag en eigendom in de handen legt van de tweede. De laatste neemt de plaats in van de eerste; de eerste gunt de macht aan de laatste. De verteller van Genesis brengt dat goed tot uitdrukking: ‘Daarop trok Farao zijn zegelring van zijn hand en deed hem aan Jozefs hand’ (Gen. 41:42). Een soortgelijk ritueel speelt zich af in de bekende parabel van ‘de verloren zoon’. Indrukwekkend is het hoe de vader zijn teruggekomen zoon eer betoont: het beste kleed om zijn schouders, een ring aan zijn hand, schoenen aan zijn voeten (Luc. 15:22). Met het geven van de ring, draagt de vader symbolisch zijn volmacht over aan de jongen. Hij wordt niet als knecht aanvaard, maar als zóón! Tot de climax van Haggai’s verkondiging behoort de belofte dat de Heer de messiaanse koning Zerubbabel tot een zegel of zegelring zal maken (2:23[24]; vgl. Sir. 49:11). Het beeld verhaalt dat de Heer deze mens heeft uitgekozen als zijn gevolmachtigde, zijn vertegenwoordiger. Het kondigt een nieuwe periode aan en tegelijk houdt het de afsluiting van een oud tijdperk in. Zie in dit verband de benaming van de profeet Mohammed als ‘het zegel van de profeten’ (Soera 33:40), wat erop wijst dat in hem de laatste profeet is gekomen en de openbaring compleet is.

f.Het verzegelen van woorden, profetieën en boekrollen symboliseert het onttrekken van een goddelijke boodschap aan de openbaarheid. Jesaja krijgt de opdracht tora en getuigenis niet langer over te brengen aan koning en volk (8:16), omdat niemand ernaar luistert. Nee, de profeet moet die boodschap verzegelen in zijn leerlingen. Zij zullen in het verborgene de hemelse geheimen bewaren. Op een ander moment heeft de Heer de ontrouwe profeten en zieners verzegeld als een gesloten boek; niemand kan dat boek lezen, de profeten hebben niets meer te zeggen (29:9-16; anders Dan. 9:24). Woorden kunnen ook stuk maken. Vandaar dat de wijze vraagt om een zegel van behoedzaamheid op zijn lippen, opdat hij niemand schade toebrengt met zijn woorden (Sir. 22:27). En bij een dwaze vrouw doet men er goed aan een zegel te gebruiken; wees voorzichtig wat je met haar deelt (Sir. 42:6). Beroemd maar ook mysterieus is de boekrol in Openbaring die met zeven zegels is afgesloten (Op. 5-8). Niemand blijkt in staat om te boekrol te openen, slechts één, Christus. Deze zal de zegels een voor een openen en zo de geheimen onthullen die leiden tot de verdwijning van onrecht en tot totale doorbraak van sjalom. g. Zevenmaal spreekt het boek Job over zegel of verzegelen. Het zegel verwerkt de dichter vooral in de context van Gods grootheid. De zegel als vergelijking: zoals langzaamaan de contouren van het zegel in klei zichtbaar worden, zo wordt na de nacht stukje bij beetje de aarde zichtbaar (38:14). Hij legt de sterren onder zijn zegel, dat wil zeggen, Hij sluit hen op, maakt hen onzichtbaar voor de mens (9:7). Ook mensenhanden verzegelt Hij, wanneer regen en sneeuw het onmogelijk maken voor de boer om zijn land te bewerken (37:7). De boerenhanden zijn als het ware opgeborgen, vergrendeld. En denk aan de krokodil, een creatie van Gods handen. Zie de rug van het dier, als een nauwsluitend zegel, te groot en te mysterieus om erbij te komen (41:7[6]. In het verborgene van de nacht werkt Gods macht door, wanneer Hij de mens in zijn slaap vermaant. Als een document dat wordt afgesloten met een zegel, zo bewerkt Hij de mens (33:16). Maar op een nog andere manier is God ongrijpbaar, bijna grillig. Hij spaart de overtredingen op in een verzegelde buidel, om die later op zijn tijd eruit te halen en er de mens mee te confronteren. Althans dat ervaart Job (14:17; vgl. Deut. 32:34 en Dan. 9:24). De goddeloze mens kenmerkt zich hierdoor, dat hij zich overdag in zijn huis verzegelt, voor niemand bereikbaar, maar ‘s nachts naar buiten komt om zijn slag te slaan (24:16).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 119:16, 57; Gezang 39; 67; 70; 209; 260; 336; 342; 472; 482; Evangelie I: 15; Gezegend: 98; Zingend I-II: 113; 114; V: 51; VI: 71.

b.Poëzie:

Michel Coune, Bruidszang bij het Hooglied, Averbode/Kampen, blz. 146: ‘Draag mij als een zegel’. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1980, blz. 515: ‘Autogram’. Van der Graft,Mythologisch, Baarn 1997, blz. 435: ‘Trouwbrief’. Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1975, blz. 513: ‘Gedenkenis’.

c.Verwerking:

Om een indruk te krijgen over vormen en afbeeldingen van zegels en zegelringen, kunnen we terecht bij de Encyclopedia Judaica. Het lemma ‘Seals’ laat veertien verschillende zegels zien, wat ons een aardig beeld geeft van de betekenis van zegels door de eeuwen heen. Een andere invalshoek is die van de pauselijke ring en de daarachter liggende zin. Ook – en dan beperken we ons tot de ring – kunnen we inspelen op het dragen van ringen nu, en de betekenissen die mensen daaraan geven. Als thema’s zijn te noemen: gezag, autoriteit, geheimenis, geheimhouding, waardigheid, verbondsafspra-ken, verbondenheid, bescherming en eigendom. En dat zowel op maatschappelijk als op godsdienstig vlak.

Verwijzing

Het zegel en de (zegel)ring hebben raakvlakken met ‘vinger‘, ‘sleutel‘, ‘huid‘ (tatoeage), ‘brief‘ en ‘gedenkteken‘.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken