Menu

Basis

Zijn we bereid Europa te verdedigen?

Kerk in Litouwen

Drie jaar geleden was ik op mijn eerste (en tot nu toe enige) uitzending. De reis ging naar Litouwen, het zuidelijkste van de drie Baltische staten. Nederlandse militairen oefenen in dat land samen met andere NAVO-partners hoe de oostflank van het NAVO-gebied te beschermen – Litouwen grenst aan (Russisch) Kaliningrad in het westen en Belarus in het oosten. Drie maanden verbleef ik daar, en voor wie dat lang vindt: de militairen die ik mocht begeleiden waren zes maanden van huis. Een tweede reden voor onze aanwezigheid daar is dat de Litouwers (het land is groter dan Nederland maar met veel minder inwoners) het geruststellend vinden dat de veiligheid van hun land mede gedragen wordt door Europese en internationale partners. Om het voorzichtig uit te drukken: ze hebben met de grote Russische buur nogal slechte ervaringen opgedaan in het verleden en de gebeurtenissen in Oekraïne zien ze als een voorbode van wat er met hun land ook kan gebeuren.

Geringe motivatie

Nederlanders hebben een geringe motivatie om met wapens hun eigen buurt, stad of land te beschermen. Ook de bereidwilligheid voor het vervullen van dienstplicht is eerder laag in Europees perspectief. Maar wat als er een Europees conflict uitbreekt en Nederlandse jongeren (mannen en vrouwen) worden opgeroepen om de grenzen te verdedigen in Finland, Polen en Roemenië? Zijn ze daartoe bereid en weten ze waarom ze daar zijn? Tijdens de missies in Afghanistan zei de Duitse minister van defensie eens dat Duitsland wordt verdedigd aan de Hindu Kush, een gebergte op de grens van Afghanistan en Pakistan. Dat argument was voor de meeste Duitsers echter moeilijk te volgen. Ik vrees dat het in het geval van een conflict aan de Europese oostgrenzen ook zo zal zijn, dat veel mensen zich niet bewust zijn dat het een gemeenschappelijk grondgebied is dat op het spel staat, van alle Europese volken samen. Hoe kunnen we het Europees bewustzijn van onze samenleving vergroten?

Ontmoet Litouwen

Toen ik in Litouwen verbleef – ik wist vooraf niet goed wat ik kon verwachten – viel me op dat het een modern westers land is. Je kunt overal met je pinpas betalen, ze hebben er gewoon de euro. Langs de snelwegen in de grotere steden staan grote shopping malls met een uitgebreid en modern winkelaanbod. In de supermarkten vind je producten die je ook in westerse supermarkten kunt vinden. Je mobiele netwerk doet het dankzij roaming overal uitstekend. In tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk heb je geen andere stekker nodig voor het opladen van je apparaten, en ze rijden er gewoon rechts. Onder het genot van heerlijke taart en gebak (daar zijn ze Nederland ver op vooruit) bestel je gewoon je latte machiato en cappuccino. In de grotere steden kom je met Engels een heel eind. Kortom, met het gemak waarmee mensen op vakantie gaan naar Frankrijk, Duitsland of Italië kun je net zo goed hierheen gaan.

Schild

Maar de parallellen met Europa gaan natuurlijk verder dan deze eerste indruk. Zelf ben ik altijd geïnteresseerd in de religieuze geschiedenis. Als je door Litouwen reist, en zeker in de hoofdstad Vilnius, zie je daar prachtige barokke kerken waardoor het lijkt alsof je in Italië bent, of in Beieren. Ik had niet verwacht die Zuid-Europese pracht in dit land aan te treffen. Litouwen is een overwegend katholiek land; het hoorde lang bij Polen en in die tijd strekte het zich uit tot aan de Krim in het zuiden van Oekraïne. Maar ook de Lutherse kerk is in Litouwen belangrijk, met name in het noorden aan de Oostzeekust. Dat gebied hoorde lang bij de Duitse orde, die na de Reformatie Luthers is geworden. Het gebied heeft oude theologische, wetenschappelijke en spirituele verbindingen met bijvoorbeeld Königsberg (nu Kaliningrad) en de Scandinavische landen, en hoorde tot de Eerste Wereldoorlog bij Duitsland. Dat de Lutherse en Katholieke kerk er belangrijk zijn, laat zien dat het land eerder bij de West-Europese dan bij de Oost-Europese cultuur behoort.

Litouwen is deel van de Europese geschiedenis en cultuur, maar het land heeft ook zijn eigen specifieke ervaringen (die we in het westen niet altijd goed waarderen). Zo is de taal heel verschillend van andere Noord-Europese talen en hoort het land, strikt genomen, niet tot de ‘Baltische staten’, zoals wij het noemen. Litouwen is een van de laatste landen die christelijk geworden zijn, de voormalige grensrivier Memel die nog in de middeleeuwen de scheiding vormde tussen christendom en heidendom, stroomt door het huidige Kaunas. Ze hebben hun identiteit aan deze rivier moeten verdedigen, hier hield ‘Europa’ lange tijd op. De 200 jaar durende bezetting door de Russen en later de Sovjets heeft die nationale en culturele identiteit nog bevestigd. In heel Litouwen zijn verschillende plekken waar de herinnering aan die bezetting levend worden gehouden: de Kruisenberg in het midden van het land, Fort IX (een Russische gevangenis) en het legermuseum in Kaunas, en het KGB-museum van de voormalige Russische geheime dienst in Vilnius. In de Tweede Wereldoorlog werd de bloeiende joodse gemeenschap, waar veel kunstenaars, wetenschappers en spirituele leiders vandaan kwamen (Vilnius werd het tweede Jeruzalem genoemd), tijdens de Duitse bezetting uitgeroeid.

Een gezamenlijke Europese geschiedenis

Litouwen is slechts een voorbeeld van hoe de Oost-Europese landen verbonden zijn met de bredere Europese, en dus ook onze, cultuur en geschiedenis. We zouden hetzelfde verhaal kunnen houden voor andere Oost-Europese landen. Op heel veel manieren zijn de landen in Oost-Europa verbonden met West-Europa: ze waren deel van dezelfde (keizer)rijken en werden bestuurd door bekende heerserfamilies, wetenschappers reisden heen en weer tussen de grote centra in Parijs, Berlijn, Wenen, Warschau en Praag, ze leden onder de gevolgen van dezelfde (wereld)oorlogen, kunstenaars werden over grenzen heen ingehuurd om kerken en kastelen te versieren, er werd handel gedreven en geld verdiend (Amsterdam werd groot door de handel met graan en hout uit de Baltische gebieden), en we vinden er dezelfde culturele modes in kleding en muziek.

We zouden dit gesprek over onze gezamenlijke Europese geschiedenis en cultuur veel meer moeten voeren, daardoor ontdekken we onze gemeenschappelijkheden en ontwikkelen we begrip voor onze verschillen. Deze gedeelde geschiedenis geldt ook voor het westelijk deel van Rusland (en daarom is het tragisch dat Rusland en Europa met elkaar op oorlogsvoet staan): tsaar Peter de Grote was in Noord-Holland, Sint-Petersburg is gebouwd met Nederlandse architecten, de tsaren waren verrukt over Nederlandse schilderijen waarvan er nog veel in de Hermitage te vinden zijn, en Russische en Europese koningsfamilies zijn met elkaar getrouwd.

We zouden dit gesprek over onze gezamenlijke Europese geschiedenis en cultuur veel meer moeten voeren

Deze gezamenlijke geschiedenis en cultuur ligt aan de basis van wat we opbouwen met de Europese Unie. In de Europese Unie wordt geprobeerd om de samenwerking tussen de landen op het Europese continent te kaderen en te stimuleren – vanuit het idee dat elk land apart te klein is om op het wereldtoneel mee te doen. Daarvoor worden de handelsgrenzen afgebouwd, zijn de grenscontroles verdwenen (tenminste: dat was wel de afspraak), worden jongeren gestimuleerd om in het buitenland te studeren en te reizen (interrail), worden gezamenlijke, Europese kwaliteitsstandaarden ontwikkeld, kunnen we in alle landen zonder extra kosten internet gebruiken, is er een gezamenlijke munt, en zijn er afspraken over rechtsstaat en menselijke waardigheid. Alles wat we als vanzelfsprekend zien, als vanzelfsprekend gebruiken, alles waar we een groot deel van onze welvaart en de vrede in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog aan te danken hebben, valt samen in het Europese project waar sinds 2004 ook de Oost-Europese landen bij horen. Als je dus de vraag stelt wat we aan de Europese oostgrens te zoeken hebben en wat we daar zouden moeten verdedigen, dan is dit het concrete antwoord.

Vanuit een christelijk perspectief bekeken

Europese samenwerking is iets goeds, ook vanuit christelijk perspectief. We zijn geroepen om steeds grotere kringen van vriendschap te sluiten en zo te laten zien dat we mensen van vrede zijn. Het Evangelie overstijgt immers de grenzen van natie en stam en maakt leden van de hele mensheid tot kinderen van God. Ook worden we opgeroepen om elkaar binnen de familie van de mensheid bij te staan en te helpen als er een hulpvraag komt, want ‘als één lid lijdt, delen alle leden in het lijden’ (1Kor.12, 26).

We zijn geroepen om steeds grotere kringen van vriendschap te sluiten

Juist in de Europese context merken we met betrekking tot zoveel thema’s dat de nood van de ander ook onze nood is of kan gaan betekenen. Kernwoorden uit het christelijk-sociale gedachtegoed, zoals solidariteit en subsidiariteit, vormen daarom het cement van Europese samenwerking. En daar horen ook instellingen bij die die samenwerking reguleren, balanceren en oriënteren. Dat vraagt dus dat we onze eigen belangen wat opzij kunnen schuiven, ten dienste van het algemene belang – wat uiteindelijk ook weer in ons eigen belang is. Het gaat er daarbij niet om, om nationale identiteiten te doen laten verdwijnen, maar om die positief in te brengen in een groter geheel. Uiteindelijk zijn zaken als klimaat en natuur, internationaal kapitaal en bedrijvigheid, veiligheid en vrede, en wetenschappelijke en technische innovatie al lang niet meer zaken die we alleen aankunnen.

Een roep om solidariteit

Als je het mij vraagt, verdienen de landen in Oost-Europa dus onze solidariteit. We delen met ze een gezamenlijke geschiedenis, cultuur en waarden, en toekomst. We bewonen allemaal het stuk aarde tussen Noordzee en Karpaten. We werken en leven samen met elkaar binnen de Europese Unie. En daarom is hun welzijn ons welzijn en hun veiligheid onze veiligheid. Dat is een verhaal dat we veel meer zouden kunnen vertellen op onze scholen, in de politiek, in onze geloofsgemeenschappen, en ook binnen defensie. Want de verplichtingen die we met elkaar binnen Europa zijn aangegaan, betekenen dat er Nederlandse militairen naar de Oostgrens worden gestuurd om daar te vechten wanneer de veiligheid van de landen daar acuut bedreigd wordt. En dan is het voor henzelf en voor de achterblijvers niet alleen belangrijk om te weten waar ze dan zijn, maar ook waarom ze daar zijn, en dat ze de motivatie hebben om niet alleen hun eigen land te verdedigen, maar hun eigen land binnen de Europese context.

Erik Sengers

Erik Sengers is theoloog, krijgsmachtaalmoezenier en diaken van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij promoveerde in de sociologie van religie én in de kerkgeschiedenis en is als hoogleraar Chaplaincy Studies in the Military verbonden aan Tilburg University. In zijn werk reflecteert hij op de rol van zingeving, religie en publieke verantwoordelijkheid, met bijzondere aandacht voor dienstbaarheid en het gemeenschappelijk goede.

Wellicht ook interessant

Korte Metten Bernd Hirscheldt
Korte Metten Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Als het kwaad aan de deur hurkt

Eeuwenlang werd het doen van het kwade gezien als een bewuste keuze. Een keuze om de eigen belangen na te streven, de keuze om rücksichtlos te doen wat geluk of voordeel oplevert. Maar na de Holocaust stelden Joodse denkers de vraag of mensen wel doelbewust het kwade deden. In wiens belang was de Tweede Wereldoorlog geweest? Er leek sprake van een ongeziene vernietigingsdrang, waarbij ook de daders zichzelf in het ongeluk stortten, eerder dan dat ze er beter van werden.

De kerstboomversiering, die Martine Meijers van de twee Palestijnse christenen kreeg, is gemaakt van hout van olijfbomen die door de Israëli's zijn omgehakt
De kerstboomversiering, die Martine Meijers van de twee Palestijnse christenen kreeg, is gemaakt van hout van olijfbomen die door de Israëli's zijn omgehakt
None

Twee Palestijnse christenen uit Betlehem

In het mooie, oude gebouw in het centrum van Antwerpen waar Pax Christi Vlaanderen kantoor houdt, ontmoet Martine Meijers Annemarie Gielen, actief als ‘Bewegingswerker Conflicregio’s’ binnen Pax Christi. Zij heeft een tweetal Palestijnen op bezoek, christenen uit Bethlehem: Zoughbi Alzoughbi en Roger Salameh. Annemarie stelde een programma samen om met hen allerlei instanties, politici en geestelijken te ontmoeten en waar mogelijk in gesprek te gaan om hun zaak te bepleiten. Ook Martine mocht met ze in gesprek.  

Nieuwe boeken