Menu

Basis

Zondag van het uitzicht

2e zondag van de Veertigdagentijd (1 Koningen 19:9-18, 2 Petrus 1:16-21 en Marcus 9:2-10)

We gaan van de woestijn (eerste zondag van de vastentijd) naar de hoge berg (tweede zondag). Hij verheft ons uit het alledaagse gebabbel, de wereld van drukte, gedoe en gekibbel. Hij richt onze gedachten en verlangens op het allerhoogste. Op het uiteindelijke reisdoel. Ook als onze weg meestal door het laagland voert, of soms zelfs door een dal der schaduw des doods, moeten we het uitzicht in ons omdragen dat we boven op de hoge berg hadden.

De passage van de verheerlijking of transfiguratie rijst als een bergpiek abrupt op in het Marcusevangelie. Het is een van de weinige passages die in de brieven terugkeert; in dit geval de tweede brief van Petrus. Want verder is ongeveer het enige wat we vanuit de brieven over Jezus’ biografie te weten komen dit: Hij is gekruisigd, gestorven en opgewekt. En verheerlijkt op de berg dus. Matteüs, Marcus en Lucas vertellen erover. Johannes niet, maar die lijkt de andere evangeliën bekend te veronderstellen. Bovendien spreekt hij voortdurend over ‘heerlijkheid’ en ‘verheerlijken’, net als Paulus trouwens. Om het belang van deze passage verder te onderstrepen, wijs ik op de plek die hij in het kerkelijk leven heeft. De tweede zondag van de Veertigdagentijd is er ieder jaar aan gewijd. Op 6 augustus viert de kerk van het Oosten en het Westen bovendien het feest van de Transfiguratie.

Toekomstige heerlijkheid

Je zou kunnen zeggen: we krijgen vandaag een voorproef van Pasen. Maar klopt dat? Op Pasen heeft Jezus een verheerlijkt lichaam. Maar Hij straalt niet als de zon. Hij houdt zijn heerlijkheid bedekt, als om het verkeer met gewone stervelingen mogelijk te maken. De verheerlijking ziet nog verder dan Pasen. Ze is een venster op Jezus’ komst in heerlijkheid. En ze is een venster op onze eigen verheerlijking. Jezus’ missie is het immers om ‘vele kinderen tot heerlijkheid te voeren’ (Hebreeën 2:10). Het ‘leven na de dood’ is voor veel gelovigen een vage gedachte. Een schimmig, deels negatief idee. Niet iets om je leven op in te richten. De eerste christenen daarentegen verlangden naar iets zeer positiefs. Ze leefden ernaartoe. Zozeer, dat ze er hun leven voor over hadden: de eeuwige heerlijkheid. Hoe kunnen wij weer leren verlangen naar deze beloofde heerlijkheid?

De natuur voorbij

Misschien helpt het om naar de zon te kijken. Toegegeven, je ziet dan iets tijdelijks. De zon is niet eeuwig, ze stevent op de uitblussing af. Toch straalt ze fabelachtig mooi. En als de zon nu eens een tijdelijke gelijkenis was van hét licht? ‘In uw licht zien wij het licht’ (Psalmen 36:10). Hoe zou het zijn als we met de pracht van deze schepping leerden meekijken, naar de oorsprong ervan? C.S. Lewis hield in 1942 de preek ‘The Weight of Glory’.[1] Hij merkt op dat we zo van schoonheid kunnen genieten. We kijken er graag naar, maar dat niet alleen. ‘We willen nog iets anders, dat haast niet in woorden te vangen is – verenigd worden met de schoonheid die we zien, erin opgaan, haar in onszelf ontvangen, erin zwemmen, er deel van worden.’ Hij bedoelt wat anders dan een naamloos verdwijnen in de natuur. ‘De natuur is sterfelijk; wij zullen haar overleven. Als alle zonnen en sterrennevels zijn vergaan, is ieder van u nog in leven. De natuur is slechts het beeld, het symbool; maar wel het symbool dat de Schrift mij wil doen gebruiken. We worden opgeroepen om binnen te komen door de natuur heen, de natuur voorbij, de schittering in die zij bij vlagen weerspiegelt.’ De preek sluit af met de herinnering aan het feit dat ieder mens potentieel een stralend, glorieus wezen is. ‘Het is een ernstige zaak (…) te beseffen dat de saaiste en meest oninteressante persoon met wie je praat ooit misschien een wezen zal zijn dat je het liefst zou aanbidden als je het nu al zag (…).’

Herauten van de stilte

Er lopen veel lijnen van Marcus 9 naar het Aloude Testament. Mozes op de berg, Elia op de berg (Sinai). Mozes straalde, Jezus straalt. De woorden ‘Luister naar Hem’ komen uit Deuteronomium 18:15. De tenten waar Petrus over spreekt, kunnen loofhutten zijn. De wolk is een verwijzing naar de Sjechina die de tempel vulde. De lezing uit 1 Koningen 19 nodigt ons uit om de verbinding met Elia te benadrukken. Er is een zeker contrast met de heerlijkheid waar Marcus van vertelt. Als machtige uitroeptekens zijn daar storm, aardbeving en vuur. Herauten van de Majesteit. ‘Vuurgloed gaat Hem vooraf’ (Psalmen 97:3). Let op wat nu volgt! En dan volgt er… ‘het suizen van een zachte bries’ (1 Koningen 19:12). Niet de stilte van iemand die niets meer weet te zeggen. Of doodse stilte. Maar stilte als iets buitengewoon positiefs. Stilte als bron. Sint Ignatius van Antiochië († 107) spreekt over Christus als Gods Woord ‘uit de stilte voortkomend’ (Brief aan de Magnesiërs 8:2).

Het opzoeken van de stilte is voor ons moderne mensen zaak van levensbelang. Het gebabbel moet opzij, de media moeten wijken. Ze moeten soms verdreven worden, desnoods met storm, aardbeving en vuur. Om ruimte te maken voor de levenwekkende stilte. In die stilte kunnen onze verlangens opbloeien. Verlangens naar schoonheid, stralende liefde, eeuwige heerlijkheid. Verlangens naar wat God ons belooft; niet naar wat de reclame ons aansmeert. Iedere keer als we de binnenkamer opzoeken en stil worden, beklimmen we een berg. Hoe hoger we komen, hoe serener het wordt. Veel ‘belangrijke zaken’ komen ons daarboven irreëel voor. We krijgen uitzicht op wat blijvend is. Met dit visioen in gedachten kunnen we de berg ook weer af. Met Jezus mee, ‘door lijden tot heerlijkheid’.

Deze exegese is opgesteld door Wouter van Voorst.

Voetnoot

[1] Zie C.S. Lewis, Transpositie, Zwolle 2001, 43-46.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken