Menu

Premium

Zwangere vrouwen

Bij Lucas 1,5-25 / Lucas 1:5-25

Tips voor het gesprek

Het draait tijdens Advent in het alternatieve rooster om twee zwangere vrouwen: Elisabet en Maria. Met hen begint Lucas zijn geboorteverhaal over Jezus. Daarom is het niet vreemd om tijdens de adventsdiensten een link te leggen met zwangerschap nu. Als je dat in de dienst doet, hierbij een paar tips:

– De kinderen zijn met hun (groot)ouder(s) naar de kerk gekomen. Maar niet alle kerkgangers hebben zelf kinderen. Sommigen ervaren juist in deze diensten sterk het gemis ervan. Vermijd dus uitspraken over zwanger zijn alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.

– De kinderen die de oudste in een gezin zijn, hebben meer ervaring met het verzorgen van kleinere broertjes en zusjes dan jongere kinderen in een gezin.

Verhaal

Liekes mama is vandaag ziek thuis. Ze is misselijk en moet spugen. Dat heeft ze de laatste weken wel vaker. Ze eet ook minder boterhammen, maar meer chocolaatjes, samen met Lieke op de bank. ‘Wil je nog een chocolaatje, mama?’

‘Nou, lekker!’ zegt mama.

Toch raar, denkt Lieke, geen boterhammen eten maar wel chocola. Nou ja!

Een paar weken later mag Lieke mee naar een dokter die in je buik kan kijken. Dat wil Lieke wel. Eens kijken of al die chocolaatjes van mama te zien zijn. Papa gaat ook mee.

Als ze bij de dokter komen, worden ze door een lieve mevrouw begroet. ‘We gaan eens naar mama’s buik kijken,’ zegt ze.

‘Ja,’ zegt Lieke, ‘ik ben benieuwd hoeveel chocola we gaan zien.’

De dokter doet een beetje glimmend spul op mama’s buik en maakt met een raar ding rondjes over mama’s buik. Op een televisie kun je in haar buik kijken.

‘Ik zie geen chocola, hoor,’ zegt de dokter. ‘Het is een broertje of zusje en het is tien weken oud.’

Wat is Lieke blij! ‘Ik ga het straks meteen aan Noor vertellen.’ Noor is haar vriendinnetje.

Als Lieke weer met mama op de bank zit, vraagt ze: ‘Mam, was je daar nu zo misselijk van?’ ‘Ja,’ zegt mama, ‘ik wilde het je wel vertellen, maar dan wou jij het ook meteen tegen Noor zeggen. En dat leek ons te vroeg. Maar nu mag ze het weten.’

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken