Agag als crux
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
In het boek Deuteronomium is de hoogste joodse geloofsbelijdenis te vinden: “Hoor, Israël, de Heer onze God, de Heer is één!’, in het Hebreeuws uitgesproken als ‘Sjema Jisraël, Adonai Elohénoe, Adonai echád’ (Deuteronomium 6:4). Zonder dit vers, dat naar het eerste woord bekendstaat als het sjema, is het hele joodse monotheïsme ondenkbaar. Dit vers ‘leeft’ als geen ander. De gelovige staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met dit vers op de lippen blaast hij ook de laatste adem uit. Het is dan ook niet voor niets dat juist deze tekst als een soort vademecum te vinden is in de mezoeza en de tefilien.
Wie de Bijbel aandachtig leest, zal zien dat het in dit oude boek niet gaat om louter goede of louter slechte mensen. En als je dat gezien hebt, is het niet vreemd dat ook Samuël veelkleuriger uit de verf komt dan we altijd dachten.
De knecht is wel de meest intrigerende gestalte uit Jesaja 40-55. Wie is deze knecht? Welke rol vervult hij? Talloze exegeten hebben geprobeerd hem als een historische figuur te duiden. Maar ligt de kracht van de knecht niet veeleer in zijn anonimiteit? In dit artikel gaat het er niet zozeer om de knecht te identificeren. Het gaat er veeleer om iets te zeggen over de rol van de knecht als plaatsbekleder, als iemand die de plaats van een ander inneemt, als een ’vertegenwoordiger’.