< Terug

Drempel

drempelwachter

Rond de drempel van een huis of ander gebouw zijn ons verschillende gebruiken overgeleverd. Bijvoorbeeld deze: na de begrafenis wordt wel zout op de drempel gestrooid om te voorkomen dat de dode zal terugkeren; de bruidegom draagt de bruid na de huwelijkssluiting over de drempel van hun huis; brengt men een pasgeborene ten doop, dan wordt een gebedenboek op de drempel gelegd; de vader houdt na de doop in de kerk het kind even boven de drempel van zijn huis; sommigen smeren honing of boter op de drempel of begraven bij de drempel kopergeld. Vanwaar deze gebruiken? Er heerste alom het besef dat onder de drempel van een ingang goden, geesten en demonen huisden. Om hen gunstig te stemmen of om de kwade krachten uit te bannen, ontstonden er allerlei rituelen. Daarnaast verschijnt in onze tijd het woord drempel op nog een totaal andere manier. We spreken tegenwoordig wel van drempelervaringen. Dat zijn ervaringen die zich afspelen op de grens van het leven, soms heel ingrijpend. De drempel dient als beeld om die bepaalde situatie weer te geven.

Hoe lag dat in het oude Israël? Was de drempel ook daar meer dan een uitgehouwen steen onder de deur van een gebouw? Laten we op zoek gaan naar het antwoord.

Grondtekst

Het Oude Testament kent twee woorden voor ‘drempel’ of ‘dorpel. Het eerste luidt saf (24x, waarvan de helft als deel van de beroepsaanduiding ‘drempelwachter’; o.a. 2 Kon. 12:10; 2 Kron. 23:4; Est. 2:21). Alleen in Psalm 84:11 verschijnt een werkwoordsvorm van spp, ‘aan de drempel staan, drempelen’. Daarnaast zien we het woord miftan (8x), dat aanvankelijk vooral het onderste van de drempel duidde; het merendeel van de teksten is te vinden in Ezechiël (9:3; 10:4, 18; 46:2; 47:1).

Het Nieuwe Testament noemt de drempel niet.

Letterlijk en concreet

a.Onder de deur of deuropening van gebouwen ligt gewoonlijk een drempel. Hij vormt het onderste horizontale deel van het deur-frame. Dat gebouw kan een huis (Richt. 19:27), de tempel (Ez. 40:6-7) of het koninklijk paleis (Est. 6:2) zijn. De drempel dient als grens tussen binnen en buiten, hij scheidt de binnen- en buitenwereld van elkaar. In grote bouwwerken zijn er eveneens binnen het gebouw drempels, als overgang van de ene naar de andere kamer (Ez. 41:16). Behalve dat drempels de overgang tussen het een en het ander markeren, voorkomen ze ook dat van buiten water naar binnendringt.

b.Wanneer de bijbel spreekt over drempelwachters is daar niet altijd dezelfde beroepsgroep mee bedoeld. We kunnen drie categorieën onderscheiden: een hoog priesterambt in deJeruzalemse tempel (2 Kon. 22:4; Jer. 35:4), levi-tische wachters met duidelijk minder aanzien (2 Kron. 23:4; 34:9) en bewakers van het privé-vertrek van de Perzische koning (Est. 2:21). De eerstgenoemden zijn daarom zo belangrijk, omdat zij de grens naar het heilige, waar de Heilige zetelt, moeten bewaken. Hier schuilt het gewicht van de drempels in het heiligdom; zij zijn dan ook met goud bedekt (2 Kron. 3:7).

Beeldspraak en symboliek

a.De volken in het oude Nabije Oosten meenden dat onder de drempel geesten kunnen wonen, zowel goede als kwade. Die achtergrond, die ook in de bijbel merkbaar is, heeft mede de beeldspraak en symboliek van de drempel bepaald. Mogelijk hebben de belletjes aan het gewaad van de hogepriester een bezwerende functie; hun geluid bij het overschrijden van de drempel houden de demonen onder bedwang.

b.Allereerst vertegenwoordigt de drempel de grens tussen de binnenwereld en de buitenwereld. Deze verwijst in het geval van een huis naar onveiligheid en in het geval van de tempel naar het profane. Het vertoeven in huis staat voor bescherming en het verblijf in de tempel voor heiligheid. De drempel markeert de overgang van het ene naar het andere gebied. Hieruit spreekt een religieuze geladenheid, immers bij overgangen manifesteren zich de goddelijke krachten. Zo is het begrijpelijk dat drempelwachters vaak cultische ambtenaren zijn en dat belangrijke beslissingen graag bij de drempel worden genomen. De drempel brengt evenzeer afscheiding en onderscheiding aan. In Ezechiels visioen over de nieuwe tempel zegt God, dat vanaf nu ‘hun drempel en mijn drempel’ niet langer naast elkaar zullen liggen (43:8). Hun drempel is de drempel van een koninklijk gebouw. Voorheen liepen paleis en tempel vloeiend in elkaar over. Daardoor werd de cultus nogal eens voor het koninklijke karretje gespannen. In de nieuwe tempel zal er een scherpere scheiding zijn tussen koning en priester, tussen politiek en godsdienst (vgl. 46:2).

Veelbetekenend voor Israels geschiedenis is, dat in een eerder visioen van Ezechiël (9:3; 10:4,18) de heerlijkheid (kavod) zich naar de drempel van de tempel begeeft. Het is een teken van het omzien van de Heer naar zijn volk.

c.De kritische uithaal van de profeet Sefanja naar ‘allen die over de drempel springen’ (1:9) heeft velen beziggehouden. Vermoedelijk doelt deze uitspraak op de gewoonte onder de volken rondom Israël niet op de drempel te stappen, aangezien daaronder goden en demonen wonen. Door op de drempel te gaan staan, zou men deze krachten kunnen kwetsen. Met deze uitspraak wil Sefanja zeggen: de leiders van Jeruzalem laten ten koste van Israëls identiteit te veel vreemd gedachtegoed toe (vgl. 1 Sam. 5:4-5, waarnaar ook de Targoem verwijst).

d.De pelgrim uit Psalm 84:11 staat liever bij de drempel van Gods huis dan dat hij verkeert in tenten van goddelozen. Het staan bij de drempel van het heiligdom is aanduiding voor het verkeren tussen twee werelden, maar evengoed van het verlangen naar binnen, naar de nabijheid van God.

e.Wanneer iets of iemand op de drempel ligt, duidt dat veelal dood en verderf aan. In zijn profetie tegen Assyrië kondigt Sefanja aan dat op zijn drempel verwoesting zal liggen (2:24); zijn macht zal stuk breken. Weerzinwekkend is het verhaal van de vrouw in Richteren 19, een verhaal dat draait om gastvrijheid. Met de aangrijpende mededeling dat ‘zij met haar handen op de drempel bij de deur ligt’ (vs. 27), tekent de verteller haar situatie: machteloos en reddeloos ligt ze daar op de grens, door buiten verkracht en door binnen veracht. Op de drempel ligt ze, nota bene de plaats waar gastvrijheid zich dient te manifesteren! Vol ironie en doorspekt van godsdienstkritiek is het profetische verhaal in 1Samuël 5, waar we lezen hoe hoofd en handen van de god Dagon stuk liggen op de drempel van de tempel. Zijn hoofd en handen liggen daar, hij is machteloos, uitgeschakeld. En dat op de drempel, waaronder naar Filistijnse opvatting de goddelijke kracht schuilt.

f.In Sirach 6:36, fragment van het hoofdstuk over de gepersonifieerde wijsheid, wordt de hoorder opgeroepen de drempels van de wijze mens zo vaak te betreden dat zij afslijten. Met andere woorden: hoor naar hem!

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 84; Gezang 13A; 13B; 170; 490; ZAD III: 25; Zing: 22.

b.Poëzie:

Hans Andreus, Gedichten 1948-1974, Haarlem 1975, blz. 209: ‘Huis’. Van der Graft, Mythologisch, Baarn 1997, blz. 233: ‘Het huis’. A. Roland Holst, Voorlopig, Amsterdam 1976, blz. 79: ‘Naar de kroeg’. Anton Korteweg, Geen beter leven, Amsterdam 1985, blz. 52: ‘Binnen’. Ankie Peypers, Letters van een naam, Baarn 1985, blz. 78: ‘Drempel’.

c.Verwerking:

Rembrandt tekende naar aanleiding van Richteren 19 de prent ‘De Leviet vindt zijn vrouw de volgende morgen’. Aan de hand van deze tekening van een aangrijpend verhaal kunnen we de drempel als gegeven bespreken. Ook valt te denken aan bezinning op het drempelgebed, dat aan het begin van de kerkdienst wordt gebeden. De gemeente bevindt zich nog op de drempel van het huis van God. Op die drempel staat zij met ontzag en aarzeling voor de Eeuwige, die haar genadig uitnodigt binnen te komen. Symbolisch maakt het drempelgebed dit zichtbaar. Thema’s die door dit woord opdoemen zijn gastvrijheid, in- en uitgang, scheiding, binnen- en buitenwereld.

Verwijzing

De achtergrond en betekenis van de drempel komen pas goed tot uiting als we daarbij het woord ‘deur‘ en ‘huis‘ betrekken. Zie verder ‘sleutel‘.

< Terug