< Terug

Incognito: als ze mij maar niet zien…

Saul bezoekt de vrouw die geesten beheerst in Endor

Het hoogtepunt van het verhaal van Saul in Endor (voor hem persoonlijk het dieptepunt) is de rede van Samuël waarin deze het naderende einde van Saul en zijn beginnende dynastie aankondigt en David als zijn opvolger identificeert (1 Samuël 28:15-19). Maar in het verhaal dat als inleiding op die rede gezien kan worden, gebeuren veel interessante dingen. Een bijzonder element is de vermomming van Saul als hij de vrouw in Endor bezoekt om Samuël te doen verschijnen opdat hij hem om raad kan vragen. Waarom verbergt Saul wie hij is?

Schilderij 'Saul bij de heks' van Endor. Nikiforovich Dmitry Martynov, 1857.
Saul bij de heks van Endor. Nikiforovich Dmitry Martynov, 1857.

Saul vermomde zich,
hij trok andere kleren aan
en hij ging, hij en twee mannen met hem
en zij kwamen bij de vrouw ’s nachts […].

De vrouw zei tegen hem:
‘Weet jij wel
wat Saul heeft gedaan […]?’

De vrouw zag Samuël
en zij schreeuwde met luide stem.
En de vrouw zei tegen Saul:
‘Waarom heb je mij verraden?
Want jij [bent] Saul!’
(1 Samuël 28:8-12)

Zien is weten

In dit verhaal van het oproepen van Samuël in Endor speelt de conceptuele blend* van Visuele perceptie en kennis vaker een rol. De blend verbindt het concept van input door zintuigen zoals zien met de verwerking van die input in de hersenen waar hij wordt verbonden met eerder opgedane kennis en herinneringen en op die manier leidt tot ‘weten wat je ziet (of hoort, voelt, enzovoort)’. Deze blend zien we in het verhaal terug in de reeks: ‘zien’ ראה rä’â leidt tot ‘weten’ ידע yäDa` en zelfs vaak tot ‘vrezen’ ירא yärë’.

Zoals in vers 5, in de aanloop van het vertrek naar Endor, waar Saul het leger van de Filistijnen ziet, blijkbaar beseft wat dat betekent, want dan zo hard vreest dat zijn hart beeft. Een bijzonder element in deze blend is dat erin de mogelijkheid zit dat als je iets nieuws ziet, je mogelijkerwijs niet herkent wat je ziet, en dus niet weet wat je ziet (of hoort, enzovoort).

Zien en toch niet weten

In vers 8a lijkt het erop dat Saul het vaste patroon van toegang krijgen tot kennis door iets te zien wil doorbreken door zich te vermommen. Hij wil nog niet gekend worden. De reden daarvoor is duidelijk te begrijpen voor de lezer van het verhaal: in vers 3 heeft deze zelfde Saul als koning de praktijken verboden waar hij nu zelf naar op zoek is. Hij wil zijn eigen verbod negeren en dat is iets dat het daglicht niet kan verdragen.

Het bezoek aan de vrouw in Endor vindt dan ook plaats in de nacht. Maar dat is Saul nog niet genoeg. Hij kan alsnog herkend worden. Het werkwoord ‘vermommen’ (in vers 8aוַיִּתְחַפֵּשׂ  wayyiTHaPPëS [Saul] vermomde zich) is een conceptuele blend van aan de ene kant het concept van kleding, van bekend zijn in je eigen kleding en met je eigen uiterlijk, met aan de andere kant het concept van zien en identificeren, met in de geblende ruimte het concept ‘doel: niet herkend te worden’.

Doordat in de geblende ruimte, dus de ruimte van de conceptuele blend waarin de twee eerdere concepten samengebracht worden, het idee van het niet herkennen zit, noemen we deze tegenfeitelijk (counterfactual); de oorspronkelijke concepten gaan over zien en herkennen, maar de conceptuele blend gaat precies uit van het tegenovergestelde: zien en niet herkennen. In deze blend zitten daardoor elementen van kleding, uiterlijk, en het onvermogen om herkend te worden en gewenste anonimiteit.

Het vermommen wordt in het verhaal van Saul verder uitgewerkt in vers 8b: hij trok andere kleren aan. Hij kiest bijvoorbeeld niet voor een valse baard; hij denkt dat hij verraden zou kunnen worden door zijn kleding. Zijn verschijning is blijkbaar zo bekend, misschien door koninklijke kleuren en symbolen, dat hij deze wil veranderen, tijdelijk. Dus trekt hij andere kleren aan.

Werkt de vermomming?

In eerste instantie lijkt de vermomming prima te werken. De duisternis en de andere kleding lijken ervoor te zorgen dat de vrouw Saul niet herkent. Ze klaagt hem aan: ‘Weet jij wel wat Saul heeft gedaan, dat hij de geest-raadplegers en doen-weters uit het land heeft gesneden’ (NBV: hij heeft een streng verbod uitgevaardigd op geestenbezwering en waarzeggerij). Dus eigenlijk: ‘waarom probeer je me in de val te laten lopen?’.

Het is duidelijk dat ze dit niet tegen Saul zelf zou zeggen als ze hem herkend zou hebben. Wel gelooft ze hem als hij haar geruststelt: hij bezweert haar bij God zelf, er zal je niets overkomen. Saul had al gezegd dat hij een geest wilde laten oproepen. Nu vraagt de vrouw: wie moet ik voor je oproepen? Hij zegt: Doe Samuël opgaan voor mij. Zelfs als hij die vrouw zegt dat hij de profeet van koning Saul wil laten oproepen weet ze nog niet dat ze met Saul van doen heeft.

Zien is weten

Dit duurt tot het moment waarop ze Samuël ziet. Dan is de normale conceptuele blend van Visuele perceptie en kennis weer aan zet. De vrouw ziet Samuël en herkent hem blijkbaar meteen. Het Hebreeuws laat geen ruimte voor een andere interpretatie dan dat de vrouw Samuël ook echt ziet: de tekst geeft het subject: de vrouw; het werkwoord: ‘zien’; het object: Samuël. Meteen wordt het zien omgezet in weten.

In de rest van de zin horen we dat de vrouw meteen weet dat ze Saul voor zich heeft. Ze schreeuwt en zegt tegen Saul: Waarom heb je mij verraden? Want jij bent Saul. Het is een bijzondere omkering in het verhaal, en eigenlijk vooral bijzonder dat er zoveel verzen voor nodig waren om hier te komen.

Wat verder bijzonder is, is dat waar de vrouw na de vermomming van Saul nu Samuël ziet en hem herkent, Saul klaarblijkelijk Samuël niet kan zien, en daardoor ook niet weet of het inderdaad Samuël is die is verschenen. Hij heeft de informatie van de vrouw nodig, hij moet weten wat zij ziet, en pas dan weet ook hij het: ‘Saul wist dat hij Samuël was’ (vers 14). De conceptuele blend is weer compleet, maar is nu vermengd met verschillende mensen: de vrouw ziet, vertelt het Saul, en hij weet: Samuël is het.

Slot

Waarom is de aanloop naar de rede van Samuël zo lang en ingewikkeld? Het lijkt erop dat het feit dat de vrouw niet kan zien dat ze Saul voor zich heeft haar geloofwaardiger maakt. Ze ziet een verschijning, maar omdat ze dan pas beseft dat ze de koning zelf voor zich heeft, heeft ze geen reden om de verschijning te manipuleren. Ze beschrijft aan Saul wat ze heeft gezien, en de herkenning bij Saul volgt uit haar beschrijving. Beiden identificeren ze Samuël. Daarmee zijn ze beiden getuige van de realiteit van zijn verschijning.

De tekst geeft ook geen ruimte om er anders over te denken; in vers 15 staat: Samuël zei tegen Saul. Geen ruimte voor de gedachte dat er een stem zou klinken, uit de onderwereld, via de vrouw die als een buikspreekster Saul voor de gek zou houden. Samuël spreekt zelf.

Nog even

Het werkwoord HPS, dat hier ‘vermommen’ betekent, komt in andere vormen voor in de Hebreeuwse Bijbel en betekent dan onder andere zoeken, onderscheiden of vermommen. Dat laatste ook bijvoorbeeld in het verhaal van Job, die zegt dat zijn kleding is veranderd, vervormd, door zijn ziekte. Hij ziet er niet meer hetzelfde uit. Het zoeken, uitzoeken, opzoeken, onderscheiden past ook in de conceptuele blend van Visuele perceptie en kennis. Het gaat ook daar om kennis zoeken. En als je zoekt, hoop je het te vinden, dus te zien, en dan te weten (waar of wat het is). Als je onderscheid maakt, combineer je ook wat je ziet met wat je weet. Zien is weten.

* Een conceptuele blend: Woorden verwijzen naar stukken kennis, concepten, die door de gebruikers van de taal gedeeld worden en zo de woorden betekenis geven. Bijvoorbeeld bij het woord ‘kam’ delen wij Nederlanders het concept ‘kam’: een hulpstuk om je haren te kammen.

De concepten kunnen samen met andere concepten voorkomen in vaste samenstellingen – blends. De vorm van de kam en de vorm van het bovenste deel van de kop van een haan hebben ertoe geleid dat de naam voor dat deel van de haan ook ‘kam’ is gaan heten. Deze twee concepten – ‘kam voor haar’ en ‘deel van haan’ zijn geblend. Denk bijvoorbeeld ook aan een bergkam, maar ook in een unieke blend, waarbij mensen vaak iets meer moeite moeten doen om het verband en de betekenis te zien. Op deze manier kunnen in verhalen nieuwe werelden, werkelijkheid en betekenissen gecreëerd worden.

Miranda Vroon-van Vugt promoveerde in 2013 aan de Universiteit van Tilburg bij prof. dr. Ellen van Wolde op een cognitief taalkundig onderzoek van 1 Samuël 28. Sinds enkele jaren werkt ze als geestelijk verzorger bij het Elisabeth-Tweestedenziekenhuis (ETZ) in Tilburg.

Literatuur

– Hecke, Pierre Van (2006) Job 12-14: A Functional-Grammatical and Cognitive-Semantic Approach (dissertation) Tilburg University, Tilburg.

– Vroon-van Vugt, Miranda. 2013. “Dead man walking in Endor: Narrative mental spaces and conceptual blending in 1 Samuel 28.” PhD diss., Tilburg University. https://pure.uvt.nl/ws/portalfiles/portal/1557588/Vroon-van_Vugt_dead_man_19-12-2013.pdf

– Vroon-van Vugt, Miranda. 2005. “Saul in Endor. Een taalkundige studie als reactie op het bijbelwetenschappelijke onderzoek naar 1 Samuël 28:3-25.” Doctoraalscriptie, Theologische Faculteit Tilburg. https://pure.uvt.nl/ws/portalfiles/portal/1126894/Saul.pdf – Hierin een overzicht van exegetische publicaties over deze bijbeltekst tussen 1980 en 2005.


< Terug