< Terug

Incognito

Iemand kan goede redenen hebben om (even) niet herkenbaar te zijn als de persoon die hij of zij is. In de Bijbel komen we nogal wat personen tegen die niet herkend (willen) worden. De vraag naar de identiteit van de persoon in kwestie staat dan op scherp. Vanwaar de vermomming? Juist een verbergen van de identiteit kan veel onthullen over de persoon en diens rol in zijn of haar directe omgeving. Met welke reden gaat iemand incognito?

Het komt voor dat iemand zegt dat hij een ander is dan hij is en zelfs doet alsof hij een ander is. Zo zegt Jakob dat hij Ezau is en bekleedt zelfs zijn armen om als Ezau te zijn. Bij de arrestatie van Jezus zegt Petrus dat hij niet is wie men denkt dat hij is.

Er zijn meer personen die niet als zichzelf herkend willen worden. Denk aan Saul die de heks van Endor bezoekt en aan Nicodemus die Jezus ’s nachts bezoekt. Mogelijk is ook nog dat iemand onherkenbaar is geworden. Jozef aan het hof van Egypte wordt door zijn broers niet meer herkend. En ook Jezus niet in de verschillende verrijzenis en opstandingsverhalen die we over hem lezen. Er zijn voorbeelden te over.

Steeds echter kun je je afvragen waarom iemand ervoor kiest incognito te zijn of (voorlopig) te blijven. Alle voorbeelden spelen een eigen rol in een eigen context. We volgen in dit nummer een paar van die voorbeelden in acht kortere artikelen in paren van twee. Uiteraard zonder volledig te zijn. Naast deze korte ‘portretten’ staan er ook twee grotere artikelen. Een over kleding als teken van identiteit, met bijzondere aandacht voor die gevallen waarin iemand zijn kleding scheurt. En ten slotte een artikel over Jezus na Pasen. In Lucas en Johannes wordt hij niet meteen herkend en in alle evangeliën wordt er aan hem getwijfeld, hoe zit dat eigenlijk?

Vanouds zijn het vooral maskers geweest die in alle culturen van belang bleken als iemand onherkenbaar wilde zijn, als een ander herkend wilde worden of juist als een bijzonder karakter herkend moest worden (in een theater bijvoorbeeld). In de Bijbel is van letterlijke maskers geen sprake. Toch is het aardig hier nog te wijzen op het Latijnse woord persona. De eerste betekenis van dat woord is masker (van een toneelspeler) en de tweede, overdrachtelijke betekenis is: rol, karakter, persoon. Zelfs persoonlijkheid. Dat geeft te denken!

Stenen masker uit de vóór-keramische neolithische periode, omstreeks 7.000 voor Christus. Waarschijnlijk een van de oudste maskers ter wereld. Musée de la Bible et de la Terre Sainte, Parijs.

Dit nummer van Schrift opent met een tweeluik ‘Als ze mij maar niet zien’. Hier worden Saul en Nikodemus geportretteerd. Beiden wilden niet herkend worden, waarbij zij gebruik maakten van het donker. Miranda Vroon-van Vugt gaat in op Sauls bezoek aan de heks te Endor (1 Samuël 28). Zij schreef in de vorige editie van Schrift (nummer 306) al over deze passage, waarbij zij de praktijk van het oproepen van geesten uitdiepte. In ‘Saul bezoekt de vrouw die geesten beheerst in Endor’ gaat zij dieper in op de vermomming van Saul als hij de vrouw opzoekt. Het artikel geeft mooi de dynamiek tussen zien en weten weer. Is zien ook weten?

Bert Jan Lietaert-Peerbolte vervolgt met zijn artikel ‘Nikodemus gaat ‘s nachts naar Jezus toe’. Net als Saul kiest Nikodemus ervoor de afwezigheid van licht haast onderdeel te maken van zijn vermomming: juist in het duister is het lastig(er) te zien wie je voor je hebt.

Dan volgen er twee verhalen waarin de vraag ‘met wie heb ik van doen?’ centraal staat. Het zijn verhalen waarbij de identiteit van iemand bevraagd wordt, om zo te achterhalen met wie er gesproken (of geworsteld) wordt. Het helpt in de verwachtingen rondom de personages; wat heb je aan hem? Wat mag of kan je verwachten?

Willien van Wieringen schrijft over Jakob en Manoach in het artikel ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’. In beide passages, Genesis 32 en Rechters 13, wordt de vraag gesteld. Diegene aan wie de vraag gesteld wordt, wil overduidelijk incognito blijven. Hoe hebben de twee verhalen met elkaar te maken, en wie kwam daar eigenlijk op bezoek?

Door Brouns-Wewerinke schrijft over de vraag ‘Wie ben je, Petrus?’, oftewel: ‘met wie heb ik van doen?’, Petrus staat om verschillende dingen bekend, maar zijn ontkenning van het toebehoren aan Jezus is misschien wel het opvallendst. Brouns-Wewerinke laat zien hoe Petrus bevraagd werd op zijn identiteit, en hoe dit met Jezus’ woorden ‘Ik ben het’ in het Johannesevangelie verbonden is. Een doordachte kijk op een welbekend verhaal, waarin identiteit een cruciale rol speelt.

In zijn artikel ‘Vijgenbladeren en ondergoed: kleding in de Bijbel’ neemt Harm van Grol ons mee in de ontwikkeling van kleding in de Bijbel. Kleding speelt een belangrijke rol in het verhullen, maar ook het onthullen van onze incognito personages. In deze bijdrage, die breder gaat dan een ‘portret’, gaat van Grol verschillende elementen en functies van kleding af. Welke rol speelt kleding, het ontbreken ervan, de (sociale) status ervan, het scheuren ervan? Elk van de aspecten heeft een andere functionaliteit, een andere connotatie met identiteit. Van bedrog naar sociale conventies: kleding is complex.

In ‘Niks om het lijf’ wordt juist de afwezigheid van kleding besproken: is niets meer verborgen? Anne-Mareike Schol-Wetter schrijft in ‘Slechts een priesterhemd’ over David die dansend voor de ark uit gaat. Ze schrijft ten eerste over de acties van David; hoe moeten we ‘vol overgave’ interpreteren? Wat voor een danspasjes deed David? Ook achter het priesterhemd schuilt het een en ander aan uitleg: hoe onthullend was dat hemd? De woorden van Davids vrouw, Michal, die David als dwaas bestempelt blijven kleven: had zij gelijk in haar oordeel?

Gerard van Broekhuizen schrijft het tweede deel van de portretten over ‘De jongen met de doek om zijn lijf’. In slechts twee verzen wordt de jongen geïntroduceerd en raakt hij zijn kleed kwijt, om in naakte toestand zijn aftocht te maken. Wat doen deze twee verzen in de climax van het evangelie? Bij het kleed dat de jongen uiteindelijk achterlaat, zijn wat verbindingen te vinden naar andere verhalen, en ook het vluchtelement keert later in het lijdensverhaal terug.

Het laatste tweeluik gaat om verkleedpartijen, Aangenaam! (Pleased to meet you). In ‘Jakob die zich voordoet als Ezau’ schrijft Yanniek van der Schans over een van de bekendere incognito verhalen uit de Bijbel. Is de ontmoeting die in Genesis 27 verteld wordt wel zo aangenaam? Hoe zit het met de onderliggende familieverbanden, die door de schrijver op een specifieke manier uiteengezet worden in de aanloop naar het stuk toe? Zintuigen spelen, in combinatie met de vermomming die Rebekka Jakob aandoet, een rol in het succes van de verkleedpartij.

Ruben van Wingerden schrijft over het lijdensverhaal waarin Jezus in alle vier de evangeliën verkleed wordt. ‘Keizer Jezus incognito’ heet zijn bijdrage, waarin de ironie van het verkleden van Jezus helder uiteengezet wordt. Van Wingerden laat zien hoe Jezus op verschillende manieren een positie van autoriteit toebedeeld krijgt, hoe wordt Jezus’ identiteit gezien door diegenen om hem heen?

Het artikel waarmee dit nummer afsluit gaat over de opstandings- en verschijningsverhalen van Jezus, in ‘Jezus na Pasen: anders gezien’ laat Gerard van Broekhuizen zien hoe Jezus na zijn dood aan het kruis beschreven wordt. Jezus laat zich zien, telkens op andere wijze, maar waarom doet hij dat? Welke rol speelt het zien van Jezus? En aan wie toont hij zich, of doet dat er niet toe? Het is een mooie, afsluitende overdenking, over zien, laten zien, en gezien worden.

Uiteraard is er ook bij dit nummer weer een Bijschrift te vinden, waarbij Gerard van Broekhuizen een overdenking bij het schilderij ‘Boutique de Masques’ van Eugène Verdyen geeft. Is wat we zien altijd wat het lijkt? Hopelijk geeft dit Bijschrift te denken, en de illustratie is een mooie toevoeging daarbij.

Een nummer over identiteit: de vermomming en onthulling hiervan door kleding, duisternis, ontkenning en verkleedpartijen. Incognito personages waarbij de bijdragen wellicht een tipje van de incognito-sluier hebben doen oplichten. Er is nog genoeg mysterie te vinden in veel van de verhalen, waarbij er vragen blijven staan, en er wellicht ook nog nieuwe vragen opkomen. Genoeg stof tot nadenken tijdens deze nazomer dus!


Inhoudsopgave

Incognito: als ze mij maar niet zien…
Saul bezoekt de vrouw die geesten beheerst in Endor
Miranda Vroon-van Vugt

Nicodemus: een nachtelijk bezoek aan Jezus
Bert Jan Lietaert Peerbolte

‘Waarom vraag je naar mijn naam?’
Genesis 32 en Rechters 13 als incognito-tweeluik
Willien van Wieringen

Wie ben je, Petrus?
Door Brouns-Wewerinke

Vijgenbladeren en ondergoed
Kleding in de Bijbel
Harm van Grol

‘Slechts’ een priesterhemd
Anne-Mareike Schol-Wetter

De jongen met de doek om zijn lijf
Marcus 14:51-52
Gerard van Broekhuizen

Pleased to meet you!
Jakobs vermomming (Genesis 27)
Yanniek van der Schans

Keizer Jezus incognito
Johannes 19:1–5 nader bestudeerd
Ruben van Wingerden

Jezus na Pasen: anders gezien
Gerard van Broekhuizen

Bijschrift
De maskerwinkel
Gerard van Broekhuizen


Incognito
Schrift 2022, nr. 3

< Terug