< Terug

Keizer Jezus incognito

Johannes 19:1–5 nader bestudeerd

In alle vier de evangeliën wordt Jezus in de vertelling van het lijdensverhaal verkleed. Dat gebeurt telkens op verschillende manieren. Lucas laat Herodes en de zijnen Jezus in ‘stralende’ kleding kleden en stuurt hem zo terug naar Pilatus. Bij Matteüs en Marcus verkleden Pilatus’ soldaten Jezus met purper en zetten ze hem een doornenkroon op. Daarna kleden ze hem uit en trekken hem zijn eigen kleren weer aan (Matteüs 27:31; Marcus 15:20a), waarna Jezus wordt weggeleid om te worden gekruisigd. Alleen bij Johannes zien we iets anders beschreven staan.

Schilderij 'Jezus wordt ontkleed'. Emaille, uit de kruisweg van de Église Notre-Dame-des-Champs, Avranches, Manche, Normandië, Frankrijk.
Jezus wordt ontkleed. Emaille, uit de kruisweg van de Église Notre-Dame-des-Champs, Avranches, Manche, Normandië, Frankrijk.

Johannes’ scène

In het evangelie volgens Johannes wordt Jezus weliswaar door Pilatus’ soldaten een purperen kleed omgedaan en met een doornenkroon getooid, zoals bij Matteüs en Marcus, maar Johannes vermeldt niet dat ze Jezus daarna weer uitkleden. Sterker nog, in Johannes staat een vervolg dat we niet in de andere evangeliën vinden: de interactie tussen Jezus, Pilatus en de joodse leiders. Laten we kijken naar wat daar precies staat:

Pilatus ging weer naar buiten en zei: ‘Ik zal Hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden’. Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is Hij, die mens’, zei Pilatus.
(Johannes 19:4–5 NBV21)

De hele scène speelt zich steeds ‘binnen’ of ‘buiten’ af, een aspect dat ook aandacht verdient, maar dat we voor nu laten rusten. Jezus wordt dus met doornenkroon en purperen kleed naar buiten gebracht, waar de joodse leiders zich verzameld hadden en waar ook de rechterstoel stond. Pilatus zegt dat hij Jezus laat zien ‘om u (jullie) duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden’. Volgens Pilatus toont de staat waarin Jezus zich bevindt juist aan dat deze laatste onschuldig is: verkleed en gegeseld (Johannes 19:1). Jezus wordt getoond aan de joodse leiders, maar waarom?

Jezus: koning en keizer

In 2019 schreef Laura J. Hunt een boek waarin de het passieverhaal uit het Johannesevangelie met een Romeinse bril op wordt gelezen. Dat levert zeer boeiende inzichten op, zo ook voor de ‘verkleedpartij’.

Eerst moeten we kijken naar Johannes vanuit Romeinse oogpunt, zodat we kunnen zien wat dan opvalt. Wat dan blijkt is dat dat Johannes op verschillende lagen iets wil vertellen. Zo wordt Jezus geassocieerd met de keizer als hij ‘koning’ wordt genoemd. Het Griekse woord basileus kon zowel naar een koning als naar de keizer verwijzen. Bij Johannes is het thema ‘koning’ gedurende Jezus’ arrestatie en kruisiging belangrijk.

De intocht in Jeruzalem lijkt in het Johannesevangelie op een Romeinse adventus (verwachting), waarin Jezus wordt toegejuicht als koning van Israël (Johannes 12:12–19). Ook de Samaritanen eren Jezus met een titel die de keizer toebehoorde: ‘Redder van de wereld’ (Johannes 4:42). ‘Zoon van God’ was de titel die eerste keizer, Augustus, kreeg en ook de keizers na hem kregen die titel, omdat Augustus de (geadopteerde) zoon van de vergoddelijkte Julius Caesar was.

Bij Johannes is er ook een sterke overeenkomst tussen de macht of autoriteit van de keizer en Jezus (Grieks: exousia; Latijn: potestas of imperium; zie bijvoorbeeld Johannes 10:17). In hoofdstuk 19 wordt exousia (potestas), met Pilatus verbonden (19:10–11); een Romeinse stadhouder had de macht en autoriteit van de keizer (van boven) ontvangen om te doen wat nodig was.

Jezus wordt bespot

We kijken naar Johannes 19:2–3, wat doen die soldaten daar dan precies?

2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken,
zetten die op zijn hoofd
en deden Hem een purperen mantel aan.
3 Ze liepen naar Hem toe en zeiden:
‘Gegroet, koning van de Joden!’,
en ze sloegen Hem in het gezicht.
(Johannes 19:2–3 NBV21)

De soldaten waren Romeinen, maar misschien niet allemaal afkomstig uit Rome. Pilatus had hulptroepen en die waren gerekruteerd uit de omgeving (Syrië, Egypte, mogelijk zelfs joden). Ze stonden onder het gezag van Pilatus en daarmee ook Rome. Voor ons is het duidelijk dat de soldaten Jezus bespotten. Maar ze doen dat niet zomaar. Ze zeggen niet zomaar ‘Gegroet, koning van de joden’.

Die begroeting heeft een enorme lading vanuit Romeins perspectief, want na keizer Augustus zou acclamatie door soldaten een eerste stap richting het keizerschap (appelatio imperatoria) zijn. Denk hierbij ook aan de Romeinse keizergroet Ave Caesar. Hier speelt ook weer de dubbele rol van basileus een rol: het kan zowel koning als keizer betekenen. De ‘klappen’ van de soldaten in vers 3 zijn ook een soort parodie op het saluut dat soldaten aan hun ‘nieuwe’ keizer richtten. Maar eigenlijk weten de soldaten niet dat ze de werkelijke keizer/redder van de wereld groeten.

De kleren van de keizer

We kijken nu wat gedetailleerder naar Jezus’ kleding. Een kroon en een purperen mantel doen ons inderdaad aan het koningschap denken. Het is niet voor niets dat de inhoud van de beschuldiging luidt dat Jezus de koning van de joden is. Bovendien was het natuurlijk zo dat een koning alleen erkend of geaccepteerd kon worden door Rome. Hoe dan ook was het koningschap of keizerschap ingekleurd en ingekaderd door Romeinse macht. Met het voorgaande in gedachte moeten we veel meer aan een Romeinse spotkeizer denken, maar wederom, voor Johannes is dit ook een beeld van Jezus die echt triomfeert en overwint!

Er staat nadrukkelijk vermeld dat de kroon ‘geweven’ werd (vers 2); een specifiek Romeins gebruik. Dat was dan ofwel de lauwerkrans (voor triomf) ofwel de eikenkrans. Een eikenkrans werd uitgereikt aan een burger die iemand gered had. Keizer Augustus had die gekregen omdat hij Rome had gered. Hij was daarmee de Redder van de Wereld.

De purperen mantel had weliswaar koninklijke associaties, ook in de Romeinse traditie, maar een tweetal andere associaties waren veel sterker. Purper werd ook geassocieerd met het goddelijke, bijvoorbeeld met de god Jupiter, de oppergod. Daarnaast speelde purper een belangrijke rol in Romeinse triomftochten van generaals die belangrijke militaire overwinningen hadden behaald. Wederom hebben de soldaten, ironisch genoeg, niet door dat ze terecht Jezus associëren met het goddelijke en met overwinning; de overwinning van/aan het kruis.

Zie de Mens

4 Pilatus ging weer naar buiten en zei:
‘Ik zal Hem hier buiten aan u tonen
om u duidelijk te maken
dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden’.
5 Daarop kwam Jezus naar buiten,
met de doornenkroon op en de purperen mantel aan.
‘Hier is Hij, die mens’, zei Pilatus.
(Johannes 19:4-5 NBV21)

Als we weer met Romeinse ogen deze scène bekijken, richten we ons op de volgende frase: ‘Hier is Hij, die mens’. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, kan ook ‘man’ betekenen. Dit lijkt verdacht veel op Vergilius’ Aeneas (geschreven ten tijde van keizer Augustus), waarin Aeneas een inkijkje in de toekomst krijgt en de ‘Redder van de wereld’ krijgt te zien. Aeneas’ vader, Anchises, wijst hem aan met de woorden hic vir, hic est: ‘Dit is de man/mens, dit is hem.’ Speelt Pilatus of Johannes met de verwijzing naar keizer Augustus? Het lijkt er wel heel sterk op, als we ook de keizerlijke elementen van hierboven erbij betrekken. Pilatus laat Jezus expres zo zien, vernederd en bespot. Johannes ziet hierin een bevestiging van Jezus als keizer; Hij heeft immers zijn eigen koninkrijk (Johannes 18:36).

De Koning Keizer gekruisigd

Na de scène bij Pilatus in het pretorium, wordt Jezus weggevoerd om gekruisigd te worden (Johannes 19:16b–17): ‘Daar kruisigden ze hem’. Normaal gesproken werden de veroordeelden naakt gekruisigd, maar hier wordt, in tegenstelling tot Marcus en Matteüs (Matteüs 27:31; Marcus 15:20a), niet vermeld dat Jezus’ eigen kleren worden aangetrokken voordat hij wordt weggeleid.

Dat zou ook vreemd zijn, omdat in Johannes heel nadrukkelijk Jezus’ kleren worden verdeeld (Johannes 19:23–24): ‘Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel’. Dit vervulde volgens Johannes een schriftwoord (Psalm 22:19). Maar om de kleren te verdelen, moeten ze weer uitgetrokken zijn. Het ligt voor de hand dat Johannes Jezus’ kruisgang heeft voorgesteld als met de koninklijke en keizerlijke kleren aan, zelfs aan het kruis. Voor Johannes is dat het toppunt. Jezus’ kruisiging is zijn ‘verhoging’ en wordt met ‘heerlijkheid’ aangeduid. Daarnaast benadrukt Johannes allerlei Romeinse keizerlijke aspecten en triomf associaties om te laten zien: Jezus is overwinnaar en de echte ‘Redder van de Wereld’.

Ruben van Wingerden is promovendus aan de Tilburg School of Catholic Theology, Departement Bijbelwetenschap en Kerkgeschiedenis.

Literatuur

– Blake Wassell, John 18:28 – 19:22 and the Paradox of Judgement, Tübingen, 2021.

– Laura J. Hunt, Jesus Caesar. A Roman Reading of the Johannine Trial Narrative, Tübingen, 2019.

– Tom Thatcher, Greater than Caesar. Christology and Empire in the Fourth Gospel, Minneapolis, 2009.


< Terug