Wat vraagt deze fase van het preekvoorbereidingswerk van de spiritualiteit van de prediker? Opnieuw gaat het dan om kennis, kunde en attitude. Met het oog op de verwoording gaat het vooral om de hermeneutische competentie, de bijbels-theologische scholing, een ontwikkelde taalgevoeligheid, en een basale retorische competentie van de voorganger. Elke voorganger weet dat in het bijzonder bij het verwoorden – en straks bij het uitspreken – steeds ook het eigen geloof in het geding is. Wat hij zegt, hoe zij het zegt is ook de vraag naar wat hij/zij gelooft. Wat wil en moet hij daarvan laten zien of horen
Bert de Leede en Ciska Stark